Thema's

Huurderscommissaris

Bij het VTW ledencongres van 18 september 2015 is de vernieuwde handreiking 'De huurderscommissaris' gepresenteerd. Het is een volledig geactualiseerde uitgave die de VTW en de Woonbond hebben uitgebracht naar aanleiding van de nieuwe wettelijke regels in de Woningwet over de voordracht van een huurderscommissaris.

De handreiking biedt RvC's en huurdersorganisaties praktische handvatten voor de invulling van het voordrachtsrecht. De VTW en de Woonbond geven in de handreiking bovendien spelregels en richtlijnen die moeten waarborgen dat enerzijds recht wordt gedaan aan het voordrachtsrecht en die anderzijds tegemoetkomen aan de noodzaak van een kwalitatief goed intern toezicht. Beide organisaties hopen dat zowel de huurdersorganisaties als RvC's volop gebruik gaan maken van de aanbevelingen in de handreiking.

Hieronder wordt in het kort ingegaan op de veranderingen in de Woningwet voor de huurderscommissaris.

Update:
In juli 2017 verschijnt een geactualiseerde versie van de handreiking 'De huurderscommissaris' n.a.v. de Veegwet wonen.

Wat bepaalt de Woningwet over de huurderscommissaris?

De Woningwet bepaalt in artikel 31, negende en tiende lid het volgende:

9. De statuten bepalen in elk geval, dat:

  1. de in het belang van de huurders van woongelegenheden van de toegelaten instelling werkzame huurdersorganisaties als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op het overleg huurders verhuurder gezamenlijk het recht hebben een bindende voordracht te doen voor twee of meer commissarissen, indien de raad van toezicht uit vijf of meer commissarissen bestaat, dan wel een bindende voordracht te doen voor één commissaris, indien die raad uit drie of vier commissarissen bestaat;
  2. indien er geen zodanige huurdersorganisatie is, het in onderdeel a bedoelde voordrachtsrecht berust bij de huurders van de woongelegenheden van de toegelaten instelling gezamenlijk;
  3. de raad van toezicht bij de benoeming van commissarissen niet aan een voordracht als bedoeld in onderdeel a voorbijgaat, tenzij door die benoeming in strijd met het bepaalde bij of krachtens dit artikel zou worden gekomen, of tenzij de algemene vergadering van een toegelaten instelling die een vereniging is het bindende karakter aan die voordracht heeft ontnomen, in welke gevallen de raad van toezicht hetzelfde aantal commissarissen uit de kring van huurders van woongelegenheden van toegelaten instellingen of uit de kring van huurdersorganisaties als bedoeld in onderdeel a benoemt als het aantal waarop die voordracht betrekking had;
  4. die algemene vergadering slechts besluit om het bindende karakter aan een voordracht als bedoeld in onderdeel a te ontnemen, indien op die vergadering een aantal stemmen kan worden uitgebracht dat ten minste de helft bedraagt van het aantal stemmen dat door de stemgerechtigden gezamenlijk kan worden uitgebracht, en
  5. indien geen voordracht is gedaan als bedoeld in onderdeel a of b, de raad van toezicht er zorg voor draagt dat hetzelfde aantal commissarissen uit de huurders van de woongelegenheden van de toegelaten instelling wordt benoemd als waarop een zodanige voordracht betrekking zou kunnen hebben gehad, met dien verstande dat door die benoeming niet in strijd met het bepaalde bij of krachtens dit artikel mag worden gekomen.

10. Het aantal op grond van het negende lid, onderdeel a of b, voorgedragen commissarissen of het aantal op grond van het negende lid, onderdeel e, benoemde commissarissen, is zodanig, dat zij tezamen ten minste een derde deel en niet de meerderheid van de raad van toezicht kunnen uitmaken.

De Woningwet bepaalt dat de statuten per 1 januari 2017 moeten zijn aangepast.

Aantal huuderscommissarissen

De Woningwet bevat enigszins tegenstrijdige formuleringen over het aantal huurderscommissarissen. Artikel 30 lid 9a heeft het over minimaal twee bij een RvC van vijf of meer en één bij een RvC van drie of vier personen. Lid 10 schrijft voor dat ten minste een derde, en niet de meerderheid, van de RvC moet bestaan uit huurderscommissarissen. In reparatiewetgeving zal deze tegenstrijdigheid uit de wet gehaald worden. Woonbond en VTW volgen de uitleg van het ministerie van BZK: minstens een derde van de commissarissen moet worden voorgedragen door de huurders, maar het mag niet zodanig zijn dat ze een meerderheid vormen.

Het minimum en maximum aantal huurderscommissarissen hangt dus af van de omvang van de RvC:

  • RvC bestaande uit 3 commissarissen: 1 huurderscommissaris;
  • RvC bestaande uit 4 commissarissen: 2 huurderscommissarissen;
  • RvC bestaande uit 5 commissarissen: 2 huurderscommissarissen;
  • RvC bestaande uit 6 commissarissen: minimaal 2 huurderscommissarissen en maximaal 3;
  • RvC bestaande uit 7 commissarissen: 3 huurderscommissarissen;
  • RvC bestaande uit 8 commissarissen: minimaal 3 huurderscommissarissen en maximaal 4.

In hoeverre is de voordracht bindend?

Een bindende voordracht houdt niet in dat de voorgedragen kandidaat ook automatisch huurderscommissaris wordt. Het betekent in de eerste plaats dat de RvC geen personen kan benoemen die niet op de voordracht staan. In die zin wordt de RvC dus door de voordracht gebonden.

Een bindende voordracht houdt in de tweede plaats in dat de RvC de voorgedragen kandidaat in beginsel gewoon moet benoemen tenzij de voorgedragen kandidaat niet voldoet aan de wettelijke geschiktheids- en betrouwbaarheidseisen.

De RvC kan alleen kan benoemen met een positieve zienswijze van de minister. Voor het aanvragen van een zienswijze van de minister dient de RvC zich een oordeel te vormen over de geschiktheid en betrouwbaarheid van de kandidaat. Hiertoe vindt tussen de RvC en de kandidaat een gesprek plaats.

Wat gebeurt er als de RvC het niet eens is met de voordracht?

Het kan voorkomen dat de RvC het niet eens is met de door de huurdersorganisatie voorgedragen kandidaat-huurderscommissaris, omdat deze niet voldoet aan de profielschets of aan de wettelijke vereisten. Het is dan verstandig dat beide partijen hierover met elkaar het gesprek aangaan.

Als de kandidaat-huuderscommissaris niet voldoet aan de wettelijke bepalingen, zal er geen benoeming plaatsvinden en hoeft er dus geen zienswijze bij de minister worden aangevraagd.

Als de kandidaat wél aan de wettelijke vereisten voldoet, is de voordracht van de huurdersorganisatie in principe wettelijk bindend. De RvC zet dan de aanvraag van de zienswijze in werking. Als de RvC van mening is dat de kandidaat niet (helemaal) voldoet aan de profielschets kan dat in de aanvraag benoemd en gemotiveerd worden.

Bij een negatieve zienswijze van de minister kan de kandidaat niet worden benoemd en moet de RvC afwijken van de voordracht. In dat geval dient de RvC hetzelfde aantal commissarissen te benoemen uit de kring van huurders van woongelegenheden van de corporatie of uit de kring van de huurdersorganisaties als het aantal vacante zetels waarop de voordracht betrekking had.

Bij een positieve zienswijze van de minister moet de RvC de voorgedragen kandidaat benoemen.


Terug naar overzicht

Tags

VTW handreikingen
Toezicht met passie - een beweging