Martin van Rijn > Aedes-voorzitter > over opgaven en middelen in de regio

‘We moeten leveren’

Corporaties in het hele land gaan – op initiatief van Aedes - in regionaal verband aan de slag met de resultaten van het onderzoek Opgaven en middelen. Volgens Aedes-voorzitter Martin van Rijn bereiken corporaties in de regio meer door samen te werken. ‘We moeten leveren.’

De uitkomsten van het rapport Opgaven en middelen – een onderzoek van drie ministeries en Aedes – geven een landelijk beeld van de situatie in de corporatiesector. En die is niet rooskleurig: in 2030 komen corporaties 35 miljard euro tekort om aan alle opgaven te voldoen. Al heeft het ministerie van ­Binnenlandse zaken na een herberekening het bedrag naar beneden bijgesteld, corporaties komen in de knel. Om de wooncrisis op te ­lossen, de woningvoorraad te verduurzamen 
en te bouwen aan leefbare wijken, moet het komende kabinet over de brug komen, stelt Aedes-voorzitter Martin van Rijn.  Tegelijkertijd nemen corporaties zelf het heft in handen. Samen met ruim dertig partners zetten zij hun handtekening onder de Actieagenda Wonen (zie kader) en gaan zij in de regio aan 
de slag met de resultaten van het onderzoek Opgaven en middelen. Doel van de regionale samenwerking is een gezamenlijke strategie 
van corporaties die elkaar kunnen helpen 
om de opgaven in de regio te realiseren.

Waarom nam Aedes het initiatief 
tot die regionale aanpak Opgaven en middelen?

‘Het rapport Opgaven en middelen geeft een l­andelijk beeld. Maar wat betekenen de uitkomsten voor de regio? Daar moeten we samen mee aan de slag. Elke regio moet eerst inzicht krijgen in de regionale opgave en welke investeringsruimte corporaties nodig hebben. Na die doorberekening is de vervolgvraag: wie doet wat? Met samenwerking kunnen we meer bereiken.’

Wat houdt die regionale samenwerking concreet in?

‘Dat kan per regio verschillen, er is niet één recept. Schaalvergroting om meer en goedkoper woningen te verduurzamingen is een voorbeeld. Of een corporatie kan een investeringsopgave overnemen van een andere corporatie die er minder goed voor staat.’

In de praktijk blijkt dat niet altijd eenvoudig.

‘Kijk naar Vestia, daar hebben corporaties ­samen de schouders eronder gezet om de problemen op te lossen. Ze hebben investerings­opgaven en leningen overgenomen. Ik vind dat een goed voorbeeld van solidariteit in de sector. Ik zeg niet dat dit altijd hét recept is.’

Niet alle corporaties doen mee in de regio. Wat vindt u daarvan?

‘Sommige corporaties hebben de opgaven en middelen al goed in beeld. Dus die kunnen 
een stap overslaan. Voor de andere die niet meedoen, is het een gemiste kans. De regionale doorberekening van opgaven en middelen 
helpt élke corporatie. Ook in het overleg over 
de prestatieafspraken met lokale partners moet je weten wat jouw bijdrage is aan de totale ­opgave, het sommetje moet kloppen.’


‘Er is niet één recept voor samenwerking’


 

U vindt dat corporaties hun nek moeten uitsteken.

‘We hebben de Actieagenda Wonen aan politiek Den Haag gepresenteerd, afschaffing van de verhuurderheffing is een belangrijk onderdeel. Dan moeten we wel onze ambities waarmaken, we moeten onze maatschappelijke bijdrage leveren. Ik heb er vertrouwen in dat we dit samen als sector gaan doen, dat bleek ook tijdens het Aedes-congres.’

Corporaties kunnen de opgaven niet alleen oplossen.

‘Dat klopt. Ook onze partners, zoals de gemeente, moeten hun huiswerk doen. We hebben bijvoorbeeld bouwlocaties nodig om te bouwen. Voor leefbare wijken zitten corporaties ook aan tafel met zorgorganisaties. Die samenwerkingen zijn soms complex. Wie heeft de regie, wie is verantwoordelijk? Maar we hebben als corporaties een maatschappelijke opdracht, dan moet je verder kijken dan je eigen grenzen.’

