Anke van Hal > Hoogleraar duurzaam bouwen over de derde succesfactor: de bewoner

 

 

Eerst
vertragen, dan versnellen

Hoogleraar duurzaam bouwen Anke van Hal, toezichthouder bij Gooi en Omstreken in Hilversum, houdt een pleidooi voor de derde succesfactor in de energietransitie: naast techniek en geld, moet er volop aandacht zijn voor de bewoners en hun belangen. ‘De weerstand negeren is de dood in de pot van de energietransitie.’

Gemeenten hebben vanuit het Klimaat­akkoord een duidelijke opdracht gekregen: zij moeten uiterlijk volgend jaar in kaart brengen hoe zij de wijken van het aardgas halen. De druk op de ketel is hoog. Volgens hoogleraar duurzaam bouwen Anke van Hal aan de Business Universiteit van Nyenrode gaat de aandacht vooral uit naar techniek en kosten, maar is er volgens haar onvoldoende aandacht voor de derde succesfactor: het menselijk ­gedrag.

Waarom is de derde succesfactor zo belangrijk?

‘Gemeenten zijn druk om de deadline te halen voor de wijkplannen. Maar liggen er straks plannen met draagvlak? Als je de weerstand negeert, is dat de dood in de pot van de energietransitie. Begin bij de bewoners. Stel vragen: wat zijn hun wensen voor de wijk, waar zijn ze trots op? Mensen denken vanuit hun eigen belang. Verbind hun directe belang met het belang van duurzaamheid. De energietransitie kan een middel zijn om de kwaliteit van de wijk te verbeteren.’

Kost die aanpak niet te veel tijd?

‘Als je een plan hebt met draagvlak, win je uiteindelijk tijd. De kans op succes is veel groter. De startvraag – wat willen bewoners? – en daarna de verbinding maken met duurzaamheid, kost natuurlijk extra tijd. Maar door eerst te vertragen en de weerstand weg te nemen, kan je later versnellen.’

Welke rol kunnen corporaties hierin spelen?

‘De gemeente heeft de regie in de energietransitie. Dat betekent niet dat andere partijen maar moeten afwachten. Corporaties hebben juist goede contacten met huurders. Huurders van sociale huurwoningen kennen weer buren die een koophuis hebben. Zo kan een sneeuwbal­effect ontstaan. Luister naar wat de mensen nodig hebben in de wijk. Ga samen met partners aan de slag om de wijk vooruit te helpen en neem de energietransitie hierin mee.’

Uit onderzoek in Toronto (Canada) blijkt dat deze aanpak werkt. Kunt u dat toelichten?

‘De wijk staat centraal in de ambitie van de stad om te verduurzamen. Vanaf het begin hebben professionals van de gemeente en welzijns­organisaties met bewoners opgetrokken. Samen bepalen zij wat beter kan in de wijk. Ze kijken breder dan de energietransitie: duurzaamheid en leefbaarheid zijn geen gescheiden werelden meer. Bewoners gaven bijvoorbeeld aan dat ze graag een moestuin wilden op hun balkon. Dat is snel te regelen. Bovendien gaan bewoners duurzaamheid zien als iets positief, daardoor staan ze eerder open voor de energietransitie.’


‘Beschouw de energietransitie als een kans’


 

In de praktijk blijkt dat samenwerking in lokale netwerken om de bewoners in de wijk vooruit te helpen al complex is. Maakt de koppeling met de energietransitie het niet nog lastiger?

‘Niemand zegt dat het gemakkelijk is. Gemeenten en maatschappelijke organisaties moeten in de wijk meer samenwerken om de bewoners vooruit te helpen. Niet de organisatie, maar de bewoner staat centraal. Dat is lastig, alleen al omdat budgetten vrijwel altijd gescheiden zijn. Dat speelt de energietransitie ook parten. Groen in de wijk en parkeren vinden veel bewoners belangrijk, maar in de praktijk is het niet eenvoudig om de koppeling met energieopgave te leggen. Het vraagt om een andere manier van werken, waarin medewerkers flexibel zijn en over de grenzen van hun organisatie kijken.
Je kan je kop in het zand steken, omdat het zo ingewikkeld is. Je kan ook zeggen: omarm de complexiteit.’

Universiteit Nyenrode heeft samen met TNO onderzoek gedaan naar kennisdelen op het gebied van die andere manier van werken. Waarom is dat zo belangrijk?

