Initiatieven om energietransitie een impuls te geven

Samen aan de slag, samen leren

Alle corporaties staan voor een enorme opgave om alle 2,4 miljoen woningen van het aardgas af te halen. Het einddoel in 2050 lijkt nog ver weg, maar alle betrokken partners moeten nú al aan de slag. In dit artikel zetten we vijf verschillende initiatieven op een rij die de energietransitie een impuls geven. De insteek: samen aan de slag, samen leren. 

1

De Startmotor

Doel van de Startmotor is om de Nederlandse woningvoorraad sneller verduurzamen. De ambitie: tot en met 2022 minimaal 100.000 corporatiewoningen versneld van het aardgas afhalen en aansluiten op ­bestaande warmtenetten of op (hybride) warmtepompen via de Renovatieversneller (zie 2).

 

Een platform van 30 tot 40 corporaties heeft zich aangesloten bij de Startmotor om de woningen aan te sluiten op warmtenetten. Wel zijn landelijk afspraken gemaakt om onderhandelingstrajecten met warmtebedrijven te versnellen: zowel voor de aansluitkosten en de gebruikerstarieven als voor de dienstverlening en de verduurzaming van de warmtebron.

Aedes heeft de randvoorwaarden samen met corporaties en warmtebedrijven uitgewerkt. In april 2020 hebben zij samen het landelijk kader voor de Startmotor/warmtenetten ondertekend (waar de partijen op lokaal niveau wel van af kunnen wijken.) De drie voorwaarden zijn in het kort: de huurder moet buiten schot blijven, de plannen moeten aansluiten op de wijkaanpak en de warmtebedrijven zijn open en transparant zijn over de businesscase.

Voor aansluiting op warmtenetten is 200 miljoen euro beschikbaar via de Stimulerings­regeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH). Daarnaast is er extra budget vrijgemaakt voor verduurzaming via de ISDE en het Programma Aardgasvrije Wijken (proeftuinen).

www.aedes.nl

De Renovatie­versneller

 

In de Renovatieversneller – onderdeel van de Startmotor (zie apart kader) – bundelen onder meer corporaties hun vraag naar bijvoorbeeld (hybride) warmtepompen en isolatiemaatregelen. Samen doen ze een gezamenlijke uitvraag aan (bouw)bedrijven. Deze samenwerking op grote schaal stimuleert innovatie en ketensamenwerking. Deze aanpak vraagt om een nieuwe manier van samenwerken met de markt.

 

Doel van de Renovatieversneller is daarnaast om een standaard te ontwikkelen voor dezelfde type woningen. Deze standaard kan dan in de fabriek in grote aantallen worden geproduceerd. Dat moet op termijn kosten besparen. Maar dat niet alleen: de kwaliteit wordt beter en de oplevering van duurzame woningen kan sneller, zo is de verwachting.

De Renovatieversneller stelt subsidie beschikbaar. Samenwerkingsverbanden van woning­eigenaren zoals corporaties, particuliere verhuurders, VvE’s en individuele woningeigenaren kunnen tot en met 2 november 2020 een voorstel indienen voor een renovatieproject van ten minste 150 woningen gebouwd voor 1995.

De komende jaren verzamelt en deelt het kennis- en leerprogramma van de Renovatieversneller (geleerde) lessen uit de praktijk. De deelnemers bouwen een levendig en lerend netwerk op. Ook corporaties delen succesvolle en minder succesvolle ervaringen.

De partners in de Renovatieversneller zijn: het ministerie van BZK, RVO.nl, Bouwend Nederland, Aedes en Techniek NL. Boegbeeld is ­Margriet Drijver, toezichthouder en voormalig corporatiebestuurder.

www.derenovatieversneller.nl

2

3

Stroomversnelling

 

Stroomversnelling is van een kleine groep vernieuwers en koplopers in de bouw uitgegroeid tot een ­vernieuwingsbeweging van de energietransitie in de gebouwde omgeving. In deze beweging werken gemeenten, corporaties, bouwers en toeleveranciers samen. Zij zijn lid van ­Stroomversnelling.

