Wet- en regelgeving

Woningwet 2015: Q&A

Op 1 juli 2015 is de Woningwet 2015 en de hierop gebaseerde regelgeving - het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 (BTIV) en de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 (RITV) - in werking getreden. Deze wet- en regelgeving is vanaf 1 juli 2017 gewijzigd als gevolg van de Veegwet Wonen, het Veegbesluit Wonen en de Veegregeling Wonen. 

De beantwoording van onderstaande vragen is gebaseerd op actuele wet- en regelgeving en informatie van het Ministerie van BZK en de Autoriteit woningcorporaties (Aw).

Staat uw vraag hier niet onder dan kunt u deze via dit contactformulier voorleggen aan de VTW. U kunt uw vraag ook voorleggen aan de Aw. Dit kan via het vragenformulier van het Meld- en Informatiecentrum (MIC) van de Inspectie Leefomgeving en Transport aan de Autoriteit woningcorporaties. 

Statuten

Wanneer moeten de statuten van de corporatie zijn aangepast aan de Veegwet wonen?

De Veegwet wonen is per 1 juli 2017 in werking getreden. De Woningwet bepaalt in artikel 134 dat corporaties vóór 1 januari 2019 hun statuten en reglementen in overeenstemming moeten brengen met de Woningwet, zoals gewijzigd door de Veegwet Wonen. 

Aedes en VTW hebben de modelstatuten en modelreglementen al aan de gewijzigde wet- en regelgeving aangepast.

De RvC wil bij belet en ontstentenis van de gehele RvC gebruik maken van de Commissarissenpool van de VTW; (hoe) moet dit worden vastgelegd in de statuten?

De Aw stelt in het Beoordelingskader statutenwijziging Veegwet toegelaten instelling dat zij ''het gebruikmaken van de Commissarissenpool van de VTW ziet [...] als een regelconforme naleving van de belet- en ontstentenisregeling in de (model)statuten''. Dit betekent dat artikel 15 lid 3 van de modelstatuten niet aangepast hoeft te worden als de RvC, bij ontstentenis en belet van de gehele RvC, gebruik wil maken van de Commissarissenpool van de VTW.

Wél dient de RvC in zijn vergadering een apart besluit te nemen dat, de door de statuten vereiste twee vervangers bij ontstentenis of belet van de gehele RvC, zullen worden betrokken uit de commissarissenpool van de VTW. Dit vastleggen in het RvC-reglement kan ook. 

Meer informatie over de Commissarissenpool van de VTW.

Toets geschiktheid en betrouwbaarheid bestuurders en commissarissen

Vergen (her)benoemingen van bestuurders en commissarissen na 1 juli 2015 goedkeuring van de minister?

Besluiten tot (her)benoeming vanaf 1 juli 2015 vergen een (positieve) zienswijze van de ministerop de geschiktheid en de betrouwbaarheid. Deze wordt opgesteld door de Aw na de zgn. toets geschiktheid en betrouwbaarheid. Een (her)benoeming zonder zienswijze of bij negatieve zienswijze is onrechtmatig. De Aw kan bij een (her)benoeming zonder zienswijze of bij negatieve zienswijze gebruik maken van haar sanctie-instrumentarium.

Is voor een bestuurder of commissaris die is benoemd vóór 1 juli 2015 een positieve zienswijze nodig?

De Woningwet bepaalt in artikel 25 lid 2 en artikel 30 lid 3 dat voor (her)benoeming van een bestuurder of commissaris een positieve zienswijze van de minister nodig is op de geschiktheid en de betrouwbaarheid. Deze wordt opgesteld door de Aw na de zgn. toets geschiktheid en betrouwbaarheid en geldt per 1 juli 2015 voor nieuwe (her)benoemingen.

De "(her)benoeming" als bedoeld in de wet, waaraan een zienswijze op de geschiktheid en de betrouwbaarheid vooraf moet zijn gegaan, is de datum van het ''besluit tot (her)benoeming''. Ligt deze datum vóór 1 juli 2015 dan heeft de Woningwet op deze (her)benoeming geen invloed en geldt dus ook niet de verplichting tot het doorlopen van de toets. Ook niet indien de datum van aanvang van de werkzaamheden (feitelijke ingang her-/benoeming) na 1 juli 2015 is gelegen. 

Kan er bij gerede twijfel aan een zittende bestuurder of commissaris ook tussentijds getoetst worden?

De wet bepaalt alleen dat bij (her)benoeming van bestuurders en commissarissen een positieve zienswijze van de minister is vereist waartoe betrokkenen door de Aw op geschiktheid en betrouwbaarheid worden getoetst. 