‘Volgers leren graag van de ervaringen van koplopers, maar ze verdiepen zich vooral in kennis over de techniek en de kosten. Dat ook een andere manier van werken nodig is, ook in de energietransitie, realiseren veel organisaties zich nog te weinig. Wij doen onderzoek om die kennis over die andere manier van werken te versnellen. Een belangrijke conclusie is dat bestuurders een cruciale rol spelen. Zij moeten op tijd beseffen dat hun organisaties anders moeten gaan werken en dat hun medewerkers andere vaardigheden nodig hebben. Alleen op die manier kan de energietransitie slagen.’

Terug naar de weerbarstige praktijk. In Amsterdam staan bewoners die een eigen plan hebben voor de verduurzaming van hun woningen en de gemeente die vasthoudt aan het warmtenet voor de rechter. Wat vindt u daarvan?

‘Door naar de rechter te stappen kom je sowieso niet verder. Een betere weg is om een open gesprek te voeren. Als gemeente en bewoners hun belangen op tafel leggen en zich inleven in de standpunten van de ander, is de kans veel groter dat ze er wel uitkomen. Vanuit begrip ontstaan vaak nieuwe oplossingen. Door de gang naar de rechter is dat proces geblokkeerd. Ik vind dat jammer.’

U bent toezichthouder bij Gooi en Omstreken in Hilversum. Wat is uw boodschap aan andere toezichthouders?

‘De energietransitie kan – zoals gezegd – een middel zijn om de kwaliteit van het leven van
de huurders te verbeteren. Hoe complex ook, beschouw het als een kans. Omarm samen met het bestuur die andere manier van werken die daarvoor nodig. En moedig een proactieve ­houding bij het bestuur aan: wacht niet af tot de gemeente met een plan komt. Daarmee doet de corporatie zichzelf en de huurders tekort.’

Tekst: Lisette Vos, Foto’s: Mark Prins

Onderzoek van TNO en Nyenrode Business Universiteit over kennisversnelling in de energietransitie:
www.energy.nl

Essay Anke van Hal over de derde succesfactor in bundel van Programma Aardgasvrije wijken (inclusief praktijkvoorbeeld uit Toronto).
www.aardgasvrijewijken.nl

Anke van Hal > Hoogleraar duurzaam bouwen over de derde succesfactor: de bewoner

‘Eerst vertragen, dan versnellen’

Hoogleraar duurzaam bouwen Anke van Hal, toezichthouder bij Gooi en Omstreken in Hilversum, houdt een pleidooi voor de derde succesfactor in de energietransitie: naast techniek en geld, moet er volop aandacht zijn voor de bewoners en hun belangen. ‘De weerstand negeren is de dood in de pot van de energietransitie.’

Gemeenten hebben vanuit het Klimaat­akkoord een duidelijke opdracht gekregen: zij moeten uiterlijk volgend jaar in kaart brengen hoe zij de wijken van het aardgas halen. De druk op de ketel is hoog. Volgens hoogleraar duurzaam bouwen Anke van Hal aan de Business Universiteit van Nyenrode gaat de aandacht vooral uit naar techniek en kosten, maar is er volgens haar onvoldoende aandacht voor de derde succesfactor: het menselijk ­gedrag.

Waarom is de derde succesfactor zo belangrijk?

‘Gemeenten zijn druk om de deadline te halen voor de wijkplannen. Maar liggen er straks plannen met draagvlak? Als je de weerstand negeert, is dat de dood in de pot van de energietransitie. Begin bij de bewoners. Stel vragen: wat zijn hun wensen voor de wijk, waar zijn ze trots op? Mensen denken vanuit hun eigen belang. Verbind hun directe belang met het belang van duurzaamheid. De energietransitie kan
een middel zijn om de kwaliteit van de wijk te verbeteren.’

Kost die aanpak niet te veel tijd?

‘Als je een plan hebt met draagvlak, win je uiteindelijk tijd. De kans op succes is veel groter. De startvraag – wat willen bewoners? – en daarna de verbinding maken met duurzaamheid, kost natuurlijk extra tijd. Maar door eerst te vertragen en de weerstand weg te nemen, kan je later versnellen.’

Welke rol kunnen corporaties hierin spelen?

