Ferdi Licher > directeur Bouwen en energie van ministerie Binnenlandse Zaken

 

‘Samen op zoek naar slimme oplossingen in de wijk’

Volgens Ferdi Licher, directeur Bouwen en energie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), moeten alle partners in de wijk samen op zoek naar slimme oplossingen om woningen van het aardgas af te halen. Corporaties spelen in de energietransitie een grote rol, ook in de ontwikkeling van innovatieve concepten.

Het BZK is medeondertekenaar van de afspraken voor de sector gebouwde omgeving van het Klimaatakkoord. In 2030 moeten de eerste 1,5 miljoenen van het aardgas af zijn, in 2050 alle 8 miljoen woningen (inclusief de 2,4 miljoen corporatiewoningen). De landelijke overheid is verantwoordelijk voor de randvoorwaarden om die ambitie waar te kunnen maken, zoals financiering (subsidies), wetgeving (onder meer herziening Warmtewet) en kennisoverdracht (digitale platforms en ­campagnes).

Het ministerie van BZK is bovendien betrokken bij de proeftuinen om wijken van het aardgas af te halen (Programma Aardgasvrije Wijken) en bij de samenwerking tussen corporaties en de markt om verduurzaming van bestaande woningen te versnellen (De Renovatieversneller). Het motto van die programma’s: samen aan de slag, samen leren. De energietransitie is een complexe opgave, stelt directeur Bouwen en energie Ferdi Licher, de route naar 2030 en 2050 is nog allerminst uitgestippeld.

Wat maakt de energietransitie volgens u complex?

‘We moeten nú beginnen, terwijl nu nog niet altijd duidelijk is wat de beste oplossing is in een bepaalde wijk. En we krijgen de financiering nog niet altijd rond. Bovendien moeten 8 miljoen woningen van het aardgas af. Dat zijn 8 miljoen huishoudens met eigen wensen en een eigen portemonnee.’

U pleit ervoor om alvast met kleine stapjes te beginnen. Waar doelt u dan op?

‘De energietransitie is een forse opgave. Maar corporaties, en huurders zelf, kunnen simpele maatregelen nemen die al direct effect hebben. Door bijvoorbeeld LED-lampen te gebruiken of folie achter de radiator te plaatsen. Deze maatregelen maken bewoners bewust van hun energiegebruik. Met gedrag valt veel te besparen. Deze kleine stappen zijn belangrijk, náást de grote gezamenlijke opgave naar aardgasvrij in 2050.’

De proeftuinen om wijken van het aardgas af te halen zijn bedoeld om in de praktijk te leren. Wat zijn de lessen tot nu toe?

‘Een belangrijke les is dat we de energietransitie in de wijken niet over de hoofden van bewoners moeten uitvoeren. Huurders moeten mee kunnen denken over slimme oplossingen. We zijn in sommige wijken en woonblokken endeels in de proeftuinen, denk ik te snel gegaan. Met één oplossing voor alle bewoners. Maar zo werkt het niet. Als je alleen oog hebt voor het doel dat je wil bereiken en de meters die je wilt maken, dan roept dat weerstand op. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat een grote middengroep positief is over de energietransitie, maar dat de meesten niet weten wat ze kunnen doen en zich afvragen of het wel betaalbaar is. Die zorgen moeten we eerst wegnemen.’


‘Verduurzaam verstandig’


 

Kies voor natuurlijke momenten om een wijk aardgasvrij te maken, stelt u. Voor de infrastructuur (zoals leidingen gas en elektra), voor het complex én voor de bewoner.

‘Het is een complexe puzzel, maar je moet op drie niveaus kijken wat het beste moment is om woningen van het aardgas te halen. Een logisch moment is bijvoorbeeld wanneer de gasleidingen aan vervanging toe zijn. Aansluiten bij corporaties die al plannen hebben om woningen te renoveren, is ook verstandig. Voor bewoners zijn er ook natuurlijke momenten, bijvoorbeeld als ze de CV-ketel moeten vervangen of willen verbouwen. De vraag is: hoe kan elke gemeente sámen met corporaties, huurders, eigenaren van woningen, en netbeheerders, tot een slimme wijkaanpak komen die aansluit op die natuurlijke momenten en het minste geld kost? Dat moet stapsgewijs én met draagvlak onder de bewoners.’

De energietransitie moet voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn. Corporaties komen echter veel geld tekort om de ambities uit het Klimaatakkoord te halen.

