Honorering 2021

De VTW kent sinds 2015 een voor alle leden bindende ‘Beroepsregel bezoldiging commissarissen’. De beroepsregel gaat uit van twee maximumbedragen per bezoldigingsklasse (voor lid en voorzitter). De bezoldigingsmaxima voor RvC-leden en RvC-voorzitters liggen in de beroepsregel (-11% tot -23%) lager dan de wettelijke maxima volgens de WNT (i.e. respectievelijk 10% en 15% van het toepasselijk bezoldigingsmaximum dat op grond van de sectorregeling geldt voor de corporatie). Alleen voor klasse J van de beroepsregel is het maximum gelijk aan het wettelijk bezoldigingsmaximum.
Ook heeft de beroepsregel twee bezoldigingsklassen meer (A-J) dan de sectorregeling die er acht kent (A-H). De voor de corporatie geldende bezoldigingsklasse volgens de sectorregeling geldt ook voor de RvC van de betreffende corporatie, met uitzondering van klasse H. Bij corporaties die volgens de sectorregeling in bezoldigingsklasse H vallen, kunnen hun RvC's volgens de beroepsregel in H, I of J vallen.

Per 2017 is de beroepsregel op een aantal punten gewijzigd. Onder meer is bepaald dat de maximum bezoldigingsbedragen ieder jaar automatisch worden aangepast o.b.v. de jaarlijkse indexering van de sectorregeling zodat de ALV de beroepsregel niet ieder jaar opnieuw hoeft vast te stellen.

In 2018 is de beroepsregel geëvalueerd en heeft de ALV besloten om na het beschikbaar komen van de resultaten van de evaluatie van de WNT op, opnieuw te kijken naar de bezoldiging van commissarissen. Dit zal naar verwachting in de ALV van november 2021 zijn. Voor de jaren 2019, 2020 en 2021 heeft de ALV ingestemd met het handhaven van de beroepsregel en zijn de bezoldigingsmaxima steeds automatisch verhoogd op basis van de jaarlijkse indexering van de sectorregeling.

Bekijk:

Maxima Beroepsregel per 2021

De indexering van de bezoldigingsmaxima voor 2021 in de sectorregeling met 3,8% leidt tot een verruiming van de bezoldigingsmaxima in de beroepsregel voor commissarissen. In onderstaande tabel vindt u de bezoldigingsmaxima voor 2021.

Tabel: maximum bedragen Beroepsregel (vetgedrukt) en WNT per 2021

Bekijk:

Bezoldiging Vicevoorzitter

Het VTW-bestuur heeft in mei 2020 besloten tot een toelichting op de Beroepsregel. Dit naar aanleiding van vragen en opmerkingen van leden over de honorering van de vicevoorzitter, die naar voren zijn gekomen bij monitoring van de naleving van de VTW-Beroepsregel in het jaar 2018. De toelichting luidt als volgt: 

''Voor een voorzitter is het bezoldigingsmaximum op grond van de Beroepsregel het toepasselijke maximum van de Beroepsregel dat geldt voor ‘Voorzitter’. Voor een vicevoorzitter en overige leden is dit het toepasselijke maximum van de Beroepsregel dat geldt voor ‘Lid’. 

Op grond van de Beroepsregel kan een vicevoorzitter een hogere bezoldiging ontvangen dan overige leden, maar nooit hoger dan het toepasselijke maximum van de Beroepsregel dat geldt voor ‘Lid’, als wordt voldaan aan onderstaande twee voorwaarden:

  1. De rol van de vicevoorzitter is zwaarder ingevuld; deze verlicht het werk van de voorzitter substantieel en neemt een deel van het werk van de voorzitter over.
  2. De bezoldiging van de voorzitter ligt onder het toepasselijke maximum van de Beroepsregel dat geldt voor ‘Voorzitter’.''

Waarom een aparte beroepsregel

Per 2013 is de WNT ingevoerd die een maximum stelt aan de bezoldiging van bestuurders, hoogst leidinggevenden en commissarissen in de publieke en semipublieke sector en bevat regels over het openbaar maken van de bezoldiging. Woningcorporaties vallen in het strengste regime van de WNT met een eigen sectorregeling per 2014. De eerdere sectorregeling die per 2013 zou gelden was in oktober van datzelfde jaar, in een gezamenlijke procedure van de VTW en de bestuurdersvereniging, door de rechtbank buiten toepassing verklaard.

Voor commissarissen leidde dit tot veel lagere bezoldigingsmaxima (-7% tot -34%) dan die van de eigen ‘Honoreringscode commissarissen, Code voor de honorering van commissarissen in woningcorporaties’. De WNT ging destijds uit van een gemiddelde tijdsbesteding van 13 dagen per jaar. Dit was aanleiding voor de VTW om, samen met de verenigingen van toezichthouders in de zorg en het onderwijs bij BZK en de politiek te pleiten voor een bezoldiging die meer recht zou doen aan de werkelijke werkdruk, de stijgende complexiteit door o.a. wet- en regelgeving en de gestelde eisen aan de kwaliteit van het interne toezicht.

Per 2015 werden de maximumbezoldigingspercentages voor commissarissen in de WNT verdubbeld in combinatie met een verlaging van het algemene wettelijke bezoldigings-maximum. Dit zou per saldo leiden tot een verruiming van de maximale bezoldiging voor commissarissen met ruim 54%. Hierbij werd uitgegaan van een gemiddelde tijdsbesteding van 24 dagen per jaar voor een lid en 36 dagen voor een voorzitter.
Omdat voor corporaties de sectorregeling geldt, leidde bovenstaande wijzigingen voor corporatiecommissarissen tot een verruiming van de maximale bezoldiging met 100% per 2015 t.o.v. 2014. 

