1

Inleiding

Prestatieafspraken geven richting aan het maatschappelijk presteren van de corporatie, zetten de noodzaak van lokaal volkshuisvestingsbeleid op de gemeentelijke politieke agenda, en ze helpen huurdersorganisaties om hun belang voor het voetlicht te brengen. De prestatieafspraken raken zowel de interne als externe doelen en zijn daarmee ook de RvC van groot belang.

Woningcorporaties sluiten in beginsel jaarlijks prestatieafspraken met gemeenten en huurdersorganisaties. Dit is een kerninstrument voor een wederkerige samenwerking in het lokale netwerk. De prestatieafspraken zijn als instrument in de Woningwet verankerd, inclusief de procedures. Ook vóór de Woningwet bestonden prestatieafspraken al. Het belang van prestatieafspraken is echter met de wet wel toegenomen. Ze geven richting aan het maatschappelijk presteren van de corporatie, zetten de noodzaak van lokaal volkshuisvestingsbeleid op de gemeentelijke politieke agenda, en ze helpen huurdersorganisaties om hun belang voor het voetlicht te brengen. Daarmee hebben prestatieafspraken een groot effect op de activiteiten van de corporatie.

Tegelijkertijd krijgen prestatieafspraken, ondanks de wettelijke uitwerking, op lokaal niveau een heel verschillende invulling, afhankelijk van de lokale volkshuisvestelijke opgaven en de insteek van partners die aan tafel zitten.

Rol RvC

De rol van de Raad van Commissarissen (RvC) bij het tot stand komen van prestatieafspraken is (vaak) beperkt. De Woningwet geeft aan dat de RvC goedkeuring verleent aan het overzicht van voorgenomen werkzaamheden per 1 juli, als basis voor prestatieafspraken. Daarmee stopt de rol van de RvC  niet. Omdat prestatieafspraken een kerninstrument zijn in de lokale samenwerking, raken ze ook de woningcorporatie in al haar facetten: richting haar missie, de taakopvatting, bedrijfsvoering, portefeuillestrategie, wijk- en dorpsaanpakken, maar ook samenwerking rond wonen en zorg, en rond duurzaamheid. De prestatieafspraken raken daarmee zowel de interne als externe doelen.

Deze belangenafweging (intern-extern) is een kernopgave van goed bestuur en toezicht. Omdat de RvC tot taak heeft toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken (art. 31 lid 1 Woningwet), heeft ook zij belang bij adequate prestatieafspraken. Daarbij richten de commissarissen zich naar het belang van de corporatie, het te behartigen maatschappelijke belang en naar het belang van de betrokken stakeholders. Hierbij staat de RvC het bestuur met raad ter zijde. Dat kan bij complexe bestuurlijke verhoudingen rond de totstandkoming van prestatieafspraken een belangrijke rol zijn.  

Oog én oor voor de samenleving

Van de RvC wordt verwacht dat zij niet alleen interngericht (risico- en continuïteitgedreven) toezicht houdt, maar ook oog én oor heeft voor de samenleving. In principe 4 van de Governancecode is dit verankerd: ‘in dialoog gaan met belanghebbende partijen, en oog hebben voor andere belanghebbende partijen in het netwerk’. De RvC is daarmee onderdeel van het netwerk waarin de corporatie functioneert. Bij prestatieafspraken speelt voor de RvC deze tweezijdige focus op interne en externe belangen.

Maar hoe geef je hier als RvC invulling aan? De wijze waarop RvC‘s dit doen verschilt. In deze handreiking geven we op basis van het proces om te komen tot prestatieafspraken en op basis van praktijkervaringen suggesties hoe de RvC haar rollen kan vormgeven.

Leeswijzer

In deze handreiking wisselen we af tussen de formele inzet rond prestatieafspraken en de rol van de RvC hierbij. In hoofdstuk 2 beschrijven we eerst de totstandkoming van de prestatieafspraken, vanuit de formele procedure, de praktijk en de rol van de RvC hierbij. In hoofdstuk 3 zetten we een stap naar voren: het gemeentelijke woonbeleid als basis voor de prestatieafspraken. Hier gaan we in op beleidsbeïnvloeding. Welke rol kun je als corporatie, in het licht van deze handreiking in het bijzonder de RvC, hebben bij de totstandkoming van dit beleid? En hoe heeft dit beleid effect op de activiteiten van de corporatie? Hoofdstuk 4 gaat over uitvoering en verantwoording van prestatieafspraken, met uiteraard ook aandacht voor de rol van de corporatie en de RvC. Tot slot gaan we in hoofdstuk 5 in op netwerktoezicht in relatie tot prestatieafspraken. Hoe kun je het netwerktoezicht (vanuit de RvC) goed inrichten, onder andere rond prestatieafspraken. In hoofdstuk 6 geven we enkele links naar websites met nadere informatie.