‘In het Klimaatakkoord staat dat de energietransitie woonlastenneutraal moet zijn. In datzelfde akkoord staan ook afspraken over kostenreductie. Nu krijgen we de financiering nog niet altijd rond, dat klopt. Wijken die meedoen aan de proeftuinen krijgen daarom 4 tot 5 miljoen euro subsidie. Dat is nodig omdat we moeten leren hoe we die complexe opgave effectief kunnen aanpakken. Ook zijn er subsidies voor corpo­raties om woningen aardgasvrij te maken. Daarnaast moeten we op zoek naar collectieve oplossingen. In wijken staan vaak veel dezelfde type woningen waarvoor – met behulp van een innovatieregeling van het Rijk – standaardconcepten worden ontwikkeld. Die concepten kunnen ­bedrijven op grote schaal fabrieksmatig pro­duceren. Op die manier kunnen we op termijn woningen veel sneller en goedkoper verduur­zamen.’

Het programma De Renovatieversneller gaat op zoek naar die standaard­aanpak, met subsidie van het Rijk. Wat zijn tot nu toe de lessen voor ­corporaties?

‘Corporaties hebben veel woningen, zij moeten dus groot denken. Als zij hun vraag voor duurzame technieken bundelen en die samen aan de markt aanbieden, kunnen bedrijven innovatieve concepten ontwikkelen en op grote schaal aanbieden. In de praktijk blijkt echter dat corporaties het lastig vinden om die nieuwe manier van werken te omarmen. Corporaties hebben een lange geschiedenis met eigen aannemers, ze hebben een eigen aanpak. Maar als iedere corporatie het eigen wiel gaat uitvinden, kost dat uiteindelijk veel meer tijd en geld. Corporaties moeten komende jaren echt een omslag maken.’

Wat is uw boodschap aan de toezichthouders?

‘Corporaties hebben grote maatschappelijke opgaven, nieuwbouw, duurzaamheid, betaalbaarheid. Ik begrijp dat afschaffing van de verhuurderheffing meer financiële ruimte biedt. Maar ook dan moeten corporaties nog steeds slim met hun middelen omgaan. Hoeveel euro’s heb je nodig om hoeveel CO2 te besparen? ­Toezichthouders moeten hun bestuurders ­bevragen op hun slimme strategie. Hoe kunnen zij nú slechte woningen aanpakken en huurders bevrijden van hun hoge energierekening, terwijl ze ook de lange termijn en het einddoel niet uit het oog verliezen. Verduurzaam verstandig, dat is mijn boodschap, zodat de energietransitie ook vol te houden is.’

Tekst: Lisette Vos, Foto’s: Mark Prins

Programma Aardgasvrije Wijken (PAW)
www.aardgasvrijewijken.nl

De Renovatieversneller
www.derenovatieversneller.nl

Ferdi Licher directeur Bouwen en energie van ministerie Binnenlandse Zaken

 

‘Samen op zoek naar slimme oplossingen in de wijk’

Volgens Ferdi Licher, directeur Bouwen en energie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), moeten alle partners in de wijk samen op zoek naar slimme oplossingen om woningen van het aardgas af te halen. Corporaties spelen in de energietransitie een grote rol, ook in de ontwikkeling van innovatieve concepten.

Het BZK is medeondertekenaar van de afspraken voor de sector gebouwde omgeving van het Klimaatakkoord. In 2030 moeten de eerste 1,5 miljoenen van het aardgas af zijn, in 2050 alle 8 miljoen woningen (inclusief de 2,4 miljoen corporatiewoningen). De landelijke overheid is verantwoordelijk voor de randvoorwaarden om die ambitie waar te kunnen maken, zoals financiering (subsidies), wetgeving (onder meer herziening Warmtewet) en kennisoverdracht (digitale platforms en ­campagnes).

Het ministerie van BZK is bovendien betrokken bij de proeftuinen om wijken van het aardgas af te halen (Programma Aardgasvrije Wijken) en bij de samenwerking tussen corporaties en de markt om verduurzaming van bestaande woningen te versnellen (De Renovatieversneller). Het motto van die programma’s: samen aan de slag, samen leren. De energietransitie is een complexe opgave, stelt directeur Bouwen en energie Ferdi Licher, de route naar 2030 en 2050 is nog allerminst uitgestippeld.

Wat maakt de energietransitie volgens u complex?

‘We moeten nú beginnen, terwijl nu nog niet altijd duidelijk is wat de beste oplossing is in een bepaalde wijk. En we krijgen de financiering nog niet altijd rond. Bovendien moeten 8 miljoen woningen van het aardgas af. Dat zijn 8 miljoen huishoudens met eigen wensen en een eigen portemonnee.’

U pleit ervoor om alvast met kleine stapjes te beginnen. Waar doelt u dan op?

‘De energietransitie is een forse opgave. Maar corporaties, en huurders zelf, kunnen simpele maatregelen nemen die al direct effect hebben. Door bijvoorbeeld LED-lampen te gebruiken of folie achter de radiator te plaatsen. Deze maatregelen maken bewoners bewust van hun energiegebruik. Met gedrag valt veel te besparen. Deze kleine stappen zijn belangrijk, náást de grote gezamenlijke opgave naar aardgasvrij in 2050.’

