Thema's

Geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets

De Woningwet 2015 bepaalt in artikel 25 lid 2 en artikel 30 lid dat commissarissen en bestuurders worden getoetst op geschiktheid voor het lidmaatschap van de Raad van Commissarissen (RvC) en bestuur en op betrouwbaarheid. Voorgenomen benoemingen of herbenoemingen van bestuurders en commissarissen moeten voor een zienswijze worden voorgelegd aan de Autoriteit woningcorporaties (Aw). Uit deze toets volgt een positieve of negatieve zienswijze. Een (her)benoeming zonder zienswijze of bij negatieve zienswijze is onrechtmatig. De Aw kan bij een (her)benoeming zonder zienswijze of bij negatieve zienswijze gebruik maken van haar sanctie-instrumentarium.

Autoriteit woningcorporaties
De Aw houdt integraal toezicht op de woningcorporatiesector. Centraal in dit toezicht staat de governance van de corporaties; de wijze waarop het interne toezicht en de ‘checks and balances’ functioneren. De geschiktheid- en betrouwbaarheidstoets die de Aw namens de minister uitvoert, speelt hierin een belangrijke rol.

Beoordelingskader
De geschiktheid- en betrouwbaarheidstoets is uitgewerkt in het Besluit Toegelaten Instelingen Volkshuisvesting 2015 (BTIV) en de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 (RTIV). In het beoordelingskader ‘geschiktheid en betrouwbaarheid’ (december 2016) beschrijft de Aw hoe zij beoordeelt of een (toekomstige) bestuurder of commissaris van een woningcorporatie betrouwbaar en geschikt is om die functie te vervullen. Het kader geeft ook aan hoe het proces van de geschiktheid- en betrouwbaarheidstoets verloopt en hoe de zienswijze inhoudelijk tot stand komt.

Hieronder staat een verkorte weergave van het beoordelingskader.

Het Toetsdossier

De aanvraag
De RvC is verantwoordelijk voor de (her)benoeming van commissarissen en bestuurders. Een melding voor een zienswijze van de minister in het kader van de (her)benoeming van een bestuurder of commissaris van een woningcorporatie wordt door de RvC-(vice)voorzitter bij de Aw ingediend. De melding gebeurt digitaal met gebruikmaking van het meldingsformulier Melding Zienswijze (her)benoeming directeur-bestuurder en lid van de raad van toezicht van toegelaten instellingen volkshuisvesting (pdf), voorzien van bepaalde documenten.

In verband met de wettelijke termijnen voor de afgifte van een zienswijze en ruimte voor eventuele aanvulling van informatie, verzoekt de Aw een melding ten minste 9 weken voor de beoogde benoemingsdatum in te dienen. Om een zeer lange periode tussen de indiening van de melding en de voorgenomen (her)benoemingsdatum te voorkomen, heeft de Aw bepaald dat de voorgenomen (her)benoemingsdatum moet liggen binnen zes maanden na afgifte van de zienswijze.

Meldingsformulier
Het meldingsformulier bestaat uit een aantal onderdelen:

  1. Gegevens over de woningcorporatie.
  2. Gegevens over de kandidaat.
  3. Functiegegevens.
  4. Gegevens over eventuele vorige toetsingen.
  5. Referenten. Bij een benoeming is het wettelijk verplicht drie referenten op te geven. De Aw kan deze referenten benaderen om de informatie te staven die is aangeleverd.
  6. Verklaring dat de voorgenomen benoeming niet in strijd is met de bepaling over het maximum aantal functies zoals gesteld in de Wet Bestuur en Toezicht. Meer informatie.
  7. Ondertekening. De aanvraag wordt ondertekend door de RvC-voorzitter of - bij diens afwezigheid of indien deze zelf kandidaat is - de RvC-vicevoorzitter. Niemand ondertekent de aanvraag voor een eigen (her)benoeming.

