Praktijkvoorbeeld

Strateeg Henri Bontenbal ◊ Stedin ◊ over rol netbeheerder

Praktijkvoorbeeld

Strateeg Henri Bontenbal ◊ Stedin ◊ over rol netbeheerder


‘Laat je
niet verrassen
door plannen
van anderen’


De gemeente heeft in de energietransitie bij de opstelling van de wijkplannen de regie. Maar netbeheerders én corporaties moeten aan de voorkant meedenken, stelt strateeg Henri Bontenbal van Stedin.

In de totstandkoming van plannen om wijken van het aardgas te halen, heeft de netbeheerder geen formele rol. Medewerkers, zoals van Stedin, geven inzicht in de capaciteit van hun netwerken (gas en elektriciteit) en brengen de (financiële) gevolgen van de nieuwe manieren van verwarmen in kaart. ‘We kunnen de plannen niet tegenhouden. Dat is een lastige rol,’ stelt Henri Bontenbal van Stedin.

Infrastructuur 

Welke oplossing de gemeente ook kiest, de netbeheerder is nodig om de infrastructuur aan te aanpassen. Bij de keuze voor warmtepompen moet  de capaciteit van het elektriciteitsnet mogelijk ­omhoog. Bij de keuze voor warmtenet legt het warmtebedrijf nieuwe leidingen aan en gaat het gasnet uit de grond. Bij al deze operaties moet goed naar de kosten worden gekeken, stelt Bontenbal. ‘Als gasnetten worden verwijderd, begin dan in  een wijk waar we deze netten toch al moeten ­vervangen.’ Volgens Bontenbal is de energietransitie een complexe opgave, die veel verder gaat dan technische oplossingen en investeringskosten. ‘We hebben het niet over lege huizen die van het aardgas gaan, in die huizen wonen mensen. Zij hebben hun eigen wensen en een eigen portemonnee.’ 

Betaalbaarheid

De gemeente heeft in de energietransitie de regie, maar Bontenbal vindt dat corporaties vroeg aan tafel moeten zitten om mee te praten over de wijkplannen. Juist corporaties kunnen opkomen voor de belangen van huurders, stelt hij. ‘Ze kunnen gezond tegenwicht bieden tegen de voorstellen van de gemeente, door ook kritisch naar de betaalbaarheid te kijken.’  Volgens Bontenbal ligt de focus in de energietransitie vooral op het warmtenet of warmtepompen.  De derde optie – een hybride waterpomp (60 procent aardgasvrij) – blijft volgens hem onderbelicht, terwijl de investering per woning veel lager ligt dan aansluiting op het warmtenet. ‘Je kan hiermee bijna vier keer zoveel woningen verduurzamen. Met betere isolatie en op termijn vervanging van aardgas door groen gas, is de hybride waterpomp ook een serieuze optie.’ Bij deze derde optie blijven de gasnetten echter in de grond liggen. Is dat niet in het belang van ­Stedin? ‘Dat verwijt krijgen we vaker, maar vind  ik niet terecht. We zijn een publieke organisatie, met gemeenten als aandeelhouders. We letten scherp op de betaalbaarheid.’

Openingsbod Stedin 

In het werkgebied van Stedin hebben de Drecht­steden het warmtenet voorlopig aangewezen als eerste optie. Veel gemeenten moeten hun plannen nog uitwerken. Stedin heeft – net als het Plan­bureau Leefomgeving – een analyse gemaakt en per wijk een openingsbod geformuleerd: welke nieuwe manier van verwarmen is het beste voor de buurt? ‘Stedin heeft gebruik gemaakt van de rekenmodellen die in de markt beschikbaar zijn. Ons bod is een hulpmiddel voor gesprekken met gemeenten. We denken graag mee aan de voorkant,’ aldus Bontenbal. Dat is ook zijn boodschap aan corporaties én ­toezichthouders: ‘Zorg dat je als corporatie vroeg aan tafel zit. Laat je niet verrassen door de plannen van anderen.’

