6

Intern toezicht en de toekomst

De VTW wil een efficiënter toezicht arrangement voor de corporatiesector. Intern toezicht heeft de lead.

Als dat goed op orde is, kan het extern toezicht een stapje terug doen. Zowel het intern als het extern toezicht is in de Woningwet versterkt. De Autoriteit Woningcorporaties (Aw) is aangewezen als externe, integrale toezichthouder.

De VTW pleit voor een “principle based” extern toezicht dat risicogericht is. Deze omslag is door de Aw weliswaar ingezet, maar in de praktijk zien we vaak nog een “rule based” benadering van extern toezicht. Door een risicogericht extern toezicht kunnen de administratieve lasten dalen en voorkomen we dubbelingen in uitvraag bij corporaties en RvC’s.

De overlap bij de uitvraag door Aw en WSW is groot. Ook hier vallen administratieve lasten te verminderen door de stapeling van toezicht te verminderen. Het accountantsprotocol kan al een stuk eenvoudiger, met de focus op het controleren van de jaarrekening.

woningwet-3

In de optiek van de VTW zijn er drie toezichtslagen:

  1. Professioneel intern toezicht
  2. Risicogericht extern toezicht door de Aw, op basis van de Governance-audits, waarbij het WSW via een gezamenlijk beoordelingskader de governance bevindingen van de Aw overneemt
  3. De externe accountant, die de boeken controleert namens en voor de maatschappij, waar de RvC de opdrachtgever voor is.

De belangrijke rol voor het interne toezicht vraagt ook om een aantal gezamenlijk geformuleerde kwaliteitsindicatoren voor de RvC:

  • Heldere toezicht visie
  • Positieve zienswijze fit en proper toets Aw
  • Minimaal 5 PE punten per jaar, verantwoord in het jaarverslag
  • Aanspreekbaar en zichtbaar intern toezicht, gekoppeld aan een heldere verantwoording (mondeling en schriftelijk) richting belanghouders
  • Divers samengesteld RvC-team
  • Vanuit de bedoeling en toegevoegde waarde toezicht houden, https://www.toezichtmetpassie.nl
  • Adequate zelfreflectie / zelfevaluatie (gekoppeld aan PE)

De Aw heeft inmiddels bij vrijwel alle corporaties een Governance-audit uitgevoerd, omdat volgens de Aw de governance van corporaties de beste indicatie is voor het functioneren van een corporatie. Op basis van de uitkomsten van deze audits wil de Aw risicogericht toezicht gaan houden.

Bij de corporaties waar de governance goed op orde is kan het externe toezicht (Aw en WSW) dan minder intensief en kan het interne toezicht de meeste toezichtstaken zelf goed uitvoeren. Bij de corporaties waar de governance niet goed op orde is kan het externe toezicht worden geïntensiveerd en kan het interne toezicht scherp in de gaten worden gehouden. De Aw kan en moet streng optreden tegen RvC’s als de governance ondermaats is.

De VTW vindt de concrete en gedragen invulling van het risicogerichte externe toezicht, gecombineerd met professioneel intern toezicht, één van de speerpunten van de komende jaren.

Volkshuisvestelijk toezicht

Eén knelpunt dat ook direct het intern toezicht raakt, is het ontbreken van een goed volkshuisvestelijk toezicht. Dit is in de Woningwet op lokaal niveau belegd, maar komt nog niet goed uit de verf. De VTW ziet hier een rol weggelegd voor het intern toezicht als maatschappelijk aandeelhouder. Dit vereist aanspreekbare, transparante en integere commissarissen die regelmatig in gesprek zijn met de lokale stakeholders, binnen de volkshuisvestelijke lokale driehoek (gemeente, corporatie, huurders). Dit is een concrete uitwerking van artikel 31.1 van de Woningwet. Dit zou je het nieuwe toezicht op lokale netwerken kunnen noemen en dit toezicht moet nog verder worden ontwikkeld, o.a. door de VTW en in overleg met de Aw.

De VTW pleit voor een landelijke visie op volkshuisvestelijk beleid. Een aantal essentiële thema’s is landelijk geregeld (denk o.a. de liberalisatiegrens, de jaarlijkse huurverhoging en de huursombenadering), maar een overkoepelende visie op het volkshuisvestelijk beleid ontbreekt.

VTW, 12 november 2018

De ledenwerkgroep Evaluatie Woningwet

Anja van Gorsel

Anja IJlstra

Annette Stekelenburg

Gerrit Willem Kamp

Heine van Nieuwenhuijze

Janine Sanders

Koen Westhoff

Marja de Bruyn

Albert Kerssies, voorzitter

Hans Geurts, secretaris