Overige verplichte documenten
Met het meldingsformulier worden de volgende stukken meegestuurd:

  1. Het curriculum vitae van de kandidaat. Hierop staan ten minste personalia, opleidingen, werkervaring, relevante cursussen, en indien van toepassing recent gevolgde Permanente Educatie en PE-punten en nevenactiviteiten. Bij nevenactiviteiten wordt de kandidaat verzocht in ieder geval alle commissariaten en bestuursfuncties te vermelden en de data van benoeming.
  2. Profiel van de betreffende functie. Bij het onderzoek naar de geschiktheid van de kandidaat spelen de aard van de functie, alsmede de aard en omvang van de werkzaamheden van de corporatie een rol. De corporatie wordt daarom verzocht nadere informatie te leveren over het gehanteerde functieprofiel, waarbij ingegaan wordt op:
    - het doel en de kerntaken van de functie;
    - de benodigde kennis en ervaring;
    - competenties;
    - algemene en specifieke selectiecriteria.
    Daarnaast moet, bij werving voor een RvC, uit het profiel blijken of sprake is van een lid, een voorzitter, of een huurdercommissaris.
  3. Een toelichting op de gevolgde werving- en selectieprocedure. Bij een eerste benoeming in de betreffende functie moet een toelichting op de gevolgde werving- en selectieprocedure worden toegevoegd. Deze toelichting kan, indien sprake is van een herbenoeming in dezelfde functie, vervangen worden door één of meerdere verslagen van de RvC waaruit de geschiktheid van de kandidaat blijkt (zie optionele documenten).
    In de toelichting op de werving moeten alle relevante stappen in de procedure worden vermeld. De volgende punten kunnen aan de orde komen:
    - beschrijving vacature;
    - samenstelling selectiecommissie;
    - is gebruik gemaakt van een extern werving&selectiebureau?;
    - wijze van openbaarmaking vacature;
    - beschrijving selectieproces (brievenselectie, aantal gesprekken, assessment, etc.).
    Een uitgebreide en gedegen onderbouwde toelichting op de gevolgde werving- en selectieprocedure geeft de Aw belangrijk inzicht in de mate van professionalisering van het intern toezicht bij een corporatie.
    Hierbij kan de Handreiking werving, selectie en benoeming commissaris en de Handreiking werving, selectie en benoeming bestuurder van de VTW behulpzaam zijn.
  4. Een door de aanvrager (voorzitter of vicevoorzitter RvC) opgestelde motivering met gebruikmaking van het formulier Motivering (her)benoeming commissaris van een toegelaten instelling (pdf) of Motivering (her)benoeming bestuurder van een toegelaten instelling (pdf). Deze bestaat uit een algemene motivering waar bijvoorbeeld kan worden ingegaan op de feiten uit het curriculum vitae, de ervaringen bij de selectieprocedure of (bij herbenoeming) het functioneren als commissaris of bestuurder, in relatie tot het functieprofiel. De Aw ziet in het geval van herbenoeming de motivatie graag onderbouwd met prestaties en bijdragen over de afgelopen vier jaar. Daarnaast moet een specifieke motivering worden opgenomen waarin expliciet wordt ingegaan op de afzonderlijke competenties zoals genoemd in bijlage 1 van het BTIV, onderbouwd met relevante voorbeeldsituaties waaruit blijkt dat de kandidaat deze competenties heeft ingezet.
  5. Het matrixformulier. Het Geschiktheidsmatrix Autoriteit woningcorporaties (pdf) Het matrixformulier wordt ingevuld indien sprake is van een benoeming van een kandidaat in de RvC of in een bestuur waarvan meerdere natuurlijke personen deel uitmaken. In dit formulier wordt door de Raad vermeld in welke mate bepaalde kennis, vaardigheden en specialisaties aanwezig zijn. Het betreft de terreinen:
    - governance,;
    - volkshuisvesting (inclusief de relatie met stakeholders);
    - vastgoedontwikkeling en -beheer;
    - financiën en control;
    - juridische zaken;
    - overige relevante kennis en ervaring.
    Idealiter zijn in het team kennis en vaardigheden op alle terreinen aanwezig en wordt bij vertrek van een bepaalde expertise gericht naar vervanging daarvan gezocht. Ingeval van een twee- of meerhoofdig bestuur kan worden volstaan met een op het bestuur van de betreffende instelling toegesneden matrix.
  6. Betrouwbaarheidsformulier. Het door de kandidaat ingevulde en ondertekende Bijlage Betrouwbaarheidsonderzoek (her)benoemingen bestuurders en leden raad van toezicht (pdf) moet volledig en naar waarheid worden ingevuld, waarbij alle relevante antecedenten worden vermeld. Het onjuist of onvolledig invullen van het formulier kan consequenties hebben voor het betrouwbaarheidsoordeel.
  7. Verklaring Omtrent het Gedrag Natuurlijke Personen. De door de kandidaat verkregen VOG, gericht op de "benoeming als (directeur)bestuurder of intern toezichthouder/ commissaris van een woningcorporatie/toegelaten instelling” wordt aangevraagd door middel van het door de Aw beschikbaar gestelde digitale formulier Aanvraagformulier VOG NP (docx). Dit formulier is reeds voor zover mogelijk ingevuld. 
    NB1: Woningcorporaties kunnen de aanvraag voor een VOG digitaal voorbereiden bij screeningsautoriteit Justis. Daarmee hoeft de kandidaat bestuurder of commissaris niet meer naar het gemeentehuis. Meer informatie.
    NB2: Commissarissen of bestuurders woonachtig in het buitenland die niet (meer) ingeschreven staan bij een Nederlandse gemeente moeten hun VOG aanvraag rechtstreeks bij Justis indienen.
    NB3: Justis accepteert aanvragen via het formulier met voettekst 'Juli 2016' niet meer na 31 maart 2017.
    De screening vindt plaats op de volgende functieaspecten:
    - Met gevoelige/vertrouwelijke informatie omgaan.
    - Kennis dragen van veiligheidssystemen, controlemechanismen en verificatieprocessen.
    - Met contante en/of girale gelden en/of (digitale) waardepapieren omgaan.
    - Budgetbevoegdheid hebben.
    - Beslissen over offertes (het voeren van onderhandelingen en het afsluiten van contracten) en
      het doen van aanbestedingen.
    - Personen die vanuit hun functie mensen en/of een organisatie (of een deel daarvan) aansturen.