Begin 2015 ontving het bestuur signalen dat een aantal rvc’s de bezoldiging van commissarissen met 100% hadden verhoogd. Dit was reden om de ALV op 20 april 2015 voor te stellen een voor alle leden bindende Beroepsregel in te voeren en daarmee de maxima in alle bezoldigingsklassen per 2015 met 54% te verhogen. Uitgangspunt hierbij was: “Recht doen aan de intentie van de WNT om commissarissen substantieel beter te belonen - omdat toezichthouden steeds professioneler wordt en de laatste jaren meer tijd vergt, de risico’s groter zijn geworden en de eisen veel strenger - en tegelijkertijd het voorkomen van de mogelijkheid de bezoldiging excessief te verhogen.”

Toen de minister per 2016 de klassen I en J in de sectorregeling samenvoegde met H en H aftopte op het (verlaagde) algemene bezoldigingsmaximum, is dit niet doorgevoerd in de beroepsregel. Dit was ook niet nodig omdat de bezoldigingsmaxima in klassen I en J op of onder het voor commissarissen geldende wettelijke bezoldigingsmaximum lagen. Hiermee zou bovendien de verruiming van de bezoldingsmaxima voor commissarissen in de klassen I en J per 2015, voor een groot deel weer teniet worden gedaan.

Evaluatie beroepsregel

Op 28 juni 2018 heeft de Algemene ledenvergadering van de VTW ingestemd met het voorstel van het bestuur om voor het jaar 2019 de beroepsregel voorlopig te handhaven. Overwegingen hierbij zijn: de conclusies van het ledenonderzoek en de interviews met stakeholders, alsmede het lopende validatie-onderzoek naar de wegingsfactoren in de huidige Regeling/Staffel n.a.v. de door de Tweede Kamer aangenomen motie-Koerhuis (TK 2017-2018, 34 775 XVIII, nr. 10) - dat zal zijn afgerond voordat in november 2018 de Regeling/Staffel voor het jaar 2019 wordt vastgesteld - en de evaluatie van de WNT die in 2019 is voorzien.

Na het beschikbaar komen van de resultaten van het validatie-onderzoek en de evaluatie van de WNT, zal het bestuur opnieuw bekijken, of de beroepsregel wordt gehandhaafd of dat wordt aangesloten bij de wet en hiertoe aan de ALV  een voorstel voorleggen.

Hoofdconclusies evaluatie
De geïnterviewde stakeholders (Aedes, NVBW, Woonbond, BZK en de Tweede Kamerfracties van VVD, CDA, D66 en SP) adviseren overwegend een bescheiden beloningsontwikkeling of adviseren het handhaven van de bestaande VTW-beroepsregel. In geval van wijziging van het beloningsbeleid wordt een overtuigende motivatie aanbevolen, een bescheiden omvang, en een verstandige timing van de implementatie ervan en de communicatie daarover.

Het ledenonderzoek kende een respons van 24% en was representatief voor het gehele ledenbestand. Hieronder worden de belangrijkste conclusies m.b.t. de beroepsregel, bezoldiging en tijdbesteding opgesomd.

Beroepsregel

  • 63% vindt dat de beroepsregel in 2019 moet worden gehandhaafd.
  • 83% vindt dat de beroepsregel moet uitgaan van twee maximum bezoldigingspercentages i.p.v. maximumbedragen.
  • 62% vindt dat de indeling in bezoldigingsklassen gelijk moet zijn aan die van de Regeling/Staffel (A-H i.p.v. A-J).

Bezoldiging

  • 85% vindt een hogere bezoldiging gerechtvaardigd.
  • De gemiddelde bezoldiging bedraagt in 2018 € 11.279 per jaar per commissariaat. Bij een gemiddelde tijdbesteding van 27 dagen per jaar, komt dat neer op een gemiddelde bezoldiging van € 417 per dag / € 52 per uur.
  • 51% vindt de bezoldiging adequaat, 48% vindt de bezoldiging te laag en 1% vindt de bezoldiging te hoog.
  • Commissarissen die enkel RvC-voorzitter zijn (en niet ook lid van een RvC-commissie) zijn het meest tevreden; 75% vindt de bezoldiging adequaat en 25% vindt de bezoldiging te laag.

Tijdbesteding

  • 73% geeft aan dat de tijdbesteding de afgelopen (maximaal vijf) jaren is toegenomen; gemiddeld met 24%. De tijdbesteding van commissarissen die RvC-voorzitter zijn (en wel/niet ook lid van een RvC-commissie) en van RvC-leden die ook lid zijn van een RvC-commissie, is het meeste gestegen. Meeste genoemde redenen: de toegenomen complexiteit als gevolg van regelgeving en meer voorbereidingstijd voor rvc-vergaderingen.
  • Voor een RvC-lid bedraagt de gemiddelde tijdbesteding voor een volledig commissariaat 24 dagen per jaar en voor een RvC-voorzitter 32 dagen per jaar. Commissarissen bij kleine corporaties (bezoldigingsklassen A en B) besteden 1,5 tot 3 dagen per jaar minder dan gemiddeld. Bij commissarissen in bezoldigingsklassen D, E, H en I is dit 1,5 tot 3 dagen per jaar meer.
  • Commissarissen die RvC-voorzitter zijn en ook lid van een RvC-commissie, besteden gemiddeld 32 dagen per jaar. Voor commissarissen die enkel RvC-voorzitter zijn, is dit 31 dagen per jaar.
  • Commissarissen die RvC-lid zijn en ook lid van een RvC-commissie, besteden gemiddeld 25 dagen per jaar. Voor commissarissen die enkel RvC-lid zijn, is dit 22 dagen per jaar.

Veel gezocht