3

Een uitmuntend jaar 

… maar voor wie eigenlijk

Voor elke organisatie is een jaarverslag ook een soort visitekaartje. Natuurlijk moet het een objectieve weergave zijn hoe de organisatie er voor staat en wat er in het verslagjaar is gebeurd, maar daar ook met trots over schrijven is niet ongebruikelijk. Toch kan dat heel wrang overkomen op – in ieder geval een deel van – de buitenwereld. In deze casus wijst een commissaris op het belang om je eigen succes niet te verloochenen, maar wel in de goede context te plaatsen.

Zeker Wonen is een corporatie met een prima reputatie. Middelgroot en actief in een drietal kleinere gemeenten in de randstad. Eind vorig jaar is de corporatie gevisiteerd en het rapport was – net als vier jaar geleden – weer bijzonder lovend. De stakeholders prezen de samenwerking, de gemeente kon zich geen betere partner in de volkshuisvesting wensen en ook de huurders liepen niet alleen weg met de directeur, maar waren oprecht tevreden met de geleverde prestaties. Het kon niet op in het verslagjaar. De uitkomst van de jaarlijkse Aedes-benchmark liet zien dat Zeker Wonen ook hier allemaal hoge scores had. Hoge klanttevredenheid en lage beheerkosten. En aan het personeel zal het evenmin liggen. Het medewerkerstevredenheidsonderzoek liet daar geen enkel misverstand over bestaan. Fijne collega’s, topmanagers en prachtige ontplooiingsmogelijkheden. De accountant deed er nog een schepje bovenop en liet weten dat bij Zeker Wonen alles in control was en de risico’s goed in kaart waren gebracht inclusief de mogelijkheden deze te beheersen. En dat zat bij iedereen tussen de oren. Wat wil je nog meer.

Het jaarverslag lag ter vaststelling – door de RvC – op tafel, opgesteld onder verantwoordelijkheid van de directeur-bestuurder. De commissarissen lazen een jubelend voorwoord en ronkende teksten over de prestaties, in lijn met wat hierboven beschreven staat. In het hoofdstuk verantwoording van de Raad van Commissarissen stond ook nog vermeld dat de raad in januari al over de nieuwe Governancecode had vergaderd en tot de conclusie was gekomen dat de raad zich daar helemaal in kon vinden en blij was met een aantal verdere verbeteringen.

Alma de Wit is directeur van een grote scholengroep en pas drie maanden commissaris bij Zeker Wonen. Zij merkt op het ongepast te vinden om in deze tijd zo’n overdreven jubelende tekst over de eigen prestaties te schrijven. Bijna de hele raad valt over haar heen en zegt dat het juist heel goed is om je successen te etaleren. De voorzitter reageert minder kort door de bocht en vraagt of Alma haar standpunt wil toelichten.

Hoe het verder ging…

Om te beginnen een compliment voor de voorzitter die de nieuwkomer in de raad serieus neemt, ook al heeft ze een op het eerste gezicht een afwijkend oordeel. Als hij ook over haar heen was gewalst, was de kans groot dat de nieuwe commissaris zich gelijk buiten gesloten had gevoeld. En dat gebeurt vaak, ondanks de fraaie teksten dat nieuwe inzichten zo welkom zijn.

Alma zegt met haar bewering niets af te willen doen aan de prestaties van de corporatie en de inzet van alle medewerkers, maar dat zij dat toch wrang vindt als bijna elke week in de krant staat dat er eigenlijk weer woningnood in het land is en dat heel veel starters en mensen met een middeninkomen niet aan een woning kunnen komen. Zelf weet ze dat als schooldirecteur van jonge leraren, die nog bij hun ouders moeten inwonen of niet naar De Randstad willen komen vanwege dit probleem. Ze gaat verder: “Met interesse heb ik op de VTW-site gelezen over de beweging Toezicht met passie en de verwijzing naar de theorie van Wouter Hart waarin is beschreven dat we steeds de bedoeling voor ogen moeten houden en op moeten passen dat we de systeemwereld niet centraal stellen”.  Alma heeft hier zeker een punt, immers het verder verbeteren van een goede code, de benchmark etc. hebben allemaal meer te maken met de systeemwereld. Niks mee mis, zolang het bijdraagt aan de bedoeling. In het visitatierapport ontbreken de woningzoekenden in het lijstje stakeholders. En die horen toch echt wel bij de bedoeling. Natuurlijk heeft de Australische brandweer goed werk geleverd, maar de bossen zijn weg. Wel complimenten, maar liever geen feest!

Verder zou het signaal van Alma aanleiding moeten geven om kritisch te kijken naar de strategische keuzes die de corporatie maakt. Krijgt het aspect beschikbaarheid wel voldoende aandacht en kan er niet meer inzet en creativiteit worden geleverd om te bedenken hoe de doorstroming en de nieuwbouw kunnen worden versneld. Daarmee los je de woningnood in Nederland niet op, maar begin je wel bij jezelf.

Natuurlijk, een goed presterende corporatie verdient een pluim en tegen de wind in zeilen lukt niet. Een pleidooi om daar in het jaarverslag expliciet aandacht aan te geven is dan op zijn plaats. Het goed etaleren van prestaties is één ding, maar benadrukken dat het met de volkshuisvesting niet de goede kant op gaat is zeker zo relevant. Zo’n stevige relativering zou bijvoorbeeld in het voorwoord zeker niet misstaan. Een bekende oud staatsecretaris zou nu gezegd hebben: in een mooi jaarverslag kun je niet wonen!