Optionele documenten
Het is mogelijk aanvullende documenten mee te sturen die de Aw zal betrekken bij het komen tot een zienswijze over de kandidaat. Het gaat om de volgende documenten:

  1. Assessmentrapport. Indien een toegelaten instelling bij de werving van een kandidaat diens geschiktheid via een assessment heeft laten vaststellen, kan zij het desbetreffende rapport bij de melding meesturen. Indien het rapport in voldoende mate inzicht geeft in de competenties van de kandidaat zoals geformuleerd in de bijlage 1 van het BTIV 2015 en er verder geen aanleidingen zijn voor een toetsingsgesprek, kan de Aw afzien van een toetsingsgesprek met de kandidaat. Om betrokken te kunnen worden bij de geschiktheid en betrouwbaarheidtoets moet het rapport opgesteld zijn door een registerpsycholoog NIP/Arbeid & Organisatie en ingaan op alle competenties waarop de kandidaat wordt beoordeeld, onderbouwd met voorbeeldsituaties.
  2. In geval van kandidaat lid RvC: beoordeling van RvC-leden. Een beschrijving van de wijze en frequentie van de zelfevaluaties, met de data waarop deze de afgelopen 4 jaar hebben plaatsgevonden, waarbij gevoegd de passages uit de gedateerde verslagen van de zelfevaluaties van de RvC met daarin ten minste de op de kandidaat herleidbare constateringen (wat gaat goed, wat kan beter, welke voorwaarden zijn gesteld).
  3. In geval van kandidaat bestuurder: beoordeling van bestuurder(s). Een beschrijving van de wijze en frequentie van de functioneringsgesprekken, met de data waarop deze de afgelopen 4 jaar hebben plaatsgevonden, waarbij gevoegd de passages uit de gedateerde remuneratieverslagen en/of Raadsverslagen met daarin ten minste de op de kandidaat herleidbare constateringen (wat gaat goed, wat kan beter) en gemaakte afspraken.
  4. Sollicitatiebrief kandidaat. De sollicitatiebrief van de kandidaat, indien deze inzicht geeft in bijvoorbeeld de motivatie voor de betreffen de functie, of relevante nevenfunctie.

