Benoemingstermijn

Op grond van artikel 30 lid 4 Woningwet 2015 geldt het volgende voor de benoemingstermijn van een commissaris:

  • Een commissaris wordt benoemd voor ten hoogste vier jaar.
  • Een commissaris kan één maal voor een periode van ten hoogste vier jaar worden herbenoemd.
    • Het is niet mogelijk om na twee benoemingstermijnen, en een tussenpoos van 4 jaar of langer, nogmaals benoemd te worden als commissaris bij dezelfde corporatie.
    • Als een commissaris intreedt in het bestaande rooster van aftreden van de RvC en na al bijvoorbeeld 2 jaar aftreedt, kan deze toch maar één keer worden herbenoemd. 

  • Voor commissarissen die voorafgaand aan de fusie zitting hadden in de RvC van de verdwijnende of verkrijgende rechtspersoon en die (na selectie op basis van de nieuwe profielschetsen) na de fusie zitting nemen in de RvC van de fusiecorporatie, is geen toets geschiktheid en betrouwbaarheid met een positieve zienswijze nodig. Indien het huurderscommissarissen betreft geldt dat geen nieuwe bindende voordracht van de huurdersorganisatie vereist is.

    Het vereiste van bindende voordracht geldt wél, indien één of meerdere nieuwe huurderscommissarissen worden benoemd. Ook is dan een toets geschiktheid en betrouwbaarheid met een positieve zienswijze nodig.

  • De al dan niet aaneengesloten totale periode waarin een commissaris lid is van de RvC van dezelfde corporatie, is ten hoogste acht jaar.

Tags

VTW Publicaties
Toezicht met Passie