Kandidaten dienen echter ook in de tussenliggende periode te blijven voldoen aan de wettelijke eisen. In het kader van het toezicht op de governance bij corporaties kan de Aw bij twijfel daaromtrent de woningcorporatie daarop aanspreken en zo nodig via een aanwijzing (en sancties) aandringen op maatregelen.

Een commissaris is na 1 juli 2015 benoemd tot RvC-lid en wordt binnen de eerste termijn van 4 jaar benoemd tot RvC-voorzitter. Is voor de benoeming tot voorzitter opnieuw een positieve zienswijze van de minister nodig?

De regelgeving spreekt alleen van ((her)benoeming tot) commissaris in een RvC, d.w.z. er wordt niet gedifferentieerd naar de functie van RvC-voorzitter of RvC-lid. In de onderhavige gevallen van functieverschuiving en de daarmee samenhangende tussentijdse benoeming in die functie, mag dan ook de aanvankelijk voor betrokkene bepaalde zittingstermijn (doorgaans 4 jaar) worden uitgediend. Indien het een eerste benoemingstermijn van betrokkene betrof, kan hierop ook nog eenmalig een herbenoemingstermijn van 4 jaar volgen. Deze (laatste) herbenoeming vereist vooraf de zienswijze van de Aw.

De differentiatie tussen de functie van RvC-voorzitter of RvC-lid kan overigens wel een rol spelen bij de toets geschiktheid en betrouwbaarheid i.v.m. functiezwaarte.

Benoemingstermijn

Wat is de benoemingstermijn van een commissaris en hoe vaak kan een commissaris worden herbenoemd?
Op grond van artikel 30 lid 4 Woningwet 2015 geldt het volgende voor de benoemingstermijn van een commissaris:

  • Een commissaris wordt benoemd voor ten hoogste vier jaar.
  • Een commissaris kan één maal voor een periode van ten hoogste vier jaar worden herbenoemd.
    • Het is niet mogelijk om na twee benoemingstermijnen, en een tussenpoos van 4 jaar of langer, nogmaals benoemd te worden als commissaris bij dezelfde corporatie.
    • Als een commissaris intreedt in het bestaande rooster van aftreden van de RvC en na al bijvoorbeeld 2 jaar aftreedt, kan deze toch maar één keer worden herbenoemd. 
  • Indien een lid van de RvC van een fuserende corporatie die de verdwijnende rechtspersoon is, na fusie toetreedt tot de RvC van de corporatie die de verkrijgende rechtspersoon is, wordt dit niet gezien als een (her)benoeming voor de toepassing van artikel 30 lid 4 Woningwet die het aantal benoemingstermijnen op maximaal twee stelt. De toetreding geldt wel als een (her)benoeming voor de fit en proper toets.
    NB Als het om een huurderscommissaris gaat is een nieuwe bindende voordracht van de huurdersorganisatie vereist.
  • Indien een lid van de RvC van een fuserende corporatie die de verkrijgende rechtspersoon is, na fusie zijn zetel weer inneemt  in de RvC van de corporatie die de (bestaande) verkrijgende rechtspersoon is, geldt dit niet als een (her)benoeming in de zin van de Woningwet.
  • De al dan niet aaneengesloten totale periode waarin een commissaris lid is van de RvC van dezelfde corporatie, is ten hoogste acht jaar.

Dient een bestuurder die een aanstelling en benoeming voor onbepaalde tijd heeft, herbenoemd te worden voor vier jaar conform de Woningwet?

In het geval van een bestuurder die vóór 1 juli 2015 is benoemd voor onbepaalde tijd geldt artikel 25 lid 3 niet.

Onverenigbaarheden

Welke werkzaamheden gaan niet samen met een functie van commissaris en bestuurder?

Voor zowel bestuurders als commissarissen van een corporatie moet voorkomen worden dat er sprake is van tegenstrijdige belangen tussen het uitoefenen van een functie voor de corporatie en andere (neven)functies van de betrokken persoon. Wat de Woningwet hieronder verstaat wordt voor commissarissen aangegeven in artikel 30 lid 5 van de Woningwet, dat de vereiste onafhankelijkheid van commissarissen onderling beschrijft, en in artikel 30 lid 6 sub i van de Woningwet dat de onverenigbaarheid van een commissariaat met bepaalde functies beschrijft. 

De onverenigbaarheden met het lidmaatschap van het bestuur worden beschreven in artikel 25 lid 6 van de Woningwet.

Meer informatie over onverenigbaarheden. 

Mag je als interim-bestuurder bij een woningcorporatie commissaris zijn bij een corporatie?

