3

Fase van positioneren

Scherp krijgen waar de volkshuisvestelijke urgentie zit en of zelfstandig blijven, samenwerken of fusie hierop een passend antwoord is, vraagt om zelfonderzoek. Wat is het ‘eigen’ vraagstuk? Wat is er nodig om in het belang van huurders en woningzoekenden te excelleren? En wat is juist belangrijk om te borgen? Deze fase vraagt in de kern om zelfreflectie, kritisch doorvragen om te komen tot de essentie om vervolgens met elkaar richting te bepalen.

Belangrijke processtappen

Inzicht in de opgaven & prestaties

Zowel een inhoudelijke analyse als een goed gesprek met in ieder geval de RvC en het managementteam (MT) geven het bestuur antwoord op fundamentele vragen als:

  • Waar liggen de behoeften van huurders en woningzoekenden?
  • Wat zijn de belangrijkste opgaven en ambities?
  • Hoe verhoudt de organisatie zich tot de voorliggende opgaven en ambities?
  • Wat zijn de sterke punten om verder te versterken en waar liggen de kwetsbaarheden waarop een antwoord te vinden?
  • Waar staat de woningcorporatie voor (eigen identiteit en kernwaarden)
  • en wat is daarin belangrijk om te behouden?

Een realistisch beeld van de eigen organisatie is essentieel onder meer waar het gaat om schaal en professionaliteit, kwaliteit, het functioneren van de governance, de financiële positie en personele continuïteit. Zonder dit inzicht is het risico groot dat zelfstandig blijven een ‘must’ is, of dat samenwerking of fusie een ‘vlucht naar voren’ wordt in plaats van een bewuste keuze.

Veelgebruikte modellen voor deze exercitie zijn o.a. een SWOT-analyse, een PESTEL-analyse of een 7S-analyse. Een extern bureau kan gevraagd worden om de fase van positionering te begeleiden. Dit voorkomt blinde vlekken en kan zorgen voor extra scherpte in het gesprek.

Richting bepalen

Zicht krijgen op de opgaven in relatie tot de kracht en kwetsbaarheid van de organisatie maakt duidelijk:

  • Wat er nodig is om volkshuisvestelijk te blijven presteren.
  • Wat dit vraagt van zowel de organisatorische als financiële slagkracht en welke stappen hierin zijn te zetten.
  • Welke volkshuisvestelijke, organisatorische en financiële uitgangspunten en condities (zowel waarop te excelleren als te borgen) van belang zijn.
  • Of de corporatie in staat is om dit vanuit zelfstandige positie in het belang van de huurder en woningzoekende (op langere termijn) waar te maken.
  • Zo nee, welk perspectief (structurele samenwerking of fusie) meer passend is en wat dit vraagt in het partnerprofiel.

Een hulpinstrument in deze fase is de zogenaamde afwegingsmatrix waarbij de uitgangspunten worden afgezet tegenover de varianten zelfstandig blijven, samenwerken en fusie. Met de kennis uit voorgaande stap wordt elke variant ‘gescoord’ op de afzonderlijke uitgangspunten en het overall beeld. Door deze exercitie mede gevoed vanuit het MT met bestuur & RvC te doen, vindt met aandacht voor de onderliggende argumenten het kritisch gesprek met elkaar plaats.

Principekeuze & voorbereiding vervolg

Sluitstuk van deze fase is duidelijkheid over welke richting te kiezen en, ongeacht de keuze, de voorbereidingen te treffen voor het vervolg:

  • Bij zelfstandig blijven; een actieplan dat ingaat op wat er nodig is om volks­huisvestelijk (beter) te presteren en welke stappen te zetten als organisatie.
  • Bij (structurele) samenwerking; expliciet maken welke versterking nodig is, waarop samen te werken en welke partij(en) dit kan/kunnen bieden.
  • Bij fusie; het verkennen van potentiële fusiepartner(s) die op basis van de ­opgestelde volkshuisvestelijke, organisatorische en financiële uitgangspunten en condities een goede match (kunnen) zijn.

Belangrijk in dit kader is dat bij de eventuele keuze voor fusie in een latere fase, de Aw in het belang van de volkshuisvesting en lokale binding toetst of alternatieven voor fusie zijn onderzocht (Beleidsregel Aw, 1 juli 2025).