Tekst: Lisette Vos


Openingsbod Stedin:
www.stedin.net  
Planbureau  Leefomgeving over energietransitie:
www.pbl.nl

De gemeente heeft in de energietransitie bij de opstelling van de wijkplannen de regie. Maar netbeheerders én corporaties moeten aan de voorkant meedenken, stelt strateeg Henri Bontenbal van Stedin.

In de totstandkoming van plannen om wijken van het aardgas te halen, heeft de netbeheerder geen formele rol. Medewerkers, zoals van Stedin, geven inzicht in de capaciteit van hun netwerken (gas en elektriciteit) en brengen de (financiële) gevolgen van de nieuwe manieren van verwarmen in kaart. ‘We kunnen de plannen niet tegenhouden. Dat is een lastige rol,’ stelt Henri Bontenbal van Stedin.

Infrastructuur

Welke oplossing de gemeente ook kiest, de netbeheerder is nodig om de infrastructuur aan te aanpassen. Bij de keuze voor warmtepompen moet  de capaciteit van het elektriciteitsnet mogelijk ­omhoog. Bij de keuze voor warmtenet legt het warmtebedrijf nieuwe leidingen aan en gaat het gasnet uit de grond. Bij al deze operaties moet goed naar de kosten worden gekeken, stelt Bontenbal. ‘Als gasnetten worden verwijderd, begin dan in  een wijk waar we deze netten toch al moeten ­vervangen.’ Volgens Bontenbal is de energietransitie een complexe opgave, die veel verder gaat dan technische oplossingen en investeringskosten. ‘We hebben het niet over lege huizen die van het aardgas gaan, in die huizen wonen mensen. Zij hebben hun eigen wensen en een eigen portemonnee.’

Betaalbaarheid

De gemeente heeft in de energietransitie de regie, maar Bontenbal vindt dat corporaties vroeg aan tafel moeten zitten om mee te praten over de wijkplannen. Juist corporaties kunnen opkomen voor de belangen van huurders, stelt hij. ‘Ze kunnen gezond tegenwicht bieden tegen de voorstellen van de gemeente, door ook kritisch naar de betaalbaarheid te kijken.’  Volgens Bontenbal ligt de focus in de energietransitie vooral op het warmtenet of warmtepompen.  De derde optie – een hybride waterpomp (60 procent aardgasvrij) – blijft volgens hem onderbelicht, terwijl de investering per woning veel lager ligt dan aansluiting op het warmtenet. ‘Je kan hiermee bijna vier keer zoveel woningen verduurzamen. Met betere isolatie en op termijn vervanging van aardgas door groen gas, is de hybride waterpomp ook een serieuze optie.’ Bij deze derde optie blijven de gasnetten echter in de grond liggen. Is dat niet in het belang van ­Stedin? ‘Dat verwijt krijgen we vaker, maar vind  ik niet terecht. We zijn een publieke organisatie, met gemeenten als aandeelhouders. We letten scherp op de betaalbaarheid.’

Openingsbod Stedin

In het werkgebied van Stedin hebben de Drecht­steden het warmtenet voorlopig aangewezen als eerste optie. Veel gemeenten moeten hun plannen nog uitwerken. Stedin heeft – net als het Plan­bureau Leefomgeving – een analyse gemaakt en per wijk een openingsbod geformuleerd: welke nieuwe manier van verwarmen is het beste voor de buurt? ‘Stedin heeft gebruik gemaakt van de rekenmodellen die in de markt beschikbaar zijn. Ons bod is een hulpmiddel voor gesprekken met gemeenten. We denken graag mee aan de voorkant,’ aldus Bontenbal.  Dat is ook zijn boodschap aan corporaties én ­toezichthouders: ‘Zorg dat je als corporatie vroeg aan tafel zit. Laat je niet verrassen door de plannen van anderen.’

Tekst: Lisette Vos


 

Openingsbod Stedin:
www.stedin.net  
Planbureau  Leefomgeving over energietransitie:
www.pbl.nl