 

Leden van Stroomversnelling hebben samen een schat aan ervaring opgedaan. Veel ging goed maar regelmatig ging het ook niet (in één keer) goed. Innoveren in de bestaande gebouwde omgeving is anders dan innoveren in een laboratorium. In de woningen wonen mensen en die kun je – letterlijk – niet in de kou laten staan. Maar de leden hebben samen een schat aan kennis opgedaan en veel geleerd, stelt voorzitter Leen van Dijke.

Binnen de Stroomversnelling werken de leden onder meer in verschillende programma’s met experts samen om kennis te delen en te ontwikkelen. De programma’s komen voort uit de knelpunten en kansen die de leden in de praktijk van de energietransitie tegenkomen. Voorbeelden van die programma’s zijn onder meer: van financiering en waardering (hoe maken we financiering voor verduurzaming toegankelijker?) tot monitoring (hoe monitor je langdurige afspraken tussen corporaties en bouwers over de prestaties van een woning?)

Daarnaast ontwikkelt Stroomversnelling onder meer tools, zoals een rekentool voor Energieneutraal in stappen, maar dan zonder spijt (inclusief handleiding). De tool afnameovereenkomst is in een nieuw selectie- en contractproces ook een nuttig instrument voor corporaties. 

www.stroomversnelling.nl

De Groene Huisvesters

 

In De Groene Huisvesters werken 20 corporaties, het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK), VNG, Woonbond en Aedes samen om de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad te versnellen.

 

Onder leiding van voorzitter Karo van Dongen, bestuurder van Alwel, ­werken zij samen om knelpunten uit de praktijk op te lossen en kansen te benutten. De Groene Huisvesters Academie biedt experts van alle corpo­raties verschillende activiteiten aan om kennis op te doen en ervaringen te delen. Zij kunnen bijvoorbeeld gratis meedoen aan (digitale) sessies en – wanneer dat weer mogelijk is – excursies in de wijk. Een voorbeeld is de digitale sessie ‘Slim verwarmen voor lagere woonlasten’. De deelnemers komen meer te weten over De Warmtewissel waarbij acht Brabantse corporaties de markt uitdagen om slimmere en betaalbare installaties te ontwikkelen. Brabant Wonen en Woonbedrijf delen in deze sessie hun lessen over slim verwarmen (bijvoorbeeld over de monitoring van toegepaste warmtepompen in huurwoningen). De knelpunten en geleerde lessen komen op de agenda van het bestuurlijk overleg van Groene Huisvesters. De 20 corporaties, Aedes, de Woonbond, VNG en het ministerie van BZK ­maken samen beleid voor een duurzame woningvoorraad, betaalbare woonlasten, veilig en comfortabel wonen.

www.groenehuisvesters.nl
www.warmtewissel.nl

4

5

Programma Aardgasvrije wijken

 

In het hele land doen 27 wijken als proeftuin mee aan het Programma Aardgasvrij Wijken, onder meer Utrecht Overvecht Noord en Bouwlust / Vrederust in Den Haag (zie verhalen elders in deze uitgave).
Een tweede ronde met wijken volgt.

 

De deelnemende gemeenten krijgen financiële ondersteuning van het Rijk (ruim vier miljoen per wijk). Doel van de proeftuin is om te leren hoe de betrokken partners (waaronder de corporaties) de wijkaanpak (om alle woningen van het aardgas af te halen) het beste kunnen aanpakken. Op basis van praktijkervaring signaleren de deelnemers knelpunten, zetten deze op de agenda en proberen ze deze op te lossen.

Onderdeel van het Programma Aardgasvrije Wijken is het Kennis- en ­Leercentrum. Veel thema’s komen aan bod, zoals het gebruik van data. Een gemeente heeft veel data nodig om te kunnen beslissen welke wijk wanneer van het aardgas af kan. Het gaat om veel verschillende data, uit verschillende bronnen. Binnen dit thema zet het centrum in op drie pijlers: beschikbaarheid van de data, inzicht in data en datavaardigheid.