Bij de keuze voor samenwerking of fusie gaat deze stap (vaak) gepaard met het ­formuleren van kaders en/of randvoorwaarden. Gekoppeld aan en aanvullend op de geformuleerde uitgangspunten en condities, zijn dit de kritische succesfactoren in het komen tot een weloverwogen keuze voor een partner. Deze kritische succesfactoren vormen het beoordelingskader voor de partneranalyse, op basis waarvan deze fase wordt afgesloten met de selectie van een voorkeurspartner voor het ­vervolgtraject.

Wat dit vraagt in jouw rol als commissaris

De positioneringsfase vraagt van de RvC strategische scherpte en proces­bewustzijn. De RvC zorgt dat in het belang van huurders en woningzoekenden goede doordachte keuzes maakt. Daarmee wordt de basis gelegd voor zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde besluitvorming.

Kaderstellend vermogen

De RvC wordt in deze fase gevraagd om strategische kaders te formuleren, mede ter bewaking van de integraliteit:

  • Wat verstaan wij onder maatschappelijke meerwaarde? Welk maatschappelijk doel staat centraal?
  • Welke aspecten willen wij toetsen (volkshuisvestelijk, organisatorisch en financieel) en welke zijn ‘nice-to-have’ of ‘need-to-have’?
  • Welke belangen worden meegewogen en welke partijen worden betrokken in het proces?
  • Welke positie nemen wij als RvC in binnen deze fase, waarin meegenomen de rol van de commissaris en de behoeften van het bestuur?

Kritisch bevragen, luisteren en verdiepen

De positioneringsfase vraagt om het stimuleren van de dialoog met het bestuur, erop gericht om:

  • Te verdiepen op de inhoudelijke analyse en daarin vanuit meerdere perspectieven het gesprek aangaan of het ‘eigen’ beeld realistisch is.
  • Vanuit een veilige setting onderliggende argumenten, zienswijzen, dilemma’s en/of gevoelens tijdig op tafel te hebben liggen, hierop door te vragen en deze een plek te geven.
  • Te toetsen of bij te maken keuzes, alternatieven (varianten en/of partners) in voldoende mate zijn verkend.

Toets op zorgvuldigheid van het proces

In het komen tot de juiste afslag (zelfstandig blijven, samenwerken of fusie) en als opmaat naar de besluitvorming en goedkeuring:

  • Geeft de positiebepaling antwoord op de onderzoeksvraag?
  • Zijn alle inhoudelijke aspecten (opgaven, organisatie, financiën) in de onderlinge samenhang in beeld gebracht?
  • Hebben we de stappen inclusief eventuele betrokkenheid in het komen tot een verantwoordbaar proces in alle zorgvuldigheid gezet?

Bewustwording op dilemma’s en spanningsvelden

Storm in een glas water?

Transparantie en vroegtijdige dialoog met de omgeving óf eerst bestuurlijke en toezichthoudende ruimte creëren om intern tot gezamenlijke beeldvorming te komen?

Enerzijds vraagt goed bestuur om openheid en het tijdig betrekken van medewerkers, huurders en andere belanghebbenden zodat hun perspectieven worden meegenomen in de positiebepaling. Anderzijds kan te vroege of ongerichte communicatie leiden tot onrust, beeldvorming en verwachtingen, terwijl de richting nog niet is uitgekristalliseerd. In de balans tussen transparantie en zorgvuldigheid vraagt dit om een afgewogen keuze bij aanvang van de positionering.

Behoud of beweging?

Hoe kan ruimte worden behouden voor een open en objectieve afweging terwijl tegelijkertijd ‘eigen praktijkervaringen’, opvattingen en voorkeuren een rol spelen?

Een zorgvuldig positioneringsproces vraagt om een open blik op opgaven, ­kansen en toekomstbestendigheid. Tegelijkertijd kunnen bestaande relaties, ­cultuur, autonomie en vertrouwde werkwijzen bewust of onbewust invloed ­hebben op de gewenste uitkomst. Maak deze onderliggende ‘drijfveren’ tijdig zichtbaar en bespreekbaar om deze fase onbevangen in te gaan.

Arrow-prev Arrow-next