Samenwerkings- en fusietrajecten zijn in de corporatiesector allang geen uitzondering meer, maar vormen een wezenlijk onderdeel van de strategische ontwikkeling van de organisatie.
De maatschappelijke opgaven waar woningcorporaties voor staan, van woningtekorten en verduurzaming tot toenemende kwetsbaarheid onder (toekomstige) huurders, vragen om voldoende schaal, slagkracht en professionaliteit. Tegelijkertijd nemen de eisen aan governance, transparantie en verantwoording toe. In dat krachtenveld verkennen corporaties steeds vaker vormen van samenwerking of fusie.
Een samenwerking of fusie raakt de kern van de organisatie: de koers, de identiteit en de manier waarop invulling wordt gegeven aan de volkshuisvestelijke opgave. En daarmee raakt samenwerking of fusie ook de dienstverlening aan huurders en woningzoekenden. Dat maakt samenwerkings- of fusietrajecten niet alleen een bestuurlijke, maar nadrukkelijk ook een toezichthoudende aangelegenheid. De raad van commissarissen (RvC) speelt hierin een essentiële rol. Als bewaker van de maatschappelijke opdracht en de langetermijncontinuïteit ziet de RvC erop toe dat keuzes rond samenwerking of fusie zorgvuldig, transparant en in het belang van huurders, woningzoekenden en stakeholders worden gemaakt. Dit vraagt ook dat de RvC actief zicht houdt op hoe stakeholders worden betrokken en hoe hun belangen en perspectieven een plek krijgen in het proces.
Deze trajecten vragen niet alleen om scherpe inhoudelijke keuzes, maar ook om aandacht voor de manier waarop die keuzes tot stand komen. Het gaat om het doorleven van de maatschappelijke opdracht, het voeren van een open dialoog over dilemma’s en het creëren van een cultuur waarin verschillende perspectieven worden gehoord en gewogen. Juist in complexe trajecten als deze wordt zichtbaar hoe governance in de praktijk werkt: niet alleen in structuren en besluitvorming, maar vooral in gedrag, interactie en onderlinge verhoudingen. De normen, waarden en spelregels die zijn vastgelegd in de Governancecode Woningcorporaties (2025) vormen hiervoor een handvat.
De rol van de RvC krijgt daarbij vooral betekenis in de relatie tot het bestuur, maar ook binnen het eigen team. Waar het bestuur verantwoordelijk is voor het initiëren, verkennen en uitwerken van de optie om samen te werken of te fuseren, is het aan de RvC om richting te geven via kaders, kritisch te bevragen en uiteindelijk te toetsen. Dit vraagt om een zorgvuldig samenspel: voldoende nabijheid om tijdig te kunnen reflecteren op strategische keuzes, maar ook voldoende afstand om de onafhankelijke toezichthoudende rol te blijven vervullen. Binnen de RvC zelf vraagt dit om het goed functioneren als collectief, ruimte voor verschillende opvattingen en het organiseren van tegenspraak.
In deze wisselwerking staan vertrouwen, openheid en tegenspraak centraal. Het bestuur moet ruimte ervaren om dilemma’s en onzekerheden te delen, terwijl de RvC scherp blijft op de onderbouwing van keuzes, de kwaliteit van het proces en de borging van publieke belangen. Tegelijkertijd vraagt dit van de RvC om niet op de stoel van het bestuur te gaan zitten, maar invulling te geven aan de rol van kritisch klankbord en hoeder van zorgvuldige besluitvorming.
Tegen de achtergrond van de omgevingsdynamiek gaan we in deze handreiking in op de verschillende fasen van samenwerkings- en fusietrajecten. Van positionering tot wat er nodig is om te komen tot een succesvolle samenwerking of fusie. Bij elke fase staan we stil bij wat dit van jou als commissaris vraagt en welke spanningsvelden en dilemma’s zich hierin kunnen voordoen.