Wat is uw boodschap aan de toezichthouders?

‘Zij hebben een zware verantwoordelijkheid om aan alle toezichtregels te voldoen en de finan­ciële continuïteit van de eigen organisatie te bewaken. Voor de grote maatschappelijke op­gaven moeten we echter de samenwerking zoeken. Vraag na hoe de corporatie hierin acteert. Bestuurders moeten lef tonen om verder te kijken dan de eigen corporatie. Dat is niet altijd eenvoudig. Steun als RvC de bestuurder in zijn of haar zoektocht.’  

Tot slot. Het is vijf maanden na de verkiezingen. De formatie zit in een impasse. Wat zijn uw verwachtingen?

‘Wanneer een nieuw kabinet aantreedt, is koffiedik kijken. De bal ligt op de stip. Het nieuwe kabinet kan zo met de Actieagenda Wonen aan de slag. Meer financiële steun is heel hard nodig. Als er niets gebeurt, lopen sommige corporaties binnen enkele jaren tegen hun grenzen aan. We zetten ons als sector hard in, maar daar moet iets tegenover staan. Boter bij de vis.’

Tekst: Lisette Vos, Foto’s: Phil Nijhuis

 
 

Actieagenda Wonen 

In de Actieagenda Wonen, waar 34 organisaties hun handtekening onder hebben gezet, staan plannen voor de komende tien jaar. Om de crisis op de woningmarkt op te lossen, moeten in die periode één miljoen woningen bouwen worden gebouwd, inclusief meer betaalbare huur- en koopwoningen. Daarnaast is  de inzet om de woningvoorraad te verduurzamen en aan leefbare wijken te bouwen. In het nieuwe kabinet moet een (nieuwe) minister van Wonen meer regie voeren op de woningbouw en moeten de corporaties meer financiële steun krijgen om te kunnen investeren.

Meer informatie

https://www.aedes.nl/artikelen/woningmarkt/verkiezingen/tweede-kamer/actieagenda-wonen.html


 

Martin van Rijn > Aedes-voorzitterover opgaven en middelen in de regio

‘We moeten leveren’

Corporaties in het hele land gaan – op initiatief van Aedes - in regionaal verband aan de slag met de resultaten van het onderzoek Opgaven en middelen. Volgens Aedes-voorzitter Martin van Rijn bereiken corporaties in de regio meer door samen te werken. ‘We moeten leveren.’

De uitkomsten van het rapport Opgaven en middelen – een onderzoek van drie ministeries en Aedes – geven een landelijk beeld van de situatie in de corporatiesector. En die is niet rooskleurig: in 2030 komen corporaties 35 miljard euro tekort om aan alle opgaven te voldoen. Al heeft het ministerie van ­Binnenlandse zaken na een herberekening het bedrag naar beneden bijgesteld, corporaties komen in de knel. Om de wooncrisis op te ­lossen, de woningvoorraad te verduurzamen 
en te bouwen aan leefbare wijken, moet het komende kabinet over de brug komen, stelt Aedes-voorzitter Martin van Rijn.  Tegelijkertijd nemen corporaties zelf het heft in handen. Samen met ruim dertig partners zetten zij hun handtekening onder de Actieagenda Wonen (zie kader) en gaan zij in de regio aan 
de slag met de resultaten van het onderzoek Opgaven en middelen. Doel van de regionale samenwerking is een gezamenlijke strategie 
van corporaties die elkaar kunnen helpen 
om de opgaven in de regio te realiseren.

Waarom nam Aedes het initiatief 
tot die regionale aanpak Opgaven en middelen?

‘Het rapport Opgaven en middelen geeft een l­andelijk beeld. Maar wat betekenen de uitkomsten voor de regio? Daar moeten we samen mee aan de slag. Elke regio moet eerst inzicht krijgen in de regionale opgave en welke investeringsruimte corporaties nodig hebben. Na die doorberekening is de vervolgvraag: wie doet wat? Met samenwerking kunnen we meer bereiken.’

Wat houdt die regionale samenwerking concreet in?

