De inrichting en ontwikkeling van de organisatie is een doorlopend proces en start al in het fusietraject. Continue aandacht en reflectie is nodig om stappen te blijven zetten.

Dit geldt voor bestuur, voor MT, voor de medewerkers en ook voor de RvC. Belangrijke thema’s daarbij zijn:
In de fase na samenwerking of fusie komen verschillende ontwikkel- en integratievraagstukken in samenhang samen. Sommige thema’s vragen van de RvC vooral reflectie en sparring op koers, cultuur en governance, terwijl andere thema’s nadrukkelijk raken aan de toezichthoudende rol op voortgang, samenhang en zorgvuldigheid van de integratie.
Bij het vormgeven van de nieuwe organisatie is het voor de RvC en het bestuur van belang om gezamenlijk invulling te geven aan de visie op bestuur en toezicht houden. Aansluitend op de fusiecorporatie betekent dit in deze fase vooral het toewerken naar:
Deze stap volgt na de definitieve samenstelling RvC en bestuur, in deze fase in gang te zetten als opmaat naar en onderdeel van de integratie van het zijn van één organisatie.
Tijdens de integratiefase is het voor de commissaris van belang om te toetsen of de organisatieontwikkeling in samenhang verloopt en blijft bijdragen aan de ambities van de fusiecorporatie. Belangrijke vragen die de commissaris hierbij kan stellen zijn:
De onderlinge harmonie in een nieuw samengesteld team bewaren versus het bespreekbaar maken van aannames en spanningen die nodig zijn om als team te groeien.
Een nieuw samengestelde RvC bestaat uit commissarissen met verschillende achtergronden, ervaringen en gewoonten. Juist in de eerste periode kan de behoefte groot zijn om de onderlinge verhoudingen goed te houden en verschillen niet direct op tafel te leggen. Tegelijkertijd schuilt daarin het risico dat aannames over onderwerpen als de organisatie of het bestuur naar elkaar onuitgesproken blijven en geleidelijk als waarheid worden ervaren.
De uitdaging voor de RvC is (ook als voorbeeldgedrag) om een cultuur te ontwikkelen waarin het behoud van een goede relatie niet ten koste gaat van openheid, reflectie en het tijdig bespreekbaar maken van wat onder de oppervlakte speelt.
Voorkom dat de werkwijze van de grootste of meest invloedrijke partij vanzelfsprekend de norm wordt, terwijl het juist de kracht van fusie is om de sterke punten van beide organisaties ten volle te benutten.
Bij fusie of samenwerking bestaat het risico dat kennis, processen en werkwijzen van de grootste organisatie als vanzelf leidend worden. Dat hoeft niet verkeerd te zijn, maar kan ertoe leiden dat waardevolle kwaliteiten, ervaringen en perspectieven van de andere fusiepartner onvoldoende worden benut. De RvC ziet erop toe dat keuzes niet worden ingegeven door omvang of historie, maar dat het bestuur bewust afweegt welke werkwijze het beste past bij de nieuwe organisatie daarin meewegend het belang van de huidige organisaties.