Marinus Kempe (bestuur) en John van den Dungen (RvC)  over toezicht in netwerkorganisatie

Je moet als RvC durven loslaten

Samenwerken zit in het DNA van corporatie De Kernen in Hedel. Medewerkers krijgen de verantwoordelijkheid om – samen met lokale partners - hun talent in te zetten voor het doel waar de corporatie voor staat. De netwerkorganisatie vraagt wél om ander gedrag van de RvC-leden. ‘Je moet als RvC durven loslaten.’

Of nu één van de dorpskernen op de schop gaat, het beheer van het buurthuis ter discussie staat of investering in zorgvastgoed: corporatie De Kernen werkt met lokale partners, van gemeente tot zorginstelling, om de vaak complexe opgaven aan te pakken. Talent en kennis van de medewerkers worden - dwars door de hele organisatie  - ingezet om het hogere doel te dienen: goed wonen voor (kwetsbare) huurders met een laag inkomen.

Om dat doel te realiseren heeft directeur-bestuurder Marinus Kempe van De Kernen een cultuurverandering in gang gezet: van een hiërarchische organisatie naar een netwerkorganisatie. Niet de functie of afdeling staat centraal, maar wat een medewerker kan bijdragen aan de complexe maatschappelijke opgaven. Zo schakelt een medewerker die een kleine reparatie uitvoert en ziet dat de bewoner vereenzaamt, zorghulp in. Als voorbeeld.

De RvC stemde in met de netwerkorganisatie als onderdeel van de nieuwe strategie. Toch moest (en moet) de raad nog wennen aan de nieuwe situatie, aldus RvC-voorzitter John van den Dungen. ‘Marinus was altijd het enige aanspreekpunt, nu zijn dat vaker medewerkers met ieder hun eigen expertise. We vroegen ons af hoe Marinus op deze manier het overzicht hield. Of hij nog voldoende grip had. Dat gaf soms een onzeker gevoel.’


Het gaat om het hogere doel van de corporatie, en of de keuzes van de organisatie daarin passen


 

Ruimte voor dialoog

Volgens Kempe is er alle ruimte voor dialoog, ook om dergelijke onzekerheden te bespreken. Daarnaast krijgt de RvC alle kans om binnen de netwerkorganisatie zelf informatie op te halen. Volgens de directeur-bestuurder is het belangrijk dat de RvC inzicht krijgt in hoe keuzes tot stand komen. ‘Het gaat om het hogere doel van de corporatie, en of de keuzes van de organisatie daarin passen.’

Als RvC-voorzitter moet Van den Dungen de raad af en toe herinneren aan de gekozen aanpak. ‘Als het spannend wordt, merk je dat sommigen de neiging hebben om op de inhoud te gaan zitten. Ik snap het wel: niemand wil in de krant met negatief nieuws. Dan is het mijn rol om te zeggen dat we voor de netwerkorganisatie hebben gekozen, en dus moeten durven loslaten.’

Omslagpunt

De Kernen werkt sinds twee jaar als netwerkorganisatie. Volgens RvC-voorzitter Van den Dungen zijn de RvC en het bestuur op de goede weg. ‘Het omslagpunt kwam toen we positieve reacties kregen van onze partners, zoals in het visitatierapport. Toen bleek dat we echt resultaten behaalden. Dat duwtje in de rug hebben we, in alle eerlijkheid, wel nodig gehad.’

Kempe vindt dat bestuur en toezicht niet krampachtig op elkaar reageren. ‘Als je het ongemak voelt, dan ga je daarover in gesprek. We zijn een lerende organisatie, op die manier komen we samen verder.’ Van den Dungen: ‘We hebben moeten leren elkaars onzekerheden en gevoeligheden met elkaar te delen.’

Marinus Kempe (bestuur) en John van den Dungen (RvC) over toezicht in netwerkorganisatie

Je moet als RvC durven loslaten

Samenwerken zit in het DNA van corporatie De Kernen in Hedel. Medewerkers krijgen de verantwoordelijkheid om – samen met lokale partners - hun talent in te zetten voor het doel waar de corporatie voor staat. De netwerkorganisatie vraagt wél om ander gedrag van de RvC-leden. ‘Je moet als RvC durven loslaten.’

Of nu één van de dorpskernen op de schop gaat, het beheer van het buurthuis ter discussie staat of investering in zorgvastgoed: corporatie De Kernen werkt met lokale partners, van gemeente tot zorginstelling, om de vaak complexe opgaven aan te pakken. Talent en kennis van de medewerkers worden - dwars door de hele organisatie  - ingezet om het hogere doel te dienen: goed wonen voor (kwetsbare) huurders met een laag inkomen.

Om dat doel te realiseren heeft directeur-bestuurder Marinus Kempe van De Kernen een cultuurverandering in gang gezet: van een hiërarchische organisatie naar een netwerkorganisatie. Niet de functie of afdeling staat centraal, maar wat een medewerker kan bijdragen aan de complexe maatschappelijke opgaven. Zo schakelt een medewerker die een kleine reparatie uitvoert en ziet dat de bewoner vereenzaamt, zorghulp in. Als voorbeeld.

De RvC stemde in met de netwerkorganisatie als onderdeel van de nieuwe strategie. Toch moest (en moet) de raad nog wennen aan de nieuwe situatie, aldus RvC-voorzitter John van den Dungen. ‘Marinus was altijd het enige aanspreekpunt, nu zijn dat vaker medewerkers met ieder hun eigen expertise. We vroegen ons af hoe Marinus op deze manier het overzicht hield. Of hij nog voldoende grip had. Dat gaf soms een onzeker gevoel.’

 


Het gaat om het hogere doel van de corporatie, en of de keuzes van de organisatie daarin passen


Ruimte voor dialoog

Volgens Kempe is er alle ruimte voor dialoog, ook om dergelijke onzekerheden te bespreken. Daarnaast krijgt de RvC alle kans om binnen de netwerkorganisatie zelf informatie op te halen. Volgens de directeur-bestuurder is het belangrijk dat de RvC inzicht krijgt in hoe keuzes tot stand komen. ‘Het gaat om het hogere doel van de corporatie, en of de keuzes van de organisatie daarin passen.’

Als RvC-voorzitter moet Van den Dungen de raad af en toe herinneren aan de gekozen aanpak. ‘Als het spannend wordt, merk je dat sommigen de neiging hebben om op de inhoud te gaan zitten. Ik snap het wel: niemand wil in de krant met negatief nieuws. Dan is het mijn rol om te zeggen dat we voor de netwerkorganisatie hebben gekozen, en dus moeten durven loslaten.’

Omslagpunt

De Kernen werkt sinds twee jaar als netwerkorganisatie. Volgens RvC-voorzitter Van den Dungen zijn de RvC en het bestuur op de goede weg. ‘Het omslagpunt kwam toen we positieve reacties kregen van onze partners, zoals in het visitatierapport. Toen bleek dat we echt resultaten behaalden. Dat duwtje in de rug hebben we, in alle eerlijkheid, wel nodig gehad.’

Kempe vindt dat bestuur en toezicht niet krampachtig op elkaar reageren. ‘Als je het ongemak voelt, dan ga je daarover in gesprek. We zijn een lerende organisatie, op die manier komen we samen verder.’ Van den Dungen: ‘We hebben moeten leren elkaars onzekerheden en gevoeligheden met elkaar te delen.’