‘Dat kan per regio verschillen, er is niet één recept. Schaalvergroting om meer en goedkoper woningen te verduurzamingen is een voorbeeld. Of een corporatie kan een investeringsopgave overnemen van een andere corporatie die er minder goed voor staat.’

In de praktijk blijkt dat niet altijd eenvoudig.

‘Kijk naar Vestia, daar hebben corporaties ­samen de schouders eronder gezet om de problemen op te lossen. Ze hebben investerings­opgaven en leningen overgenomen. Ik vind dat een goed voorbeeld van solidariteit in de sector. Ik zeg niet dat dit altijd hét recept is.’

Niet alle corporaties doen mee in de regio. Wat vindt u daarvan?

‘Sommige corporaties hebben de opgaven en middelen al goed in beeld. Dus die kunnen 
een stap overslaan. Voor de andere die niet meedoen, is het een gemiste kans. De regionale doorberekening van opgaven en middelen 
helpt élke corporatie. Ook in het overleg over 
de prestatieafspraken met lokale partners moet je weten wat jouw bijdrage is aan de totale ­opgave, het sommetje moet kloppen.’

 


‘Er is niet één recept voor samenwerking’


U vindt dat corporaties hun nek moeten uitsteken.

‘We hebben de Actieagenda Wonen aan politiek Den Haag gepresenteerd, afschaffing van de verhuurderheffing is een belangrijk onderdeel. Dan moeten we wel onze ambities waarmaken, we moeten onze maatschappelijke bijdrage leveren. Ik heb er vertrouwen in dat we dit samen als sector gaan doen, dat bleek ook ­tijdens het Aedes-congres.’

Corporaties kunnen de opgaven niet alleen oplossen.

‘Dat klopt. Ook onze partners, zoals de gemeente, moeten hun huiswerk doen. We hebben bijvoorbeeld bouwlocaties nodig om te bouwen. Voor leefbare wijken zitten corporaties ook aan tafel met zorgorganisaties. Die samenwerkingen zijn soms complex. Wie heeft de regie, wie is verantwoordelijk? Maar we hebben als corporaties een maatschappelijke opdracht, dan moet je verder kijken dan je eigen grenzen.’

Wat is uw boodschap aan de toezichthouders?

‘Zij hebben een zware verantwoordelijkheid om aan alle toezichtregels te voldoen en de finan­ciële continuïteit van de eigen organisatie te bewaken. Voor de grote maatschappelijke op­gaven moeten we echter de samenwerking zoeken. Vraag na hoe de corporatie hierin acteert. Bestuurders moeten lef tonen om verder te ­kijken dan de eigen corporatie. Dat is niet altijd eenvoudig. Steun als RvC de bestuurder in zijn of haar zoektocht.’  

Tot slot. Het is vijf maanden na de verkiezingen. De formatie zit in een impasse. Wat zijn uw verwachtingen?

‘Wanneer een nieuw kabinet aantreedt, is koffiedik kijken. De bal ligt op de stip. Het nieuwe kabinet kan zo met de Actieagenda Wonen aan de slag. Meer financiële steun is heel hard nodig. Als er niets gebeurt, lopen sommige corporaties binnen enkele jaren tegen hun grenzen aan. We zetten ons als sector hard in, maar daar moet iets tegenover staan. Boter bij de vis.’

Tekst: Lisette Vos, Foto’s: Phil Nijhuis

 


Actieagenda Wonen

In de Actieagenda Wonen, waar 34 organisaties hun handtekening onder hebben gezet, staan plannen voor de komende tien jaar. Om de crisis op de woningmarkt op te lossen, moeten in die periode één miljoen woningen bouwen worden gebouwd, inclusief meer betaalbare huur- en koopwoningen. Daarnaast is  de inzet om de woningvoorraad te verduurzamen en aan leefbare wijken te bouwen. In het nieuwe kabinet moet een (nieuwe) minister van Wonen meer regie voeren op de woningbouw en moeten de corporaties meer financiële steun krijgen om te kunnen investeren.

Meer informatie

https://www.aedes.nl/artikelen/ woningmarkt/verkiezingen/ tweede-kamer/actieagenda-wonen.html