Dit is niet mogelijk als de interim-bestuurder is benoemd in de functie van bestuurder. Daarmee zou in strijd worden gehandeld met artikel 25 lid 4 sub b van de Woningwet. Dat artikel gaat niet alleen uit van een beperking van een mogelijke dubbelfunctie bij de eigen corporatie maar ook bij elke andere corporatie.

Ontstentenis en belet

Wanneer is sprake van ontstentenis of belet?

De Woningwet schrijft in artikel 25 lid 7 en artikel 30 lid 11 voor dat de statuten van de corporatie voorschriften bevatten over de wijze waarop voorlopig in het bestuur en de RvC van de corporatie wordt voorzien, in geval van ontstentenis of belet van de bestuurder(s) en commissarissen. 

Ontstentenis ziet op situaties waarin een bestuurder of commissaris zijn taak blijvend niet kan vervullen. Belet ziet op de situatie dat een bestuurder of commissaris tijdelijk zijn taak niet kan of mag vervullen.

Hoe kan tijdelijke vervanging worden geregeld bij ontstentenis en belet?

Indien een corporatie wordt geconfronteerd met ontstentenis (bijv. door overlijden of ontslag) of belet (bijv. door ziekte of schorsing) van de bestuurder zullen, bij een bestuur van twee of meer leden, de bestuurstaken tijdelijk kunnen worden ingevuld door een andere bestuurder van de corporatie.

Bij een corporatie met maar één bestuurder zal door de RvC binnen een zo kort mogelijke termijn de werving van een (interim) bestuurder in gang gezet moeten worden. Meer informatie over benoeming van een (interim)bestuurder.

Waarneming bestuurstaken door een commissaris
Als bij ontstentenis en belet een bestuursvacuüm dreigt op te treden, kan een commissaris de bestuurstaken tijdelijk waarnemen. Het waarnemen van bestuurstaken zou er in beginsel op gericht moeten zijn lopende zaken af te kunnen doen om te voorkomen dat de organisatie komt stil te liggen. Beslissingen over zaken die de kern van de corporatie raken, zoals omvangrijke investeringsbeslissingen zouden in beginsel niet door een waarnemend bestuurder moeten worden genomen, maar moeten wachten totdat een (interim) bestuurder is benoemd.

Waarneming van bestuurstaken door een commissaris gaat niet gepaard met een formele benoeming door de RvC en kan plaatsvinden zonder dat de betreffende commissaris door de Aw is getoetst op betrouwbaarheid en geschiktheid. Ook blijft de commissarisvergoeding (binnen de WNT-normen en/of Beroepsregel van de VTW) aan de orde en vindt geen betaling als bestuurder plaats. Wel treedt de commissaris tijdelijk terug uit de RvC.

De periode van waarneming is - op grond van bepaling 3.28 Governancecode Woningcorporaties en de Modelstatuten corporatie van Aedes/VTW) - gemaximeerd op drie maanden. Na afloop van de periode van waarneming kan de commissaris terugkeren in de RvC en zijn taken als toezichthouder opnieuw ter hand nemen.

Tijdelijke benoeming van een commissaris tot bestuurder
Aan een (tijdelijke) benoeming van een commissaris tot bestuurder ligt op grond van de Woningwet altijd een geschiktheid en betrouwbaarheidstoets ten grondslag, ook in het geval het een interim benoeming betreft. Na een (tijdelijke) benoeming tot bestuurder, kan de betreffende commissaris niet terugkeren naar de RvC van de corporatie (artikel 30, zesde lid sub b, Woningwet).

Geen toets Geschiktheid en Betrouwbaarheid bij benoeming interim bestuurder tot drie maanden 
Ten aanzien van tijdelijke of interim benoemingen hanteert de Aw het beleid, zoals vastgelegd in het Beoordelingskader Geschiktheid en Betrouwbaarheid, dat geen geschiktheid en betrouwbaarheidstoets nodig is bij benoemingen van maximaal drie maanden. Als de interim periode de drie maanden overschrijdt, bij aanvang dan wel na verlenging, dient de kandidaat (alsnog) voor een zienswijze te worden voorgedragen.

Goedkeuring bestuursbesluiten door RvC

Voor bestuursbesluiten tot het vervreemden van onroerende zaken van meer dan 10 miljoen euro is goedkeuring door de RvC nodig. Is het bedrag van 10 miljoen euro inclusief of exclusief btw?

Dit is exclusief btw.

Voor het doen van een investering ten behoeve van de volkshuisvesting van meer dan 3 miljoen euro is goedkeuring door de RvC nodig. Is het bedrag van 3 miljoen euro inclusief of exclusief btw?

Dit is exclusief btw.


Terug naar overzicht

Tags

Toezicht met passie
Toezicht op duurzaamheid