Tegenstrijdige belangen

Onafhankelijkheid commissaris en wettelijke onverenigbaarheden

Voor commissarissen van een corporatie moet voorkomen worden dat er sprake is van tegenstrijdige belangen tussen het uitoefenen van een functie voor de corporatie en andere (neven)functies van de betrokken persoon. Wat de Woningwet hieronder verstaat wordt aangegeven in artikel 30 lid 5 van de Woningwet, dat de vereiste onafhankelijkheid van commissarissen onderling beschrijft, en in artikel 30 lid 6 sub i van de Woningwet dat de onverenigbaarheid van een commissariaat met bepaalde functies beschrijft. 

Artikel 30 lid 5 luidt als volgt: "De raad van toezicht is zodanig samengesteld dat de commissarissen ten opzichte van elkaar, het bestuur en welk deelbelang dan ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. Een commissaris is deskundig en heeft geen persoonlijk belang in de toegelaten instelling of de door haar in stand gehouden onderneming. Er is geen arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek tussen een commissaris en de toegelaten instelling."

Artikel 30 lid 6 van de Woningwet 2015 die per 1 juli 2015 van kracht is, bepaalt dat het lidmaatschap van de RvC onverenigbaar is met:

  • ''a. het lidmaatschap van een bestuur van een toegelaten instelling;'' Dit geldt eveneens voor een interim lidmaatschap van een bestuur. 
  • ''b. het eerdere lidmaatschap van het bestuur van de toegelaten instelling of haar directe rechtsvoorganger;''
  • ''c. het eerdere lidmaatschap van de raad van commissarissen van een toegelaten instelling of haar directe rechtsvoorganger, indien ten tijde van dat lidmaatschap in verband met een ondeugdelijke bedrijfsvoering aan die toegelaten instelling een aanwijzing als bedoeld in artikel 61d is gegeven of een maatregel als bedoeld in artikel 48, zevende lid, 61g, eerste, tweede of derde lid, 61h, eerste lid, 104a, eerste lid, 105, eerste lid, of 120b is opgelegd;''
  • ''d. het lidmaatschap van enige raad van commissarissen of dienovereenkomstige andere toezichthoudende instantie, indien een ander lid van de raad van commissarissen van de betrokken toegelaten instelling zitting heeft in die zodanige raad of instantie; ''
  • ''e. het lidmaatschap van een orgaan van, en een functie bij, een andere rechtspersoon of vennootschap die op het maatschappelijke belang gerichte werkzaamheden verricht, indien een bestuurder van de toegelaten instelling bestuurder is van die rechtspersoon of vennootschap;''
  • ''f. het lidmaatschap van een college van burgemeester en wethouders van een gemeente waar de toegelaten instelling haar woonplaats heeft of feitelijk werkzaam is, of van een orgaan van een organisatie die zich ten doel stelt de belangen van gemeenten te behartigen;''
  • ''g. het lidmaatschap van een college van gedeputeerde staten van een provincie waar de toegelaten instelling haar woonplaats heeft of feitelijk werkzaam is, of van een orgaan van een organisatie die zich ten doel stelt de belangen van provincies te behartigen;''
  • ''h. het lidmaatschap van een dagelijks bestuur van een waterschap waar de toegelaten instelling haar woonplaats heeft of feitelijk werkzaam is, of van een orgaan van een organisatie die zich ten doel stelt de belangen van waterschappen te behartigen;''
  • ''i. een functie als ambtenaar bij het Rijk, een provincie, een gemeente of een waterschap en enige andere functie, indien de aan die functie verbonden werkzaamheden meebrengen dat een betrokkenheid ontstaat of kan ontstaan bij de werkzaamheden van de toegelaten instelling of bij de ontwikkeling of de uitvoering van het overheidsbeleid op het terrein van de volkshuisvesting.''

Bij een benoeming van een commissaris in strijd met artikel 30 lid 6 van de Woningwet 2015 kan de Autoriteit woningcorporaties (Aw) een sanctie toepassen. Er is geen sprake van nietigheid van het vervullen van de functie, of het van rechtswege defungeren van de commissaris als lid van de RvC.

Bekijk hier de casuïstiek met het oordeel van de Aw over onverenigbaarheden zoals besproken op de ledenbijeenkomst op 12 mei 2017.

Statutaire onverenigbaarheden

In de modelstatuten die VTW en Aedes hebben opgesteld worden in artikel 14 lid 1 onder j t/m m nog de volgende aanvullende onverenigbaarheden genoemd. Deze kunnen optioneel in de statuten zijn opgenomen:

  • (j) een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek met de stichting;
  • (k) een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek met of functionele betrokkenheid bij een bedrijf of organisatie, waarvan de belangen strijdig zouden kunnen zijn met die van de stichting;
  • (l) een eerste of tweede graad van bloed-/aanverwantschap, huwelijk, geregistreerd partnerschap  of het voeren van een duurzame gemeenschappelijke huishouding met een lid van het bestuur, een lid van de Raad van Commissarissen of een werknemer van de stichting;
  • (m) een bestuurslidmaatschap van of een arbeidsovereenkomst een werknemersorganisatie welke pleegt betrokken te zijn bij de vaststelling van arbeidsvoorwaarden van werknemers van toegelaten instellingen.

Artikel 14 lid 3 bevat de optionele bepaling dat een lid van de RvC ten aanzien van wie zich een onverenigbaarheid voordoet, tenzij de onverenigbaarheid onmiddellijk ongedaan wordt gemaakt, aftreedt als lid van de RvC.

Woningmarktregio's

Op 30 augustus 2016 zijn door de minister woningmarktregio’s vastgesteld. Daarmee hebben alle corporaties in Nederland die geen categorale instelling zijn een kernwerkgebied gekregen. Binnen dit gebied mogen zij in alle gemeenten werkzaam zijn. Daarbuiten mogen zij geen nieuwbouw en aankoop van vastgoed meer starten.

Wanneer een commissaris lid is of wil worden van 2 of meer corporaties in hetzelfde woningmarktgebied hanteert de Aw het beginsel van “Nee, tenzij”, wat betekent dat een uitzondering op deze regel wordt gemaakt indien de RvC aantoont dat er geen sprake is van overlap van werkzaamheden tussen de corporaties en dat het ook nietaannemelijk is dat die kan ontstaan.

Wanneer twee corporaties bezit hebben in dezelfde gemeente, is er in ieder geval sprake van overlap van werkzaamheden. Een uitzondering op de regel is dan alleen mogelijk wanneer aangetoond kan worden dat er op (strategisch niveau) geen voornemens zijn om het bezit in die gemeente af te stoten dan wel aan te kopen, de omvang van het bezit marginaal is en er voldoende matregelen getroffen zijn om in de besluitvorming (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen.

Bij de beoordeling wordt gekeken met welke scherpte en diepgang de RvC deze casus heeft geduid, in hoeverre de mogelijke risico’s zijn onderkend en gewogen en welke maatregelen de RvC neemt wanneer er zich onverhoopt toch een situatie voordoet waarbij (de schijn van) belangenverstrengeling aan de orde is of hoe zij denkt dit te kunnen voorkomen. De Aw zal deze motivering bij zijn oordeel voor de zienswijze betrekken.

Overige informatie

  • "Kan een raadslid tevens lid zijn van een RvC van een woningcorporatie in hetzelfde werkgebied?" Lees hier het artikel van Janita Tabak

Veel gezocht