Tijdelijke vervanging

Indien een corporatie wordt geconfronteerd met ontstentenis (bijv. door overlijden of ontslag) of belet (bijv. door ziekte of schorsing) van de bestuurder zullen, bij een bestuur van twee of meer leden, de bestuurstaken tijdelijk kunnen worden ingevuld door een andere bestuurder van de corporatie.

Bij een corporatie met maar één bestuurder zal door de RvC binnen een zo kort mogelijke termijn de werving van een bestuurder in gang gezet moeten worden. Meer informatie over benoeming van een bestuurder.

Een tijdelijke invulling en vervanging van de bestuurdersfunctie kan geschieden door:

  • een lid van de RvC tijdelijk de rol van bestuurder te laten vervullen, of
  • een ander persoon tijdelijk tot bestuurder te benoemen

Lid RvC aanwijzen om tijdelijk de rol van bestuurder te vervullen 

Als bij ontstentenis en belet een bestuursvacuüm dreigt op te treden, kan de RvC het besluit nemen een van haar leden aan te wijzen om tijdelijk de rol van bestuurder te vervullen. 

Als de RvC een van haar leden aanwijst om tijdelijk de rol van bestuurder te vervullen, treedt deze tijdelijk terug uit de RvC. Ook vindt geen bezoldiging als bestuurder plaats maar blijft de commissarisvergoeding binnen de normen van de VTW-Beroepsregel/WNT. 

Een commissaris kan op grond van bepaling 3.29 Governancecode Woningcorporaties en de Modelstatuten corporatie van Aedes/VTW) voor een periode van maximaal drie maanden de bestuurder vervangen. Na afloop kan de commissaris terugkeren in de RvC en zijn taken als toezichthouder opnieuw ter hand nemen.

Benoeming tijdelijk bestuurder

Als de RvC een persoon tot tijdelijk bestuurder benoemt vindt bezoldiging als bestuurder plaats. NB De WNT kent verschillende regels voor de bezoldiging van een bestuurder in dienstbetrekking en van een bestuurder niet in dienstbetrekking (meer informatie).

Als de RvC een van haar leden benoemt tot tijdelijk bestuurder moet de betreffende commissaris zijn commissariaat opgeven en kan deze niet meer terugkeren naar de RvC (artikel 30, lid 6 Woningwet).

Toets G&B

In beide gevallen is een geschiktheid- en betrouwbaarheidstoets door de Aw nodig. Er kan dan een spoedverzoek worden ingediend. Hierbij kan worden afgeweken van de lijst van in te dienen stukken. De Aw bepaalt welke informatie noodzakelijk is en welke informatie naderhand kan – moet – worden overlegd. Zo kan bijvoorbeeld de VOG worden overlegd ná verstrekking van de 'zienswijze onder voorwaarden'.

In de interim-periode, die zo kort mogelijk moet zijn mag de commissaris, die de rol van bestuurder vervult en die een zienswijze onder voorwaarden heeft ontvangen, niet betrokken zijn bij het nemen van zware strategische besluiten die de inrichting van de corporatie raken (zoals fusie, splitsing, overdracht onderneming). Dergelijke besluiten moeten wachten tot een bestuurder is benoemd die op de reguliere wijze door de Aw is getoetst en geschikt en betrouwbaar is bevonden zonder voorwaarden.

Bovenstaande geldt ook voor een bestuurder die tijdelijk is benoemd en een zienswijze onder voorwaarden heeft ontvangen.


Veel gezocht