1

Inleiding

De afgelopen tien jaar heeft de zelfevaluatie van RvC’s van woningcorporaties zich ontwikkeld van een incidentele praktijk van enkele voorlopers, naar een jaarlijkse praktijk bij alle corporaties.

In de eerste jaren werd vooral aandacht besteed aan de inrichting van het intern toezicht. Nu richt de aandacht zich meer en meer op de inhoud van het toezicht, de kwaliteit van de interacties binnen de raad en met de bestuurder en de daaraan ten grondslag liggende cultuur. De waarde van de zelfevaluatie is het op peil houden van de kwaliteit van het interne toezicht. Inmiddels wordt breed onderschreven dat het lerend vermogen van commissarissen door zelfreflectie wordt versterkt.

Het in praktijk brengen van een goede zelfevaluatie blijft lastig. Wie een lange succesvolle traditie van zelfevaluaties kent, wil dat de zelfreflectie niet sleets wordt. Wat is er nodig om er jaarlijks weer nieuwe energie en inspiratie uit te halen? Met andere woorden, hoe zorgt een raad ervoor dat de zelfevaluatie een stimulans blijft om de leercurve aan te blijven zwengelen?

Deze herziene handreiking biedt RvC’s ideeën en praktische tips. Die zijn gebaseerd op ruime praktijkervaring van de auteur, Hildegard Pelzer, en haar collega’s bij Governance Support met het begeleiden van zelfevaluaties in uiteenlopende sectoren waaronder woningcorporaties. Ook bestuurssecretarissen kunnen de handreiking gebruiken ter ondersteuning van de RvC bij het inrichten van de zelfevaluatie.

De handreiking begint in hoofdstuk 2 met een korte schets van de kenmerken van zelfevaluatie en daarvan afgeleid de voorwaarden bij de RvC die mede bepalend zijn voor het succes van de zelfevaluatie.De hoofdstukken 3 en 4 geven handvatten voor de inhoud en de aanpak van de zelfevaluatie. In hoofdstuk 5 wordt het expliciet evalueren van de afzonderlijke leden van de RvC besproken; de wenselijkheid daarvan en hoe een dergelijke evaluatie ingericht kan worden. In hoofdstuk 6 worden handreikingen gegeven voor het evalueren van de documenten die de spelregels voor de RvC beschrijven. De hoofdstukken 3 t/m 6 worden steeds afgesloten met vragen die de RvC helpen bij het maken van keuzen voor de inrichting van de eigen zelfevaluatie. De publicatie eindigt met een antwoord op de vraag wanneer de zelfevaluatie een succes is (hoofdstuk 7).

Als gezegd is de handreiking gebaseerd op praktijkervaring. Daarom nodigen wij u graag uit om good practices, do’s and don’ts en creatieve ideeën te delen met collega-commissarissen. Dit kan door een email te sturen naar bureau@vtw.nl