Ontvangstbevestiging
Na ontvangst van het meldingsformulier en de bijbehorende documenten, stuurt de Aw binnen één week een ontvangstbevestiging. Deze brief kan de volgende informatie bevatten:

  1. Uw melding is compleet. Dit betekent dat de wettelijke termijn van 4 weken, eenmalig te verlengen met 4 weken, ingaat op de dag waarop de melding compleet is ingediend. De wettelijke termijn wordt vermeld in de ontvangstbevestiging.
  2. Uw melding is niet volledig. Dit betekent dat is vastgesteld dat bepaalde documenten ontbreken, dan wel niet correct zijn ingevuld of aangeleverd. De aanvrager wordt geïnformeerd welke informatie ontbreekt en in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na de dagtekening van de brief de betreffende informatie aan te leveren. Indien na twee weken de gevraagde informatie niet is ontvangen, dan wel nog steeds niet volledig is, dan wordt de aanvrager geïnformeerd dat de melding niet in behandeling wordt genomen en het reeds ontvangen dossier wordt vernietigd. Consequentie hiervan is dat de (her)benoeming geen doorgang kan vinden omdat er geen zienswijze is uitgebracht.
  3. De beoogde benoemingsdatum ligt vóór de datum van de melding, dan wel laat geen ruimte voor de wettelijke behandelingstermijn. De melding wordt wel op de gebruikelijke wijze in behandeling genomen, maar de aanvrager wordt er op gewezen dat, mocht de benoeming al hebben plaatsgevonden voordat de zienswijze is ontvangen, deze in strijd is met de inhoud van de wet en derhalve nietig. Deze nietigheid heeft mogelijk ook gevolgen voor de rechtsgeldigheid van besluiten waarbij de kandidaat betrokken is geweest. De benoeming moet opnieuw plaatsvinden, als de eerdere benoeming nietig is.
  4. De beoogde benoemingsdatum is later dan zes maanden na de wettelijke behandelingstermijn van 8 weken. De melding wordt niet in behandeling genomen en de aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld een nieuw meldingsformulier in te dienen met een aangepaste benoemingsdatum, dan wel de melding op een later moment opnieuw in te dienen. Hierbij moet de aanvrager rekening houden met de geldigheidsduur van de VOG.

Spoedverzoeken
Er kan aanleiding zijn met spoed een commissaris of bestuurder te benoemen, bijvoorbeeld in het geval van ontstentenis of belet van een bestuurder of commissaris. In die gevallen kan de Aw worden verzocht de melding met voorrang te behandelen door voorafgaand aan het indienen van het (complete) meldingdossier contact op te nemen met de Aw via het Meld- en Informatiecentrum van de ILT (088-489 00 00) of via het vragenformulier op www.ilent.nl). Een spoedverzoek moet schriftelijk onderbouwd worden door de voorzitter RvC. De Aw behoudt zich het recht voor een melding al dan niet met voorrang in behandeling te nemen en beoordeelt ieder verzoek afzonderlijk.

Het toetsproces

Termijnen
De procedure om te komen tot een zienswijze start met de ontvangst van het complete meldingdossier. De wettelijke termijn waarbinnen de zienswijze moet worden verstrekt is vier weken, gerekend vanaf de dag waarop de melding compleet is ingediend, en is eenmalig te verlengen met een termijn van ten hoogste vier weken. Tegen een zienswijze kunnen belanghebbenden binnen de wettelijke termijn van zes weken bezwaar maken. De (her)benoeming dient binnen zes maanden na dagtekening van de zienswijze brief geëffectueerd te zijn.

Bronnen
Bij het komen tot de zienswijze betrekt de Aw:

  • Alle relevante en beschikbare informatie over de kandidaat.
  • Alle relevante en beschikbare informatie over de woningcorporatie.
  • De aard en zwaarte van de functie waarvoor de kandidaat in aanmerking wordt gebracht.
  • De aard en omvang van de werkzaamheden van de woningcorporatie in de periode waarvoor de kandidaat (her)benoemd wordt.

De Aw voert hiertoe onderzoek uit en heeft daarvoor diverse bronnen tot haar beschikking. Doel van het bronnenonderzoek is te komen tot een samenhangend oordeel over de kennis, vaardigheden, ervaring en het gedrag van de kandidaat in relatie tot de aard en zwaarte van de functie en de aard en omvang van de werkzaamheden van de woningcorporatie voor de beoogde (her)benoemingsperiode. Dit betekent dat een positieve zienswijze van de Aw altijd tijd- en situatiespecifiek is. De kandidaat is niet per definitie geschikt voor dezelfde functie bij een andere woningcorporatie of voor een andere functie bij dezelfde woningcorporatie. Uitzondering hierop zijn tussentijdse verschuivingen binnen de RvC: een lid van een RvC hoeft bij een voorgenomen benoeming tot voorzitter (of vice versa) binnen de lopende periode van vier jaar niet opnieuw getoetst te worden door de Aw. Omgekeerd geldt dat bij een negatieve zienswijze de kandidaat niet per definitie ongeschikt is als bestuurder of commissaris bij een andere woningcorporatie.