De proeftuinen om wijken van het aardgas af te halen zijn bedoeld om in de praktijk te leren. Wat zijn de lessen tot nu toe?

‘Een belangrijke les is dat we de energietransitie in de wijken niet over de hoofden van bewoners moeten uitvoeren. Huurders moeten mee kunnen denken over slimme oplossingen. We zijn in sommige wijken en woonblokken endeels in de proeftuinen, denk ik te snel gegaan. Met één oplossing voor alle bewoners. Maar zo werkt het niet. Als je alleen oog hebt voor het doel dat je wil bereiken en de meters die je wilt maken, dan roept dat weerstand op. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat een grote middengroep positief is over de energietransitie, maar dat de meesten niet weten wat ze kunnen doen en zich afvragen of het wel betaalbaar is. Die zorgen moeten we eerst wegnemen.’


‘Verduurzaam verstandig’


Kies voor natuurlijke momenten om een wijk aardgasvrij te maken, stelt u. Voor de infrastructuur (zoals leidingen gas en elektra), voor het complex én voor de bewoner.

‘Het is een complexe puzzel, maar je moet op drie niveaus kijken wat het beste moment is om woningen van het aardgas te halen. Een logisch moment is bijvoorbeeld wanneer de gasleidingen aan vervanging toe zijn. Aansluiten bij corporaties die al plannen hebben om woningen te renoveren, is ook verstandig. Voor bewoners zijn er ook natuurlijke momenten, bijvoorbeeld als ze de CV-ketel moeten vervangen of willen verbouwen. De vraag is: hoe kan elke gemeente sámen met corporaties, huurders, eigenaren van woningen, en netbeheerders, tot een slimme wijkaanpak komen die aansluit op die natuurlijke momenten en het minste geld kost? Dat moet stapsgewijs én met draagvlak onder de bewoners.’

De energietransitie moet voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn. Corporaties komen echter veel geld tekort om de ambities uit het Klimaatakkoord te halen.

‘In het Klimaatakkoord staat dat de energietransitie woonlastenneutraal moet zijn. In datzelfde akkoord staan ook afspraken over kostenreductie. Nu krijgen we de financiering nog niet altijd rond, dat klopt. Wijken die meedoen aan de proeftuinen krijgen daarom 4 tot 5 miljoen euro subsidie. Dat is nodig omdat we moeten leren hoe we die complexe opgave effectief kunnen aanpakken. Ook zijn er subsidies voor corpo­raties om woningen aardgasvrij te maken. Daarnaast moeten we op zoek naar collectieve oplossingen. In wijken staan vaak veel dezelfde type woningen waarvoor – met behulp van een innovatieregeling van het Rijk – standaardconcepten worden ontwikkeld. Die concepten kunnen ­bedrijven op grote schaal fabrieksmatig pro­duceren. Op die manier kunnen we op termijn woningen veel sneller en goedkoper verduur­zamen.’

Het programma De Renovatieversneller gaat op zoek naar die standaard­aanpak, met subsidie van het Rijk. Wat zijn tot nu toe de lessen voor ­corporaties?

‘Corporaties hebben veel woningen, zij moeten dus groot denken. Als zij hun vraag voor duurzame technieken bundelen en die samen aan de markt aanbieden, kunnen bedrijven innovatieve concepten ontwikkelen en op grote schaal aanbieden. In de praktijk blijkt echter dat corporaties het lastig vinden om die nieuwe manier van werken te omarmen. Corporaties hebben een lange geschiedenis met eigen aannemers, ze hebben een eigen aanpak. Maar als iedere corporatie het eigen wiel gaat uitvinden, kost dat uiteindelijk veel meer tijd en geld. Corporaties moeten komende jaren echt een omslag maken.’

Wat is uw boodschap aan de toezichthouders?

‘Corporaties hebben grote maatschappelijke opgaven, nieuwbouw, duurzaamheid, betaalbaarheid. Ik begrijp dat afschaffing van de verhuurderheffing meer financiële ruimte biedt. Maar ook dan moeten corporaties nog steeds slim met hun middelen omgaan. Hoeveel euro’s heb je nodig om hoeveel CO2 te besparen? ­Toezichthouders moeten hun bestuurders ­bevragen op hun slimme strategie. Hoe kunnen zij nú slechte woningen aanpakken en huurders bevrijden van hun hoge energierekening, terwijl ze ook de lange termijn en het einddoel niet uit het oog verliezen. Verduurzaam verstandig, dat is mijn boodschap, zodat de energietransitie ook vol te houden is.’

Tekst: Lisette Vos, Foto’s: Mark Prins

Programma Aardgasvrije Wijken (PAW)
www.aardgasvrijewijken.nl

De Renovatieversneller
www.derenovatieversneller.nl