Annelies Barnard > directeur bestuurder Woningstichting in Wageningen > over samenwerking in regio Foodvalley

‘We moeten kijken naar wat wél kan’

De acht corporaties in de regio Foodvalley onderzoeken of ze elkaar kunnen helpen om de gezamenlijke opgave te realiseren. Een complexe opdracht, stelt directeur bestuurder Annelies Barnard van de Woningstichting in Wageningen. Toch heeft ze een positieve oproep aan de toezichthouders: ‘We moeten kijken naar wat wél kan.’

 

Het rapport Opgaven en middelen van juli 2020 laat aan duidelijkheid niets te wensen over: de corporatiesector komt miljarden euro’s te kort om alle opgaven – van nieuwbouw tot verduurzaming – te kunnen realiseren. In het onderzoek – in opdracht van drie ministeries en Aedes – komt de Foodvalley in Wageningen en omgeving als één van de ‘slechtste’ regio’s met relatief gezien de grootste opgave uit de bus.  In deze regio werken acht corporaties, verdeeld over acht gemeenten en twee provincies (Utrecht en Gelderland), samen (zie kader). De bestuurders, onder wie Annelies Barnard van de Woningstichting in Wageningen, staken snel de koppen bij elkaar om de gevolgen van het landelijk rapport voor de regio te bespreken. De Foodvalley meldde zich aan voor de pilot van Aedes om de mogelijkheden van regionale samenwerking nader te verkennen. De insteek: wat is er wél mogelijk als corporaties elkaar in de regio de helpende hand bieden?

Even terug naar juli 2020. Wat was 
uw eerste reactie toen u het rapport Opgaven en middelen las?
‘Ik vind het belangrijk dat het rapport op tafel ligt. En dat het onderzoek is uitgevoerd door drie ministeries en Aedes. Dat versterkt de boodschap. Het is voor iedereen klip en klaar dat de sector voor grote problemen komt te staan, met de grote opgaven en de beperkte middelen. Ik schrok wel van het bericht dat het in onze regio Foodvalley het meest gaat knellen. De ernst van de situatie had ik niet verwacht. Dat was voor ons een wake up call.’
Voor de Woningstichting in Wageningen kan het rapport toch geen verrassing zijn geweest?
‘We hebben recent een nieuw ondernemingsplan opgesteld. Voor ons was het inderdaad geen nieuws dat we meer opgaven en ambities hebben dan dat we kunnen financieren. We hebben intern en samen met de belanghouders in de stad scherpe keuzes moeten maken. Niet alles kan, waar leggen wij lokaal de accenten? We kiezen voor meer woningen die betaalbaar zijn. Op nummer drie staat een fijne buurt. We zien dat steeds meer kwetsbare mensen een beroep doen op onze sociale huurwoningen, 
we vinden het belangrijk dat ook zij in een fijne buurt wonen. Duurzaamheid valt bij ons daardoor buiten de top drie van prioriteiten.’ 
Wat ondernamen de corporaties in de Foodvalley gezamenlijk na de wake up call?
‘We maakten als bestuurders eerst een rondje om te horen of en hoe we elkaar in de regio zouden kunnen helpen. We meldden ons daarna aan voor de pilot van Aedes. We beschouwen ons in die pilot als één corporatie voor de hele regio. We legden het vastgoed en de beschikbare middelen van alle corporaties naast elkaar. Daarnaast moesten we een goed beeld krijgen van de gezamenlijke opgave: wat staat ons te doen? Dat leverde best discussie op. Niet alle opgaven in de regio staan in de afzonderlijke plannen van corporaties. De opgave in de regio was uiteindelijk vele malen groter dan ingerekend. Dat was een eyeopener.’

 


‘Hoe kijk je naar elkaar en durf je alles te zeggen?’


 