Toetsingscriteria
De Aw werkt bij iedere melding selectief en risicogericht. Dit houdt in dat voor de drie elementen van de zienswijze (kandidaat, functie, corporatie) gekeken wordt naar objectieve criteria, risico’s vanuit casuïstiek, en signalen en meldingen van derden. Hierbij hanteert de Aw de volgende toetscriteria:

  • De kandidaat voldoet op basis van zijn CV aan de in het functieprofiel gestelde
    functie-eisen:
    • De kandidaat beschikt over het vereiste werk- en denk/opleidingsniveau.
    • De kandidaat beschikt over voor de functie relevante (werk)ervaring.
    • De kandidaat beschikt over de voor de functie vereiste vakinhoudelijke kennis.
  • De kandidaat voldoet aan de in bijlage 1 van het BTIV 2015 gestelde competenties, blijkend uit bijvoorbeeld:
    • Een assessmentrapportage, opgesteld door een registerpsycholoog NIP/Arbeid & Organisatie, waarin voldoende inzicht wordt gegeven in alle voorgeschreven competenties van de kandidaat en onderbouwd met voorbeeldsituaties.
    • (Telefonisch) gesprek met referenten.
    • (Telefonisch) gesprek met de kandidaat.
    • Voldoende ingevuld motivatieformulier, onderbouwd met voorbeeldsituaties waaruit de competenties van de kandidaat blijken, eventueel aangevuld met een telefonisch gesprek met de voorzitter van de RvC.
  • De aard en zwaarte van de beoogde functie sluiten aan bij het profiel van de kandidaat.
  • De aard en omvang van de werkzaamheden van de corporatie sluiten aan bij het profiel van de kandidaat.
  • De voorgenomen benoeming is niet in strijd met de bepaling over het maximum aantal functies zoals gesteld in de Wet Bestuur en Toezicht.
  • De betrouwbaarheidtoets heeft geen negatieve bijzonderheden opgeleverd. Er is sprake van onafhankelijkheid, zoals vereist in de Woningwet artikel 25 lid 4 sub h en artikel 30 lid 5.
  • Er is geen sprake van onverenigbaarheden, zoals vereist in de Woningwet artikel 25 l id 4 en artikel 30 lid 6.
  • De kandidaat commissaris vervult geen andere commissariaten bij woningcorporaties in één woningmarktgebied. De Aw hanteert hierbij het beginsel ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat een uitzondering op deze regel wordt gemaakt indien de woningcorporatie door middel van een schriftelijke onderbouwing, gevoegd bij de melding, aannemelijk weet te maken dat de betreffende corporaties op geen enkele wijze raakvlakken of overlap van werkzaamheden hebben.
  • Er zijn geen bijzonderheden voortgekomen uit het antecedenten en open bronnenonderzoek.

Aan de hand van deze criteria en op basis van de bronnen komt de Aw tot een gewogen oordeel. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een beoordelingsformulier om de uitkomsten vast te leggen. In dit formulier wordt, indien aan de orde, een beknopt verslag van het gesprek opgenomen. Over iedere competentie wordt een oordeel gegeven aan de hand van drie keuzemogelijkheden: ‘aandachtspunt/te compenseren door team’, ‘voldoet aan de eisen’ of kwaliteit/typerend’. De toetsingscommissie beoordeelt de competenties in samenhang en betrekt dit bij haar totaalbeeld van de kandidaat en de corporatie. Dit wil zeggen dat een lage score op één of meerdere competenties niet per definitie leidt tot een negatieve zienswijze indien de toetsingscommissie van oordeel is dat dit wordt gecompenseerd door andere competenties of door andere leden van de Raad.

