Vervanging bestuurder

Indien een corporatie wordt geconfronteerd met ontstentenis (bijv. door overlijden of ontslag) of belet (bijv. door ziekte of schorsing) van de bestuurder zullen, bij een bestuur van twee of meer leden, de bestuurstaken tijdelijk kunnen worden ingevuld door een andere bestuurder van de corporatie.

Bij een corporatie met maar één bestuurder zal door de RvC binnen een zo kort mogelijke termijn de werving van een (interim) bestuurder in gang gezet moeten worden. Meer informatie over benoeming van een (interim)bestuurder.

Tijdelijke waarneming van de bestuurstaken door een commissaris

Als bij ontstentenis en belet een bestuursvacuüm dreigt op te treden, kan een commissaris de bestuurstaken tijdelijk waarnemen. Het waarnemen van bestuurstaken zou er in beginsel op gericht moeten zijn lopende zaken af te kunnen doen om te voorkomen dat de organisatie komt stil te liggen. Beslissingen over zaken die de kern van de corporatie raken, zoals omvangrijke investeringsbeslissingen zouden in beginsel niet door een waarnemend bestuurder moeten worden genomen, maar moeten wachten totdat een (interim) bestuurder is benoemd.

Waarneming van bestuurstaken door een commissaris gaat niet gepaard met een formele benoeming door de RvC en kan plaatsvinden zonder dat de betreffende commissaris door de Aw is getoetst op betrouwbaarheid en geschiktheid. Ook blijft de commissarisvergoeding (binnen de WNT-normen en/of Beroepsregel van de VTW) aan de orde en vindt geen betaling als bestuurder plaats. Wel treedt de commissaris tijdelijk terug uit de RvC.

De periode van waarneming is - op grond van bepaling 3.28 Governancecode Woningcorporaties en de Modelstatuten corporatie van Aedes/VTW) - gemaximeerd op drie maanden. Na afloop van de periode van waarneming kan de commissaris terugkeren in de RvC en zijn taken als toezichthouder opnieuw ter hand nemen.

Tijdelijke benoeming van een commissaris tot bestuurder

Aan een (tijdelijke) benoeming van een commissaris tot bestuurder ligt op grond van de Woningwet altijd een geschiktheid en betrouwbaarheidstoets ten grondslag, ook in het geval het een interim benoeming betreft. Na een (tijdelijke) benoeming tot bestuurder, kan de betreffende commissaris niet terugkeren naar de RvC van de corporatie (artikel 30, zesde lid sub b, Woningwet).

Geen toets Geschiktheid en Betrouwbaarheid bij benoeming interim bestuurder tot drie maanden 

Ten aanzien van tijdelijke of interim benoemingen hanteert de Aw het beleid, zoals vastgelegd in het Beoordelingskader Geschiktheid en Betrouwbaarheid, dat geen geschiktheid en betrouwbaarheidstoets nodig is bij benoemingen van maximaal drie maanden. Als de interim periode de drie maanden overschrijdt, bij aanvang dan wel na verlenging, dient de kandidaat (alsnog) voor een zienswijze te worden voorgedragen.

Tags

VTW Publicaties
Toezicht met Passie