BTW-ondernemerschap

Een commissaris is vanaf 13 juni 2019 géén ondernemer voor de btw voor wat betreft de toezichthoudende werkzaamheden bij de corporatie. Het maakt hierbij niet uit of de commissaris één of meerdere commissariaten heeft of dat de commissaris (neven)werkzaamheden heeft waarvoor deze wel kwalificeert als ondernemer voor de btw.

Zie hiervoor de besluiten van de staatssecretaris van Financiën (besluit gepubliceerd op 6 mei 2021 en wijzigingsbesluit gepubliceerd op 2 augustus 2021) naar aanleiding van de arresten van het Europese Hof van Justitie (13 juni 2019) en de Hoge Raad (26 juni 2020).

Er is kort gezegd geen sprake van ondernemerschap als het lid op persoonlijke titel is benoemd én niet zelfstandig optreedt, maar zijn werkzaamheden verricht als lid van het toezichthoudend orgaan en namens het orgaan zijn werkzaamheden uitvoert. Met ‘op persoonlijke titel’ benoemd wordt bedoeld dat de natuurlijk persoon in persoon is benoemd. Het feit dat de betaling voor de werkzaamheden via een BV/personal holding loopt doet hieraan niet af.

Geen btw vanaf 7 mei 2021

De commissaris mag vanaf 7 mei 2021 geen btw meer in rekening brengen aan de corporatie. Ook mag geen btw meer in aftrek worden gebracht op kosten die toerekenbaar zijn aan de uitoefening van het commissariaat. 

De commissaris kan de btw, die vanaf 13 juni 2019 tot en met 6 mei 2021 is afgedragen over de vergoeding voor de toezichthoudende werkzaamheden, teruggevorderen bij de Belastingdienst. Goedgekeurd is dat eventuele door de commissaris in aftrek gebrachte btw op kosten die toerekenbaar zijn aan de uitoefening van het commissariaat over die periode in stand blijft. Het is ook toegestaan om voor de periode vanaf 13 juni 2019 tot en met 6 mei 2021 hier niet op terug te komen. Dit om administratieve lasten te voorkomen.

Terugvorderen btw

Om de btw terug te vorderen kan de commissaris een suppletieaangifte ingedienen bij de Belastingdienst via het portaal waar deze ook de btw-aangiften heeft ingediend. De Belastingdienst betaalt de (onterecht) betaalde btw dan terug aan de commissaris.

NB De commissaris moet hierbij aantonen dat het gevaar voor verlies van belastinginkomsten volledig is uitgeschakeld; d.w.z. dat de corporatie de btw niet in aftrek heeft gebracht of niet meer voor aftrek in aanmerking zal gaan nemen. Indien de corporatie de btw wel in aftrek heeft gebracht, zal de commissaris moeten aantonen dat de corporatie de eerder in aftrek gebrachte btw op aangifte zal voldoen. Daarnaast zal de commissaris over de periode 13 juni 2019 tot en met 6 mei 2021 herstelfacturen moeten uitreiken en de ten onrechte in rekening gebrachte btw terug moeten betalen aan de corporatie.


Veel gezocht