Governancecode Q&A

Regelmatig ontvangen Aedes en VTW vragen van leden over de uitleg en toepassing van de Governancecode Woningcorporaties 2015.

Mag ik van de Governancecode afwijken met 'leg uit'?

Afwijking met ‘leg uit’ is in de nieuwe Governancecode Woningcorporaties op een aantal bepalingen niet mogelijk, hiervoor geldt 'pas toe'. Dit staat in de Governancecode bij de bepalingen aangegeven.

Voor de overige bepalingen geldt dat woningcorporaties daarvan af kunnen wijken als dit volgens de betreffende woningcorporatie tot een beter resultaat leidt. Hierbij dient echter nog steeds in de geest van het principe gehandeld te worden en dient de woningcorporatie op inzichtelijke wijze te onderbouwen en actief te verantwoorden (‘leg uit’) waarom zij hiervan afwijkt. Over deze uitleg kan de woningcorporatie door zowel collega’s als andere belanghebbenden worden bevraagd en aangesproken. Indien een woningcorporatie in een specifieke situatie twijfelt over de toepasbaarheid van ‘leg uit’ dan kunnen zij zich wenden tot de Commissie Governancecode Woningcorporaties van Aedes en VTW. Deze Commissie doet dan een uitspraak over de kwestie.

Iedere belanghebbende kan de corporatie aanspreken over het toepassen van de Governancecode en bij (vermeend) niet of onjuist toepassen ervan een klacht indienen bij de Commissie Governancecode Woningcorporaties. Daarnaast brengt de Commissie jaarlijks verslag uit van haar bevindingen aan de besturen van Aedes en VTW. Als de Commissie van oordeel is dat de Governancecode wordt overtreden dan kunnen de besturen van Aedes en VTW een besluit nemen over mogelijke sancties.

Wat wordt met bepaling 3.10 van de Governancecode bedoeld? Wordt dit gesprek gevoerd met de RvC-leden?

Bepaling 3.10 luidt als volgt: Een meerhoofdig bestuur bespreekt ten minste één keer per jaar het gezamenlijk functioneren en dat van individuele leden.

Dit betekent dat, indien sprake is van een meerhoofdig bestuur, het bestuur ten minste één keer per jaar ook zelf het gezamenlijk functioneren bespreekt en dat van individuele leden. Het gesprek bedoeld in bepaling 3.10 wordt niet gevoerd met de RvC-leden.

Voor de jaarlijkse beoordeling door de RvC van het functioneren van de bestuurder (of in geval van een meerhoofdig bestuur: de bestuurders) en de rapportage over het proces in het jaarverslag geldt bepaling 3.9.

Mag ik bestuurder worden van de corporatie waar ik RvC-lid ben geweest?

Nee, dat is in strijd met de Governancecode Woningcorporaties. Deze bepaalt in 3.4 het volgende: Bestuursleden mogen in de drie jaar voorafgaand aan de benoeming tot bestuurder geen lid zijn geweest van de RvC van de woningcorporatie. Uitzondering hierop vormt het tijdelijk voorzien in het bestuur door een lid van de RvC bij belet en ontstentenis van bestuurders als bedoeld in 3.28.

Bepaling 3.28 luidt als volgt: In geval van ontstentenis of belet van het bestuur (voetnoot 34) kan een lid van de RvC bij hoge uitzondering voor maximaal drie maanden de rol van bestuurder op zich nemen. In dat geval treedt het lid tijdelijk terug uit de RvC en neemt dus niet deel aan de besluitvorming van de RvC. Na deze periode van maximaal drie maanden kan deze persoon weer toetreden tot de RvC (voetnoot 35). Hierbij wordt dit lid niet betrokken bij de besluitvorming over zaken die zich in die betreffende drie maanden hebben voorgedaan.

Meer informatie: Tijdelijke vervanging bestuurder door een commissaris

Voetnoot 34: Hieronder is te verstaan de situatie dat vanuit de werkorganisatie of door inzet van een externe geen adequate oplossing voorhanden is. Dat sluit aan bij artikel 25.7 van de Woningwet, waarin staat dat de statuten voorschriften moeten bevatten omtrent de wijze waarop, in geval van ontstentenis of belet van de bestuurders, voorlopig in het bestuur wordt voorzien.

Voetnoot 35: Artikel 30 lid 11 a van de Woningwet bepaalt dat de corporatie de wijze waarop daarin wordt voorzien in de statuten moet vastleggen.

Wat bepaalt 5.8 over de benoemingstermijn accountant?

Op grond van bepaling 5.8 van de Governancecode geldt vanaf boekjaar 2018 voor een corporatie die niet kwalificeert als een Organisatie van Openbaar Belang (OOB) een maximale benoemingstermijn van de externe accountant (kantoor) van 10 jaar. Van deze ‘pas toe’-bepaling kan niet worden afgeweken. In de formulering van de regel voor de maximale benoemingstermijn is geen ruimte voor een verlengingstermijn van één of meerdere jaren te lezen. In geval van fusie gaat de termijn niet opnieuw in.

De Commissie heeft bij een uitspraak inzake een algemeen toetsingsverzoek geoordeeld dat alleen van artikel 5.8 kan worden afgeweken indien sprake is van een situatie met het karakter van overmacht, dat wil zeggen een situatie die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is ondanks dat alles in het werk is gesteld om te voldoen aan de Governancecode. De Commissie heeft bij twee individuele toetsingsverzoeken, waarin was verzocht van de maximale aanstellingstermijn te mogen afwijken, uitgesproken dat gelet op de feiten en omstandigheden de Governancecode geen ruimte tot afwijking bood.

De maximale aaneengesloten periode voor een tekenend accountant om te controleren bij een niet-OOB bedraagt 7 jaar. Voor een OOB is dat 5 jaar.


Veel gezocht