Honorering 2021

De VTW kent sinds 2015 een voor alle leden bindende ‘Beroepsregel bezoldiging commissarissen’. De bezoldigingsmaxima voor RvC-leden en RvC-voorzitters liggen in de beroepsregel lager dan in de WNT waar deze respectievelijk 10% en 15% bedragen van het toepasselijk bezoldigingsmaximum dat op grond van de sectorregeling geldt voor de corporatie. Alleen in de hoogste klasse van de beroepsregel is het bezoldigingsmaximum gelijk aan het voor commissarissen geldende wettelijke bezoldigingsmaximum. Ook kent de beroepsregel meer bezoldigingsklassen dan de sectorale Regeling normering topinkomens toegelaten instellingen volkshuisvesting. De klasse die geldt voor de commissaris is dezelfde klasse die geldt voor de corporatie met uitzondering van klasse I en J.

Per 2017 is de beroepsregel op een aantal punten gewijzigd. Onder meer is bepaald dat de maximum bezoldigingsbedragen ieder jaar automatisch worden aangepast o.b.v. de jaarlijkse indexering van de sectorale regeling.

In 2018 is de beroepsregel geëvalueerd en heeft de ALV besloten om na het beschikbaar komen van de resultaten van de evaluatie van de WNT op, opnieuw te kijken naar de bezoldiging van commissarissen. Dit zal naar verwachting in de ALV van november 2021 zijn. Voor de jaren 2019, 2020 en 2021 heeft de ALV ingestemd met het handhaven van de beroepsregel en zijn de bezoldigingsmaxima steeds automatisch verhoogd op basis van de jaarlijkse indexering van de sectorregeling.

Bekijk:

Maxima Beroepsregel per 2021

De indexering van de bezoldigingsmaxima voor 2021 in de sectorale regeling met 3,8% leidt tot een verruiming van de bezoldigingsmaxima in de beroepsregel voor commissarissen. In onderstaande tabel vindt u de bezoldigingsmaxima voor 2021.

Tabel: maximum bedragen Beroepsregel (vetgedrukt) en WNT per 2021

Bekijk:

Bezoldiging Vicevoorzitter

Het VTW-bestuur heeft in mei 2020 besloten tot een toelichting op de Beroepsregel. Dit naar aanleiding van vragen en opmerkingen van leden over de honorering van de vicevoorzitter, die naar voren zijn gekomen bij monitoring van de naleving van de VTW-Beroepsregel in het jaar 2018. De toelichting luidt als volgt: 

''Voor een voorzitter is het bezoldigingsmaximum op grond van de Beroepsregel het toepasselijke maximum van de Beroepsregel dat geldt voor ‘Voorzitter’. Voor een vicevoorzitter en overige leden is dit het toepasselijke maximum van de Beroepsregel dat geldt voor ‘Lid’. 

Op grond van de Beroepsregel kan een vicevoorzitter een hogere bezoldiging ontvangen dan overige leden, maar nooit hoger dan het toepasselijke maximum van de Beroepsregel dat geldt voor ‘Lid’, als wordt voldaan aan onderstaande twee voorwaarden:

  1. De rol van de vicevoorzitter is zwaarder ingevuld; deze verlicht het werk van de voorzitter substantieel en neemt een deel van het werk van de voorzitter over.
  2. De bezoldiging van de voorzitter ligt onder het toepasselijke maximum van de Beroepsregel dat geldt voor ‘Voorzitter’.''

Waarom een aparte beroepsregel

Per 2015 zijn de maximumbezoldigingspercentages voor commissarissen in de WNT verhoogd. Voor een RvC-lid: van 5% naar 10% van het algemene WNT-bezoldigingsmaximum en voor een RvC-voorzitter: van 7,5% naar 15%. Tegelijkertijd is per 2015 het algemene WNT-bezoldigingsmaximum verlaagd van €230.474 naar €178.000.
Deze twee wijzigingen leidden per saldo tot een verruiming van de maximale bezoldiging voor commissarissen met ruim 54% per 2015 t.o.v. 2014. Een verruiming waarvoor de VTW zich destijds ook sterk heeft gemaakt in de richting van BZK en de politiek.

Omdat voor corporaties de sectorale regeling geldt, leidde bovenstaande wijzigingen voor corporatiecommissarissen tot een verruiming van de maximale bezoldiging met 100% per 2015 t.o.v. 2014. 

Voor de VTW was dit reden om per 2015 de beroepsregel in te voeren. Uitgangspunt hierbij was: “Recht doen aan de intentie van de WNT om commissarissen substantieel beter te belonen - omdat toezichthouden steeds professioneler wordt en de laatste jaren meer tijd vergt, de risico’s groter zijn geworden en de eisen veel strenger - en tegelijkertijd het voorkomen van de mogelijkheid de bezoldiging excessief te verhogen.”
De beroepsregel verhoogde het bezoldigingsmaximum van commissarissen in klassen A-J per 2015 met 54%, zoals de WNT het bedoeld had.