In het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) werken het ministerie van BZK, het ministerie van EZK, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de VNG samen. 

www.aardgasvrijewijken.nl

Tekst: Lisette Vos, Illustratie: Shutterstock

Initiatieven om energietransitie een impuls te geven

Samen aan de slag, samen leren

Alle corporaties staan voor een enorme opgave om alle 2,4 miljoen woningen van het aardgas af te halen. Het einddoel in 2050 lijkt nog ver weg, maar alle betrokken partners moeten nú al aan de slag. In dit artikel zetten we vijf verschillende initiatieven op een rij die de energietransitie een impuls geven. De insteek: samen aan de slag, samen leren.


1

De Startmotor

 

Doel van de Startmotor is om de Nederlandse woningvoorraad sneller verduurzamen. De ambitie: tot en met 2022 minimaal 100.000 corporatiewoningen versneld van het aardgas afhalen en aansluiten op ­bestaande warmtenetten of op (hybride) warmtepompen via de Renovatieversneller (zie 2).

 

Een platform van 30 tot 40 corporaties heeft zich aangesloten bij de Startmotor om de woningen aan te sluiten op warmtenetten. Wel zijn landelijk afspraken gemaakt om onderhandelingstrajecten met warmtebedrijven te versnellen: zowel voor de aansluitkosten en de gebruikerstarieven als voor de dienstverlening en de verduurzaming van de warmtebron.

Aedes heeft de randvoorwaarden samen met corporaties en warmtebedrijven uitgewerkt. In april 2020 hebben zij samen het landelijk kader voor de Startmotor/warmtenetten ondertekend (waar de partijen op lokaal niveau wel van af kunnen wijken.) De drie voorwaarden zijn in het kort: de huurder moet buiten schot blijven, de plannen moeten aansluiten op de wijkaanpak en de warmtebedrijven zijn open en transparant zijn over de businesscase.

Voor aansluiting op warmtenetten is 200 miljoen euro beschikbaar via de Stimulerings­regeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH). Daarnaast is er extra budget vrijgemaakt voor verduurzaming via de ISDE en het Programma Aardgasvrije Wijken (proeftuinen).

www.aedes.nl


2

De Renovatie­versneller

 

In de Renovatieversneller – onderdeel van de Startmotor (zie apart kader) – bundelen onder meer corporaties hun vraag naar bijvoorbeeld (hybride) warmtepompen en isolatiemaatregelen. Samen doen ze een gezamenlijke uitvraag aan (bouw)bedrijven. Deze samenwerking op grote schaal stimuleert innovatie en ketensamenwerking. Deze aanpak vraagt om een nieuwe manier van samenwerken met de markt.

 

Doel van de Renovatieversneller is daarnaast om een standaard te ontwikkelen voor dezelfde type woningen. Deze standaard kan dan in de fabriek in grote aantallen worden geproduceerd. Dat moet op termijn kosten besparen. Maar dat niet alleen: de kwaliteit wordt beter en de oplevering van duurzame woningen kan sneller, zo is de verwachting.

De Renovatieversneller stelt subsidie beschikbaar. Samenwerkingsverbanden van woning­eigenaren zoals corporaties, particuliere verhuurders, VvE’s en individuele woningeigenaren kunnen tot en met 2 november 2020 een voorstel indienen voor een renovatieproject van ten minste 150 woningen gebouwd voor 1995.

De komende jaren verzamelt en deelt het kennis- en leerprogramma van de Renovatieversneller (geleerde) lessen uit de praktijk. De deelnemers bouwen een levendig en lerend netwerk op. Ook corporaties delen succesvolle en minder succesvolle ervaringen.

De partners in de Renovatieversneller zijn: het ministerie van BZK, RVO.nl, Bouwend Nederland, Aedes en Techniek NL. Boegbeeld is ­Margriet Drijver, toezichthouder en voormalig corporatiebestuurder.

www.derenovatieversneller.nl


3

Stroomversnelling

 

Stroomversnelling is van een kleine groep vernieuwers en koplopers in de bouw uitgegroeid tot een ­vernieuwingsbeweging van de energietransitie in de gebouwde omgeving. In deze beweging werken gemeenten, corporaties, bouwers en toeleveranciers samen. Zij zijn lid van ­Stroomversnelling.