 
Hoe verdeel je die opgave dan onder alle corporaties?
‘We hebben gekeken naar het percentage van het aantal woningen per corporatie in de regio, dat percentage is de opgave voor die corporatie. De Woningstichting bijvoorbeeld bezit 14 procent van het aantal woningen, we zouden dus 
14 procent voor de opgave in de regio voor onze rekening moeten nemen. Op die manier konden we in tabelletjes in kaart brengen wanneer de afzonderlijke corporaties in het rood komen te staan. Géén van de corporaties blijft overeind als we de totale opgave niet samen zouden oppakken. Van de 8000 woningen die er nodig zijn, kunnen we er maar 2000 bouwen. Dat is een gigantisch verschil.’
De verschillen in financiering komen ook aan het licht.
‘Dat klopt. We moeten als corporaties allemaal aan de normen van het WSW voldoen. Iedereen is het erover eens dat we binnen die normen moeten blijven. Maar je ziet dat sommige corporaties meer behoudend zijn en voor een ruimere vluchtstrook kiezen. Daarover zijn we het gesprek met elkaar aangegaan. Dat is een spannend proces. Hoe kijk je naar elkaar en durf je elkaar alles te zeggen? Het gesprek was gek genoeg misschien lastiger geweest als we er samen wél uit zouden kunnen komen en duidelijke keuzes hadden moeten maken. Voor ons was er maar één conclusie: zeker met de verhuurderheffing komen we er samen niet uit.’
Corporaties kunnen het niet alleen. Hoe is de samenwerking met gemeenten in de regio?
‘Het gaat niet alleen om geld. In de regio speelt ook de claim om ruimte. We hebben locaties nodig voor woningen, maar de Regionale Energie Strategie (RES) wijst ook locaties aan voor zonnepanelen en windmolens. Samen met de gemeenten Nijmegen en Arnhem werken we in de regio aan een verstedelijkingsstrategie die bepaalt welke locaties waarvoor beschikbaar zijn. Daarnaast hebben we als corporaties een werkgroep met gemeenten over wonen en duurzaamheid. Gemeenten kijken in de energietransitie al snel naar corporaties. Ze schrikken als ze zien dat wij niet alles kunnen. Die gesprekken leveren in ieder geval meer begrip op. We staan meer schouder aan schouder om de complexe dossiers samen op te lossen.’
Die opeenstapeling van dossiers maakt het er niet gemakkelijker op.
‘Het is ingewikkeld om als corporatie op zoveel borden te schaken. Het is belangrijk om thuis steeds met de RvC goed in gesprek te blijven over waar we mee bezig zijn. Al weten we niet waar we uit komen, we hebben een mandaat nodig om verder te komen. We kunnen het niet alleen. We hebben de gemeenten en andere partners hard nodig. Ik zie gelukkig een kanteling in het denken. We willen juist meer kijken naar wat er wél kan. Kijk naar de landelijke Actieagenda Wonen.’
Hoe moet het nu verder met de opgaven in de regio Foodvalley?
‘We zijn er nog niet. We werken samen aan een regionale Actieagenda Wonen. Ik zou het mooi vinden als we samen aan de slag gaan met de volkshuisvestelijke opgave die er ligt. Maar daarvoor moet nog veel water door de Rijn lopen. We zijn het pad aan het verkennen hoe we dat moeten doen. Dat kan alleen in kleine stapjes. En daarnaast moeten we een krachtig signaal aan politiek Den Haag blijven afgeven dat de verhuurderheffing van tafel moet. We willen als regio’s ons best doen, maar daar moet wat tegenover staan.’
Op de jaarlijkse bijeenkomst met de RvC’s van alle corporaties in de Foodvalley staat onder meer de regionale Actieagenda Wonen op de agenda. Hoe belangrijk vindt u dat overleg?
‘Elke samenwerking heeft zijn eigen dynamiek. Dat toezichthouders elkaar spreken vind ik een goede zaak. Ze weten hierdoor beter wat er speelt, ze zijn niet alleen afhankelijk van het verhaal van de eigen bestuurder.’
Wat is uw boodschap aan de toezichthouders?
‘Geen enkele corporatie kan het alleen. Kijk als toezichthouder ook naar de regio, wat is er mogelijk? Dat levert dilemma’s op. Natuurlijk moet de eigen begroting haalbaar zijn, maar kijk daarnaast naar wat er meer kan. Daag de bestuurder uit om de taart te vergroten. Uiteindelijk is ons doel: de grote opgave in de regio versnellen. Als je alleen roept dat de oplossing van buiten moet komen, kunnen we samen niet het verschil maken.’  

Tekst: Lisette Vos, Foto’s: Mark Prins

 
 

Samenwerking in de Foodvalley

Acht corporaties werken samen in de ­Foodvalley (in de provincies Utrecht en Gelderland): Patrimonium woonservice (Veenendaal), de Woningstichting (Wageningen), Idealis (studentenhuisvesting Wageningen), Woonstede (Ede), Rhenam Wonen (Rhenen), Woningstichting Barneveld, Veenendaalse Woningstichting en Plicht Getrouw (Bennekom). Onder meer op het gebied van woonruimteverdeling, HR en communicatie. Ook hebben zij gezamenlijk een interne auditor aangesteld.


