Het spel dwingt tot keuzes maken 

Wat is de opgave in het werkgebied? Welke maatregelen zijn nodig? Die vragen staan centraal tijdens het Visie op wonen en wijkenspel van Platform31. Ook RvC’s van corporaties kunnen meedoen.

Aan het einde van het Visie op wonen en wijkenspel dat Platform31 heeft ontwikkeld, zijn de spelers óf allemaal winnaar óf allemaal verliezer. Als bijvoorbeeld deelnemers van een corporatie en een huurdersorganisatie samen voor een visie op de opgave in het werkgebied staan én ze zijn het eens over de benodigde maatregelen, dan wordt iedereen tot winnaar uitgeroepen. ‘Het spel is vooral een gespreksmiddel,’ stelt projectleider Vera Beuzenberg van Platform31. Het spel, waar maximaal zes spelers aan meedoen, bestaat uit twee fasen: in de eerste fase moeten de deelnemers vijf fiches neerleggen bij zeven thema’s, zoals duurzaamheid en betaalbaarheid. Ze kunnen meerdere fiches bij één thema leggen, als ze aan dat thema meer belang hechten. Al in deze fase gaan corporatiemedewerkers en huurders met elkaar in gesprek. ‘Ze lichten hun keuzes toe, en ze vragen bij elkaar door over hun overwegingen’, vertelt Beuzenberg die als spelleider erop toeziet dat iedereen meepraat.

Gelijkwaardig

Belangrijk is dat de gesprekspartners tijdens het spel gelijkwaardig zijn, stelt Beuzenberg. ‘In de Woningwet staat dat huurdersorganisaties meer zeggenschap hebben in de prestatieafspraken. Huurders hebben echter niet hetzelfde kennisniveau, en corporaties gebruiken jargon. Een regulier overleg gaat al snel over regels, over wat wel of niet mag. Maar over de opgave, wat er nodig is in het werkgebied, gaat het dan niet altijd. In dit spel juist wél.’ Als de keuzes voor de thema’s zijn gemaakt, moeten de spelers samen de maatregelen vastleggen die nodig zijn, zoals voor duurzaamheid of betaalbaarheid. En daarover moeten de deelnemers van corporaties en huurders het wél eens worden. ‘Dat maakt het lastiger, het dwingt de spelers om het achterste van hun tong te laten zien en argumenten uit te wisselen. Na afloop horen we vaak van de deelnemers dat er écht naar elkaar is geluisterd.’

Toezichthouders

In principe kunnen alle organisaties in het lokale netwerk het spel spelen. Dat geldt ook voor toezichthouders van corporaties, al zijn zij niet de primaire doelgroep. ‘De RvC kan het met de corporatie spelen of met een huurdersorganisatie. Via het spel ga je met elkaar in gesprek waar de corporatie voor staat, je leert meer over elkaars inzichten én over elkaar. Samen een spel spelen verbindt.’ En, zo vertelt Vera Beuzenberg: het spelelement zorgt voor veel plezier aan de tafels. Het spel duurt circa drie uur. ‘In die tijd ontstaat er echt een groepsgevoel. In het begin wacht iedereen rustig af, in de loop van het spel hangen deelnemers vaak over het bord. Uit enthousiasme.’