 

Leden van Stroomversnelling hebben samen een schat aan ervaring opgedaan. Veel ging goed maar regelmatig ging het ook niet (in één keer) goed. Innoveren in de bestaande gebouwde omgeving is anders dan innoveren in een laboratorium. In de woningen wonen mensen en die kun je – letterlijk – niet in de kou laten staan. Maar de leden hebben samen een schat aan kennis opgedaan en veel geleerd, stelt voorzitter Leen van Dijke.

Binnen de Stroomversnelling werken de leden onder meer in verschillende programma’s met experts samen om kennis te delen en te ontwikkelen. De programma’s komen voort uit de knelpunten en kansen die de leden in de praktijk van de energietransitie tegenkomen. Voorbeelden van die programma’s zijn onder meer: van financiering en waardering (hoe maken we financiering voor verduurzaming toegankelijker?) tot monitoring (hoe monitor je langdurige afspraken tussen corporaties en bouwers over de prestaties van een woning?)

Daarnaast ontwikkelt Stroomversnelling onder meer tools, zoals een rekentool voor Energieneutraal in stappen, maar dan zonder spijt (inclusief handleiding). De tool afnameovereenkomst is in een nieuw selectie- en contractproces ook een nuttig instrument voor corporaties.

www.stroomversnelling.nl


4

De Groene Huisvesters

 

In De Groene Huisvesters werken 20 corporaties, het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK), VNG, Woonbond en Aedes samen om de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad te versnellen.

 

Onder leiding van voorzitter Karo van Dongen, bestuurder van Alwel, ­werken zij samen om knelpunten uit de praktijk op te lossen en kansen te benutten. De Groene Huisvesters Academie biedt experts van alle corpo­raties verschillende activiteiten aan om kennis op te doen en ervaringen te delen. Zij kunnen bijvoorbeeld gratis meedoen aan (digitale) sessies en – wanneer dat weer mogelijk is – excursies in de wijk. Een voorbeeld is de digitale sessie ‘Slim verwarmen voor lagere woonlasten’. De deelnemers komen meer te weten over De Warmtewissel waarbij acht Brabantse corporaties de markt uitdagen om slimmere en betaalbare installaties te ontwikkelen. Brabant Wonen en Woonbedrijf delen in deze sessie hun lessen over slim verwarmen (bijvoorbeeld over de monitoring van toegepaste warmtepompen in huurwoningen). De knelpunten en geleerde lessen komen op de agenda van het bestuurlijk overleg van Groene Huisvesters. De 20 corporaties, Aedes, de Woonbond, VNG en het ministerie van BZK ­maken samen beleid voor een duurzame woningvoorraad, betaalbare woonlasten, veilig en comfortabel wonen.

www.groenehuisvesters.nl
www.warmtewissel.nl


5

Programma Aardgasvrije wijken

 

In het hele land doen 27 wijken als proeftuin mee aan het Programma Aardgasvrij Wijken, onder meer Utrecht Overvecht Noord en Bouwlust / Vrederust in Den Haag (zie verhalen elders in deze uitgave). Een tweede ronde met wijken volgt.

 

De deelnemende gemeenten krijgen financiële ondersteuning van het Rijk (ruim vier miljoen per wijk). Doel van de proeftuin is om te leren hoe de betrokken partners (waaronder de corporaties) de wijkaanpak (om alle woningen van het aardgas af te halen) het beste kunnen aanpakken. Op basis van praktijkervaring signaleren de deelnemers knelpunten, zetten deze op de agenda en proberen ze deze op te lossen.

Onderdeel van het Programma Aardgasvrije Wijken is het Kennis- en ­Leercentrum. Veel thema’s komen aan bod, zoals het gebruik van data. Een gemeente heeft veel data nodig om te kunnen beslissen welke wijk wanneer van het aardgas af kan. Het gaat om veel verschillende data, uit verschillende bronnen. Binnen dit thema zet het centrum in op drie pijlers: beschikbaarheid van de data, inzicht in data en datavaardigheid.

In het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) werken het ministerie van BZK, het ministerie van EZK, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de VNG samen.

www.aardgasvrijewijken.nl

Tekst: Lisette Vos, Illustratie: Shutterstock