Toen de minister per 2016 de klassen I en J in de sectorale regeling samengevoegde met H en H aftopte op het (verlaagde) algemene bezoldigingsmaximum, is dit niet doorgevoerd in de beroepsregel. Dit was ook niet nodig omdat de bezoldigingsmaxima in klassen I en J op of onder het voor commissarissen geldende wettelijke bezoldigingsmaximum lagen. Hiermee zou bovendien de verruiming van de bezoldingsmaxima voor commissarissen in de klassen I en J per 2015, voor een groot deel weer teniet worden gedaan.

Evaluatie beroepsregel

Op 28 juni 2018 heeft de Algemene ledenvergadering van de VTW ingestemd met het voorstel van het bestuur om voor het jaar 2019 de beroepsregel voorlopig te handhaven. Overwegingen hierbij zijn: de conclusies van het ledenonderzoek en de interviews met stakeholders, alsmede het lopende validatie-onderzoek naar de wegingsfactoren in de huidige Regeling/Staffel n.a.v. de door de Tweede Kamer aangenomen motie-Koerhuis (TK 2017-2018, 34 775 XVIII, nr. 10) - dat zal zijn afgerond voordat in november 2018 de Regeling/Staffel voor het jaar 2019 wordt vastgesteld - en de evaluatie van de WNT die in 2019 is voorzien.

Na het beschikbaar komen van de resultaten van het validatie-onderzoek en de evaluatie van de WNT, zal het bestuur opnieuw bekijken, of de beroepsregel wordt gehandhaafd of dat wordt aangesloten bij de wet en hiertoe aan de ALV  een voorstel voorleggen.

Hoofdconclusies evaluatie
De geïnterviewde stakeholders (Aedes, NVBW, Woonbond, BZK en de Tweede Kamerfracties van VVD, CDA, D66 en SP) adviseren overwegend een bescheiden beloningsontwikkeling of adviseren het handhaven van de bestaande VTW-beroepsregel. In geval van wijziging van het beloningsbeleid wordt een overtuigende motivatie aanbevolen, een bescheiden omvang, en een verstandige timing van de implementatie ervan en de communicatie daarover.

Het ledenonderzoek kende een respons van 24% en was representatief voor het gehele ledenbestand. Hieronder worden de belangrijkste conclusies m.b.t. de beroepsregel, bezoldiging en tijdbesteding opgesomd.

Beroepsregel

  • 63% vindt dat de beroepsregel in 2019 moet worden gehandhaafd.
  • 83% vindt dat de beroepsregel moet uitgaan van twee maximum bezoldigingspercentages i.p.v. maximumbedragen.
  • 62% vindt dat de indeling in bezoldigingsklassen gelijk moet zijn aan die van de Regeling/Staffel (A-H i.p.v. A-J).

Bezoldiging

  • 85% vindt een hogere bezoldiging gerechtvaardigd.
  • De gemiddelde bezoldiging bedraagt in 2018 € 11.279 per jaar per commissariaat. Bij een gemiddelde tijdbesteding van 27 dagen per jaar, komt dat neer op een gemiddelde bezoldiging van € 417 per dag / € 52 per uur.
  • 51% vindt de bezoldiging adequaat, 48% vindt de bezoldiging te laag en 1% vindt de bezoldiging te hoog.
  • Commissarissen die voorzitter zijn en niet ook lid van een RvC-commissie zijn het meest tevreden; 75% vindt de bezoldiging adequaat en 25% vindt de bezoldiging te laag.

Tijdbesteding

  • 73% geeft aan dat de tijdbesteding de afgelopen (maximaal vijf) jaren is toegenomen. De aangegeven toegenomen tijdbesteding bedraagt gemiddeld 24%. De tijdbesteding van commissarissen die enkel RvC-voorzitter zijn en van RvC-leden of RvC-voorzitters die ook lid zijn van een RvC-commissie, is het meeste gestegen. Bijna iedereen noemt de toegenomen complexiteit van regelgeving als een van de oorzaken die hebben bijgedragen aan de toegenomen tijdbesteding. Ook meer voorbereidingstijd voor RvC-vergaderingen wordt vaak genoemd.
  • De gemiddelde tijdbesteding per commissariaat bedraagt 18 uur per maand/27 dagen per jaar. Voor een RvC-lid bedraagt de gemiddelde tijdbesteding 16 uur per maand/24 dagen per jaar en voor een RvC-voorzitter 21 uur per maand/32 dagen per jaar. De bezoldiging voor commissarissen in de WNT is gebaseerd op een gemiddelde tijdbesteding/werkbelasting van 16 uur per maand/24 dagen per jaar voor een lid en 24 uur per maand/36 dagen per jaar voor een voorzitter.
  • Commissarissen bij kleine corporaties (bezoldigingsklassen A en B) besteden 1-2 uur per maand minder aan hun commissariaat dan gemiddeld. Bij commissarissen in bezoldigingsklassen D, E, H en I is dit 1-2 uur per maand meer.
  • Commissarissen die RvC-lid en ook lid van een RvC-commissie zijn, besteden per commissariaat gemiddeld 25 dagen per jaar. Voor commissarissen die enkel RvC-lid zijn, is dit: 22 dagen per jaar. Commissarissen die RvC-voorzitter en ook lid van een RvC-commissie zijn, besteden per commissariaat gemiddeld 32 dagen per jaar. Voor commissarissen die enkel RvC-voorzitter zijn, is dit: 31 dagen per jaar.

Veel gezocht