5

Criterium 5:
Rolverdeling

De toezichtvisie geeft inzicht in de verdeling van rollen van bestuur en toezicht en hoe deze rollen worden bijgesteld of actueel gehouden.

Kader uit de governancecode

De RvC heeft ten minste de volgende drie rollen: werkgever, toezichthouder en klankbord. In het bestuursreglement (wet of statuten) is de wijze van besluitvorming, verantwoording en de rolverdeling tussen bestuur en intern toezicht vastgelegd1.

Uitwerking in een goede toezichtvisie

Van belang in de toezichtvisie is om de rolverdeling specifieker uit te werken. ­Welke visie hebben bestuur en intern toezicht op hun rollen? Hoe verhoudt ­concreet de rol van RvC zich tot die van het bestuur? Hoe waakt men ervoor niet op elkaars stoel te belanden Daarnaast is het van belang om uit te werken hoe bestuur en RvC de rolverdeling evalueren, bijstellen en actueel houden. Bijvoorbeeld door dit onderwerp mee te nemen in de zelfevaluatie, remuneratiecommissie en/of in een aparte discussiebijeenkomst.

Suggesties ter verbetering
  • Welke aanpak wordt er gevolgd wanneer er spanningen worden geconstateerd bij de invulling van de taken (zowel binnen de RvC als tussen raad en bestuur)?
  • Evalueer (minimaal) jaarlijks de invulling van de rollen door bestuur en intern toezicht, eventueel kan hier 360 graden feedback van sleutelfiguren in de organisatie (controller, MT) en enkele voorname belanghebbenden bij betrokken worden
  • Expliciteer gebruikte metaforen en bespreek die, zodat bestuur en leden van de RvC daar dezelfde betekenis aan geven, bijvoorbeeld “luis in de pels” of “muziekstuk”
  • Vertrek bij het beschrijven van de rollen vanuit de normale situatie (bijvoorbeeld toezicht houden op basis van vertrouwen) en onderzoek welke alternatieve paden er zijn wanneer er tijdelijk geen sprake is van een normale situatie. Schep hiermee over en weer duidelijkheid in (tijdelijke) verandering van rollen
  • Beschrijf fundamentele waarden in de samenwerking tussen bestuur en toezicht zoals vertrouwen, verbinding maken, open houding en wat er wordt ­verstaan onder het beeld “het gaat goed”.
1 Principe 1.1 p.13 en principe 2.2 p.16