 

Annelies Barnard > directeur bestuurder Woningstichting in Wageningen > over samenwerking in regio Foodvalley

‘We moeten kijken naar wat wél kan’

De acht corporaties in de regio Foodvalley onderzoeken of ze elkaar kunnen helpen om de gezamenlijke opgave te realiseren. Een complexe opdracht, stelt directeur-bestuurder Annelies Barnard van de Woningstichting in Wageningen. Toch heeft ze een positieve oproep aan de toezichthouders: ‘We moeten kijken naar wat wél kan.’

Het rapport Opgaven en middelen van juli 2020 laat aan duidelijkheid niets te wensen over: de corporatiesector komt miljarden euro’s te kort om alle opgaven – van nieuwbouw tot verduurzaming – te kunnen realiseren. In het onderzoek – in opdracht van drie ministeries en Aedes – komt de Foodvalley in Wageningen en omgeving als één van de ‘slechtste’ regio’s met relatief gezien de grootste opgave uit de bus.  In deze regio werken acht corporaties, verdeeld over acht gemeenten en twee provincies (Utrecht en Gelderland), samen (zie kader). De bestuurders, onder wie Annelies Barnard van de Woningstichting in Wageningen, staken snel de koppen bij elkaar om de gevolgen van het landelijk rapport voor de regio te bespreken. De Foodvalley meldde zich aan voor de pilot van Aedes om de mogelijkheden van regionale samenwerking nader te verkennen. De insteek: wat is er wél mogelijk als corporaties elkaar in de regio de helpende hand bieden?

Even terug naar juli 2020. Wat was 
uw eerste reactie toen u het rapport Opgaven en middelen las?

‘Ik vind het belangrijk dat het rapport op tafel ligt. En dat het onderzoek is uitgevoerd door drie ministeries en Aedes. Dat versterkt de boodschap. Het is voor iedereen klip en klaar dat de sector voor grote problemen komt te staan, met de grote opgaven en de beperkte middelen. Ik schrok wel van het bericht dat het in onze regio Foodvalley het meest gaat knellen. De ernst van de situatie had ik niet verwacht. Dat was voor ons een wake up call.’

Voor de Woningstichting in Wageningen kan het rapport toch geen verrassing zijn geweest?

‘We hebben recent een nieuw ondernemingsplan opgesteld. Voor ons was het inderdaad geen nieuws dat we meer opgaven en ambities hebben dan dat we kunnen financieren. We hebben intern en samen met de belanghouders in de stad scherpe keuzes moeten maken. Niet alles kan, waar leggen wij lokaal de accenten? We kiezen voor meer woningen die betaalbaar zijn. Op nummer drie staat een fijne buurt. We zien dat steeds meer kwetsbare mensen een beroep doen op onze sociale huurwoningen, 
we vinden het belangrijk dat ook zij in een fijne buurt wonen. Duurzaamheid valt bij ons daardoor buiten de top drie van prioriteiten.’

Wat ondernamen de corporaties in de Foodvalley gezamenlijk na de wake up call?

‘We maakten als bestuurders eerst een rondje om te horen of en hoe we elkaar in de regio zouden kunnen helpen. We meldden ons daarna aan voor de pilot van Aedes. We beschouwen ons in die pilot als één corporatie voor de hele regio. We legden het vastgoed en de beschikbare middelen van alle corporaties naast elkaar. Daarnaast moesten we een goed beeld krijgen van de gezamenlijke opgave: wat staat ons te doen? Dat leverde best discussie op. Niet alle opgaven in de regio staan in de afzonderlijke plannen van corporaties. De opgave in de regio was uiteindelijk vele malen groter dan ingerekend. Dat was een eyeopener.’

 


‘Hoe kijk je naar elkaar en durf je alles te zeggen?’


Hoe verdeel je die opgave dan onder alle corporaties?

‘We hebben gekeken naar het percentage van het aantal woningen per corporatie in de regio, dat percentage is de opgave voor die corporatie. De Woningstichting bijvoorbeeld bezit 14 procent van het aantal woningen, we zouden dus 
14 procent voor de opgave in de regio voor onze rekening moeten nemen. Op die manier konden we in tabelletjes in kaart brengen wanneer de afzonderlijke corporaties in het rood komen te staan. Géén van de corporaties blijft overeind als we de totale opgave niet samen zouden oppakken. Van de 8000 woningen die er nodig zijn, kunnen we er maar 2000 bouwen. Dat is een gigantisch verschil.’

De verschillen in financiering komen ook aan het licht.