‘De gemeente heeft de regie in de energietransitie. Dat betekent niet dat andere partijen maar moeten afwachten. Corporaties hebben juist goede contacten met huurders. Huurders van sociale huurwoningen kennen weer buren die een koophuis hebben. Zo kan een sneeuwbal­effect ontstaan. Luister naar wat de mensen nodig hebben in de wijk. Ga samen met partners aan de slag om de wijk vooruit te helpen en neem de energietransitie hierin mee.’

Uit onderzoek in Toronto (Canada) blijkt dat deze aanpak werkt. Kunt u dat toelichten?

‘De wijk staat centraal in de ambitie van de stad om te verduurzamen. Vanaf het begin hebben professionals van de gemeente en welzijns­organisaties met bewoners opgetrokken. Samen bepalen zij wat beter kan in de wijk. Ze kijken breder dan de energietransitie: duurzaamheid en leefbaarheid zijn geen gescheiden werelden meer. Bewoners gaven bijvoorbeeld aan dat ze graag een moestuin wilden op hun balkon. Dat is snel te regelen. Bovendien gaan bewoners duurzaamheid zien als iets positief, daardoor staan ze eerder open voor de energietransitie.’


‘Beschouw de energietransitie als een kans’


 

In de praktijk blijkt dat samenwerking in lokale netwerken om de bewoners in de wijk vooruit te helpen al complex is. Maakt de koppeling met de energietransitie het niet nog lastiger?

‘Niemand zegt dat het gemakkelijk is. Gemeenten en maatschappelijke organisaties moeten in de wijk meer samenwerken om de bewoners vooruit te helpen. Niet de organisatie, maar de bewoner staat centraal. Dat is lastig, alleen al omdat budgetten vrijwel altijd gescheiden zijn. Dat speelt de energietransitie ook parten. Groen in de wijk en parkeren vinden veel bewoners belangrijk, maar in de praktijk is het niet eenvoudig om de koppeling met energieopgave te leggen. Het vraagt om een andere manier van werken, waarin medewerkers flexibel zijn en over de grenzen van hun organisatie kijken.
Je kan je kop in het zand steken, omdat het zo ingewikkeld is. Je kan ook zeggen: omarm de complexiteit.’

Universiteit Nyenrode heeft samen met TNO onderzoek gedaan naar kennisdelen op het gebied van die andere manier van werken. Waarom is dat zo belangrijk?

‘Volgers leren graag van de ervaringen van koplopers, maar ze verdiepen zich vooral in kennis over de techniek en de kosten. Dat ook een andere manier van werken nodig is, ook in de energietransitie, realiseren veel organisaties zich nog te weinig. Wij doen onderzoek om die kennis over die andere manier van werken te versnellen. Een belangrijke conclusie is dat bestuurders een cruciale rol spelen. Zij moeten op tijd beseffen dat hun organisaties anders moeten gaan werken en dat hun medewerkers andere vaardigheden nodig hebben. Alleen op die manier kan de energietransitie slagen.’

Terug naar de weerbarstige praktijk. In Amsterdam staan bewoners die een eigen plan hebben voor de verduurzaming van hun woningen en de gemeente die vasthoudt aan het warmtenet voor de rechter. Wat vindt u daarvan?

‘Door naar de rechter te stappen kom je sowieso niet verder. Een betere weg is om een open gesprek te voeren. Als gemeente en bewoners hun belangen op tafel leggen en zich inleven in de standpunten van de ander, is de kans veel groter dat ze er wel uitkomen. Vanuit begrip ontstaan vaak nieuwe oplossingen. Door de gang naar de rechter is dat proces geblokkeerd. Ik vind dat jammer.’

U bent toezichthouder bij Gooi en Omstreken in Hilversum. Wat is uw boodschap aan andere toezichthouders?

‘De energietransitie kan – zoals gezegd – een middel zijn om de kwaliteit van het leven van
de huurders te verbeteren. Hoe complex ook, beschouw het als een kans. Omarm samen met het bestuur die andere manier van werken die daarvoor nodig. En moedig een proactieve ­houding bij het bestuur aan: wacht niet af tot de gemeente met een plan komt. Daarmee doet de corporatie zichzelf en de huurders tekort.’

Tekst: Lisette Vos, Foto’s: Mark Prins

Onderzoek van TNO en Nyenrode Business Universiteit over kennisversnelling in de energietransitie:
www.energy.nl

Essay Anke van Hal over de derde succesfactor in bundel van Programma Aardgasvrije wijken (inclusief praktijkvoorbeeld uit Toronto).
www.aardgasvrijewijken.nl