Toetsingsgesprek
Een gesprek wordt gepland indien uit de beschikbare bronnen naar de mening van de Aw onvoldoende informatie is verkregen waaruit blijkt dat de beoogde kandidaat geschikt is voor de functie bij de betreffende woningcorporatie. Daarnaast wordt (vooralsnog) altijd een gesprek gepland indien sprake is van de volgende situaties:

  • Een voorgenomen benoeming tot bestuurder.
  • Een voorgenomen benoeming tot voorzitter RvC.
  • Een corporatie onder verscherpt toezicht van Aw of in bijzonder beheer van WSW (zowel latende als ontvangende corporatie).
  • Zwaarwegende signalen van derden over kandidaat en/of corporatie.
  • Toetreder als commissaris zonder toezichtervaring.

Het gesprek vindt plaats op het kantoor van de Aw te Utrecht en wordt gevoerd door 2 á 3 mensen namens de Aw. Bij de samenstelling van de toetsingscommissie voor het gesprek is van belang dat er geen belangenconflicten spelen en dat de onafhankelijkheid gegarandeerd blijft. Voorop staat dat een gesprek door meerdere personen gevoerd wordt om zoveel mogelijk objectiviteit te bewerkstelligen.
De commissie staat onder leiding van een medewerker van het team Geschiktheid en Betrouwbaarheid (afdeling vergunningverlening). Deze medewerker is voorzitter tijdens het gesprek, is verantwoordelijk voor de besluitvorming en ondertekent de zienswijze. De focus van deze medewerker ligt op het toetsen van de competenties. Daarnaast zit in principe de Aw toezichthouder van de betreffende corporatie in de commissie, tenzij er gegronde redenen zijn van deelname af te zien. De Aw toezichthouder neemt actief deel aan het gesprek en richt zich met name op kennis van de woningcorporatie, de opgaven van de corporatie en meer vakinhoudelijke kennis. De Aw toezichthouder heeft ten aanzien van de geschiktheid van de kandidaat een adviserende rol naar de voorzitter van de commissie. De commissie kan worden aangevuld met iemand met een gedragskundige of bestuurskundige achtergrond.

Een gesprek duurt gemiddeld 1,5 uur. Tussentijds kan een pauze worden ingelast. Dit geeft de kandidaat de gelegenheid na te gaan of hij aanvullende informatie wil verstrekken of eerdere uitspraken nader wil toelichten. De commissie gebruikt dit moment om onderling te bepalen welke punten in het vervolg van het gesprek nog aan de orde moeten komen. Over het algemeen zal het gesprek starten met de vraag naar de motivatie van de kandidaat voor (her)benoeming in de betreffende functie. Ook wordt gevraagd naar de onafhankelijkheid van de kandidaat, bijvoorbeeld of de kandidaat reeds leden van de RvC, bestuur of medewerkers van de woningcorporatie kende. In het verslag wordt tevens een oordeel opgenomen over de vakinhoudelijke kennis van de kandidaat op het gebied van volkshuisvesting, wonen en vastgoed, financiën, governance en juridische kennis.
De commissie stelt voorts gericht vragen om te toetsen in welke mate de kandidaat over de competenties beschikt zoals opgenomen in bijlage 1 van het BTIV en maakt hierbij gebruik van de STAR (R) - methodiek. De kandidaat wordt gevraagd de inzet van zijn competenties zoveel mogelijk te illustreren door middel van concrete voorbeeldsituaties en zijn rol in deze situaties.

Positieve zienswijze
Wanneer de commissie uit het gesprek voldoende indicatie heeft gekregen dat de kandidaat geschikt is voor de voorgedragen functie, dan wordt doorgaans binnen enkele werkdagen een positieve zienswijze opgemaakt en per post verzonden. De zienswijze wordt tevens gemaild aan de voorzitter van de RvC, in afschrift aan de kandidaat.
De zienswijze wordt getekend door de voorzitter van de toetsingscommissie en verzonden namens de minister voor Wonen en Rijksdienst.

Tweede gesprek
Indien de commissie na het gesprek onvoldoende beeld van de kandidaat heeft verkregen of (op punten) twijfelt aan de kennis of competenties van de kandidaat die voor de betreffende functie benodigd zijn, wordt een tweede gesprek gepland. Bij dit gesprek zit één lid van de eerste commissie, aangevuld met één of twee leden die geselecteerd zijn op basis van hun expertise ten aanzien van de punten waarover twijfels bestaan. Over dit voornemen wordt telefonisch afgestemd met de kandidaat, waarbij op hoofdlijnen wordt aangegeven op welke punten meer duidelijkheid wordt verlangd, en vervolgens met de voorzitter van de RvC.

