- Postbus 85185
- 3508 AD Utrecht
- Plompetorengracht 9
- 3512 CA Utrecht
- Telefoon: 030 - 25 25 785
- Fax: 030 - 31 00 315
- E-mail: bureau@vtw.nl
Veelgestelde vragen - Huurderscommissaris en bindende voordracht

Wat is een huurderscommissaris?
Om huurders invloed te geven op de samenstelling van de RvC hebben deze het recht om een bindende voordracht te doen voor twee commissarissen. Deze commissarissen worden ook wel huurderscommissarissen genoemd.
Het Besluit beheer sociale huursector bepaalt (Bbsh, artikel 7, 1e lid onder e) dat de corporatie de huurders en zodanige organisaties in de gelegenheid stelt om, ten aanzien van twee vrijkomende plaatsen in het bestuur of het toezichthoudend orgaan, een bindende voordracht uit te brengen voor de benoeming van een persoon uit hun kring. Dat laatste betekent dat ook niet-huurders kunnen worden voorgedragen.
Huurderscommissarissen moeten aan dezelfde criteria en vereisten voldoen als de andere commissarissen. De VTW heeft de belangrijkste criteria voor goed intern toezicht in woningcorporaties in kaart gebracht. Huurderscommissarissen zijn net als de overige commissarissen onafhankelijk en handelen zonder last of ruggespraak. Dit betekent dat zij hun taak vervullen zonder mandaat van degenen door wie zij zijn voorgedragen en onafhankelijk van bij de corporatie betrokken deelbelangen. Huurderscommissarissen laten zich, net als de overige commissarissen, uitsluitend leiden door het totaalbelang van de
corporatie. Dit betekent niet dat de (deel)belangen van de huurders niet aan bod zouden komen, maar dat geschiedt binnen het kader van het
totaalbelang van de corporatie.
In de praktijk hebben meestal twee kandidaten op voordracht van de huurders(organisatie) zitting in de RvC. Het komt bij corporaties met een drielagenstructuur echter ook een enkele keer voor dat er zowel in RvC als in het bestuur slechts één voorgedragen kandidaat zitting heeft.
De Governance Code Woningcorporaties bepaalt dat de meerderheid van commissarissen in formele zin onafhankelijk moet zijn (GCW, Principe III.2 en Uitwerkingsbepalingen III.2.1 t/m III.2.2). Dat wil zeggen dat een meerderheid van de raad geen bepaalde relatie met de corporatie moet hebben. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om voormalig werknemers of bestuurders van de corporatie, leden van de lokale gemeenteraad of zakelijke relaties van de corporatie. Dergelijke hoedanigheden of functies maken dat een commissaris volgens de GCW in formele zin niet onafhankelijk is.
De GCW stelt ook dat huurders door hun relatie met de corporatie in formele zin niet onafhankelijk zijn (GCW, Uitwerkingsbepaling III.2.2 onder g). Dat betekent echter niet dat huurders volgens de GCW geen commissaris zouden kunnen zijn: het gaat er immers om dat een meerderheid onafhankelijk is.
De VTW is ook niet principieel tegen het opnemen van huurders in een RvC. Zie de VTW-notitie n.a.v. de motie Depla (download) waarin de minister werd gevraagd de mogelijkheden te onderzoeken om als formele eis aan het geheel van de RvC te stellen dat twee leden huurder zijn
Kan de RvC afwijken van een bindende voordracht van de huurders(organisatie) voor een huurderscommissaris?
Hoewel een voordracht bindend is kan de RvC onder omstandigheden van een voordracht afwijken. Wanneer een voorgedragen kandidaat niet voldoet aan de voor de functie vastgestelde profielschets kan de RvC besluiten deze kandidaat niet te benoemen. De Governance Code Woningcorporaties bepaalt uitdrukkelijk dat ook leden die op voordracht worden benoemd aan het profiel dienen te voldoen (GCW, Principe III.3). Het niet benoemen van een door de huurders(organisatie) voorgedragen kandidaat dient terdege te worden onderbouwd.
De commissie AedesCode bepaalde in de zaak Thomson dat ''afwijking van bindende voordrachten op grond van louter subjectieve gronden onvoldoende motivering oplevert. Subjectieve gronden zijn immers voor derden niet toetsbaar en staan daarom aan een zorgvuldige besluitvorming in de weg. Dat betekent dat een afwijking van een bindende voordracht mede en zelfs overwegend op objectieve en dus toetsbare gronden moet berusten. Deze eis van zorgvuldigheid geldt te meer wanneer de voordracht afkomstig is van de zijde van huurders(organisaties).''de huurders(organisatie) om een nieuwe voordracht moeten vragen die niet gelijk mag zijn aan de eerder afgewezen voordracht.
Als de RvC afwijkt van een bindende voordracht zal de RvC aan de huurders(organisatie) een nieuwe bindende voordracht moeten vragen, die niet gelijk mag zijn aan de eerder afgewezen voordracht.
Het beste is natuurlijk om te voorkomen dat een voorgedragen kandidaat niet wordt benoemd, door op een vroeg moment in contact te treden met de huurders(organisatie) en over de door de RvC opgestelde profielschets voor de commissaris een gesprek aan te gaan.
Voor vereniging geldt dat hierop een uitzondering mogelijk is. Is nl. in de statuten bepaald dat een bestuurder in een ledenvergadering uit een bindende voordracht moet worden benoemd, dan kan aan die voordracht het bindende karakter worden ontnomen door met een met tenminste tweederden van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van die ledenvergadering. In de statuten kan worden bepaald dat op deze ledenvergadering ten minste een bepaald aantal stemmen moet worden uitgebracht; dit aantal mag niet hoger worden gesteld dan tweederde van het aantal stemmen dat door de stemgerechtigden gezamenlijk kan worden uitgebracht.
Terug naar Veelgestelde vragen