‘Dat klopt. We moeten als corporaties allemaal aan de normen van het WSW voldoen. Iedereen is het erover eens dat we binnen die normen moeten blijven. Maar je ziet dat sommige corporaties meer behoudend zijn en voor een ruimere vluchtstrook kiezen. Daarover zijn we het gesprek met elkaar aangegaan. Dat is een spannend proces. Hoe kijk je naar elkaar en durf je elkaar alles te zeggen? Het gesprek was gek genoeg misschien lastiger geweest als we er samen wél uit zouden kunnen komen en duidelijke keuzes hadden moeten maken. Voor ons was er maar één conclusie: zeker met de verhuurderheffing komen we er samen niet uit.’

Corporaties kunnen het niet alleen. Hoe is de samenwerking met gemeenten in de regio?

‘Het gaat niet alleen om geld. In de regio speelt ook de claim om ruimte. We hebben locaties nodig voor woningen, maar de Regionale Energie Strategie (RES) wijst ook locaties aan voor zonnepanelen en windmolens. Samen met de gemeenten Nijmegen en Arnhem werken we in de regio aan een verstedelijkingsstrategie die bepaalt welke locaties waarvoor beschikbaar zijn. Daarnaast hebben we als corporaties een werkgroep met gemeenten over wonen en duurzaamheid. Gemeenten kijken in de energietransitie al snel naar corporaties. Ze schrikken als ze zien dat wij niet alles kunnen. Die gesprekken leveren in ieder geval meer begrip op. We staan meer schouder aan schouder om de complexe dossiers samen op te lossen.’

Die opeenstapeling van dossiers maakt het er niet gemakkelijker op.

‘Het is ingewikkeld om als corporatie op zoveel borden te schaken. Het is belangrijk om thuis steeds met de RvC goed in gesprek te blijven over waar we mee bezig zijn. Al weten we niet waar we uit komen, we hebben een mandaat nodig om verder te komen. We kunnen het niet alleen. We hebben de gemeenten en andere partners hard nodig. Ik zie gelukkig een kanteling in het denken. We willen juist meer kijken naar wat er wél kan. Kijk naar de landelijke Actieagenda Wonen.’  

Hoe moet het nu verder met de opgaven in de regio Foodvalley?

‘We zijn er nog niet. We werken samen aan een regionale Actieagenda Wonen. Ik zou het mooi vinden als we samen aan de slag gaan met de volkshuisvestelijke opgave die er ligt. Maar daarvoor moet nog veel water door de Rijn lopen. We zijn het pad aan het verkennen hoe we dat moeten doen. Dat kan alleen in kleine stapjes. En daarnaast moeten we een krachtig signaal aan politiek Den Haag blijven afgeven dat de verhuurderheffing van tafel moet. We willen als regio’s ons best doen, maar daar moet wat tegenover staan.’

Op de jaarlijkse bijeenkomst met de RvC’s van alle corporaties in de Foodvalley staat onder meer de regionale Actieagenda Wonen op de agenda. Hoe belangrijk vindt u dat overleg?

‘Elke samenwerking heeft zijn eigen dynamiek. Dat toezichthouders elkaar spreken vind ik een goede zaak. Ze weten hierdoor beter wat er speelt, ze zijn niet alleen afhankelijk van het verhaal van de eigen bestuurder.’

Wat is uw boodschap aan de toezichthouders?

‘Geen enkele corporatie kan het alleen. Kijk als toezichthouder ook naar de regio, wat is er mogelijk? Dat levert dilemma’s op. Natuurlijk moet de eigen begroting haalbaar zijn, maar kijk daarnaast naar wat er meer kan. Daag de bestuurder uit om de taart te vergroten. Uiteindelijk is ons doel: de grote opgave in de regio versnellen. Als je alleen roept dat de oplossing van buiten moet komen, kunnen we samen niet het verschil maken.’  

Tekst: Lisette Vos, Foto’s: Mark Prins

 


Samenwerking in de Foodvalley

Acht corporaties werken samen in de ­Foodvalley (in de provincies Utrecht en Gelderland): Patrimonium woonservice (Veenendaal), de Woningstichting (Wageningen), Idealis (studentenhuisvesting Wageningen), Woonstede (Ede), Rhenam Wonen (Rhenen), Woningstichting Barneveld, Veenendaalse Woningstichting en Plicht Getrouw (Bennekom). Onder meer op het gebied van woonruimteverdeling, HR en communicatie. Ook hebben zij gezamenlijk een interne auditor aangesteld.