Negatieve zienswijze
Wanneer de commissie niet tot een positieve zienswijze kan komen, neemt de commissievoorzitter telefonisch contact op met de kandidaat en vervolgens met de voorzitter RvC. In dit gesprek wordt gemotiveerd waarom op dat moment geen positieve zienswijze kan worden verstrekt. Dit kan leiden tot een terugtrekking van de kandidaat door de woningcorporatie of tot de afgifte van een negatieve zienswijze.

‘On desk’ beoordeling
Indien geen sprake is van de situaties zoals hiervoor benoemd, en op voorwaarde dat bij de melding voldoende aanvullende informatie is overlegd, wordt de melding in principe ‘on desk’ beoordeelt op basis van de documenten die de toegelaten instelling heeft overlegd, aangevuld met de overige bronnen die de Aw tot haar beschikking heeft. De Aw streeft ernaar zienswijzen die op basis van een ‘on desk’ beoordeling tot stand zijn gekomen binnen twee weken af te ronden. Een kandidaat die eerder een positieve zienswijze heeft ontvangen na een gesprek met de Aw zal eerder in aanmerking komen voor een beoordeling ‘on desk’. Een bron die zwaar meeweegt in deze beoordeling is informatie vanuit het proces van werving & selectie en de mate waarin inzicht wordt verstrekt in dit proces en de op de kandidaat gerichte uitkomsten daarvan. De Aw verkrijgt hiermee inzicht in de wijze waarop de corporatie omgaat met werving en selectie. De Aw verkrijgt zo ook inzicht in de competenties van de kandidaat. Bij eerste benoemingen kan het een extern assessmentrapport betreffen, bij herbenoemingen informatie over de kandidaat vanuit zelfevaluatie van RvC-leden of vanuit Remuneratie van bestuursleden, aangevuld met informatie over de prestaties en bijdragen in de voorgaande periode. Als uit deze beoordeling en eventuele aanvullende informatie naar de mening van de beoordelaars onvoldoende inzicht in de kandidaat is ontstaan, dan wordt alsnog een gesprek gepland, dat fysiek dan wel telefonisch kan plaatsvinden.

De Aw zal daarnaast steekproefsgewijs kandidaten uitnodigen voor een gesprek ten behoeve van het toetsen en aanscherpen van haar eigen werkwijze.

Bezwaar en beroep, klachten en privacy

Bezwaar
Tegen een zienswijze geschiktheid en betrouwbaarheid kan door een belanghebbende bezwaar worden gemaakt door het indienen van een bezwaarschrift. Dit bezwaarschrift moet worden gericht aan de minister voor Wonen en Rijksdienst, p/a Autoriteit woningcorporaties / Inspectie Leefomgeving en Transport, Postbus 16191, 2500 BD Den Haag. De termijn waarbinnen het bezwaarschrift kan worden ingediend bedraagt zes weken na de dag waarop de zienswijze is verzonden. Het bezwaarschrift dient ten minste te bevatten: een ondertekening, een naam en adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt en de gronden van het bezwaar. Het bezwaarschrift zal worden behandeld door een ambtelijke hoorcommissie en bestaat uit leden die niet betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de zienswijze.
Het uitgangspunt is dat de bezwaren zullen worden behandeld tijdens een hoorzitting. Na de hoorzitting zal de Aw een beslissing op het bezwaar nemen.

Beroep
Indien de belanghebbende het niet eens is met de beslissing op bezwaar, kan beroep worden ingesteld bij de Rechtbank.

Klachtenprocedure
De Aw maakt gebruik van de klachtenprocedure van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Een klacht over een feitelijke handelwijze, een gedraging van de Aw of een medewerker van de Aw kan worden ingediend via het vragenformulier op de website van de ILT. Op de klachtenpagina onder ‘Contact’ staat de procedure nader toegelicht.

Privacy
Het meldingdossier van een kandidaat bevat privacygevoelige informatie. De Aw gaat hier zorgvuldig mee om en neemt daarbij de Wet Bescherming Persoonsgegevens en de Archiefwet in acht. Elke kandidaat kan op verzoek bij de Aw inzage krijgen in zijn persoonlijk dossier.


Terug naar overzicht

Tags

VTW handreikingen
Toezicht met passie - een beweging