Samenwerking in lokale netwerken loont: 
kleine bedragen, groot effect

 

Het is vaak 
niet relevant wie de 
rekening betaalt

Deze ­bijdrage is geschreven op basis van een interview met Koos Parie en ­Gerard Erents, beiden ­adviseur
bij netwerk­organisatie
Orka-advies en commissaris.

Als maatschappelijke organisaties, waaronder corporaties, over grenzen samenwerken: wie betaalt dan de rekening? Vaak gaat het om kleine bedragen, met een groot effect. Toezichthouders moeten vertrouwen aan de organisatie geven.

Een Marokkaanse vrouw die in een sociale huurwoning woont, wordt onverwacht weduwe. Ze wil bij haar familie in Marokko wonen, maar heeft geen geld. Haar vliegticket wordt betaald uit een fonds waarin partners in de wijk, waaronder een corporatie, geld hebben gestort. Met een klein bedrag is de vrouw geholpen, ze zal niet verpieteren in de wijk, en de huurwoning komt vrij. Dit praktijkvoorbeeld – dat een zorgmedewerker heeft aangekaart in het lokale netwerk – laat zien dat samenwerking loont. Door geld uit het fonds te halen, en achteraf pas te bepalen welke organisatie het meest baat heeft gehad bij de actie (en die vervolgens het bedrag weer in het fonds stort), wordt bureaucratie vermeden en worden huurders om wie het gaat geholpen.

Leefwereld versus systeemwereld

Het gaat om de leefwereld, niet om de systeemwereld. Er moet ruimte zijn voor laagdrempelige initiatieven die wellicht geld kosten, maar die goed zijn voor bewoners en de buurt, én die direct of indirect geld opleveren. Neem de welzijnswerker die elke woensdag 10 pizza’s declareert. Wat blijkt: hij gaat met hangjongeren de buurt schoonmaken, en als beloning eten ze pizza. Tel uit je winst. Toezichthouders van een corporatie moeten het bestuur en de organisatie het vertrouwen geven: medewerkers weten wat er nodig is in de buurt. Probeer als RvC vooral weg te blijven van strikte controle of het geld wel goed is besteed, maar houd op hoofdlijnen de vinger aan de pols. Wijs het bestuur er wél op dat de corporatie integer met de besteding uit het fonds omgaat.

Informele netwerken

Zet als RvC de lokale netwerken jaarlijks op de agenda. Levert een samenwerkingsverband voldoende op voor de huurders? Informele netwerken kunnen ook hun dienst bewijzen. Een nieuw netwerk optuigen, kan juist nieuwe regels en bureaucratie opleveren. Wat zijn de gevolgen van deelname aan een netwerk voor het imago van de corporatie? En komt de rekening niet onevenredig bij de corporatie en dus bij de huurders te liggen? Die vragen moet de RvC wél stellen.

Grenzen

Als het om kleine bedragen gaat, zoals het vliegticket, is het minst relevant wie de rekening betaalt. Maar er zijn grenzen. Volgens de Woningwet mag een corporatie maximaal 126,00 euro per woning aan leefbaarheid uitgeven, tenzij met de gemeente verdergaande afspraken zijn gemaakt. Een corporatie die een medewerker aantrekt om verwarde mensen te ondersteunen? Dan is het veel effectiever om samen te werken met een organisatie die de geschikte mensen in dienst heeft. En daar is dat netwerk juist voor.

Deze ­bijdrage is geschreven op basis van een interview met Koos Parie en ­Gerard Erents, beiden ­adviseur
bij netwerk­organisatie
Orka-advies en commissaris.